<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:5865</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T12:29:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/579840 / KG ZA 24-422</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_aanbestedingsrecht">Civiel recht; Aanbestedingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Module Aanbesteding 2024/2351</rdf:li>
          <rdf:li>JAAN 2024/172</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:5865">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:5865</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-15T09:54:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:5865 Rechtbank Midden-Nederland , 15-10-2024 / C/16/579840 / KG ZA 24-422</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:5865:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Open house (inkoopprocedure) jeugdhulp. Heeft Gemeente in die procedure reële tarieven vastgesteld in de zin van de Jeugdwet? Geoordeeld wordt dat Gemeente niet aan haar onderzoeks- en onderbouwingsverplichting heeft voldaan. Vastgestelde tarief mag vooralsnog niet worden toegepast.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:5865:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="e4acd874-3877-42c5-94ae-d7bb8b7e80e5" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="1465d68b-3b32-40c9-bb14-c6b96ae158fe" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>handelskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/16/579840 / KG ZA 24-422</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 15 oktober 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de stichting</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING VITREE</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Lelystad,</para>
      <para>hierna te noemen: Stichting Vitree,</para>
    </parablock>
    <para>2. de stichting</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING TRIADE-VITREE</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Lelystad,</para>
      <para>hierna te noemen: Stichting Triade-Vitree</para>
      <para>eiseressen,</para>
      <para>hierna samen te noemen: Vitree c.s.,</para>
      <para>advocaat mr. C.J. de Boer te Zwolle,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de publiekrechtelijke rechtspersoon</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">GEMEENTE ALMERE</emphasis>,</para>
      <para>zetelend te Almere,</para>
      <para>hierna te noemen: Gemeente Almere,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. S.G. Tichelaar te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding met producties,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord met producties,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 23 september 2024, waar partijen mede aan de hand van 	een pleitnota hun standpunten hebben toegelicht en vragen van de voorzieningenrechter 	hebben beantwoord. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Aan het einde van de mondelinge behandeling hebben partijen de voorzieningenrechter verzocht om de zaak tot uiterlijk 3 oktober 2024 aan te houden, zodat partijen kunnen onderzoeken of een schikking mogelijk. Partijen hebben op 3 oktober 2024 aan de voorzieningenrechter laten weten dat zij om vonnis vragen. Ten slotte is vonnis bepaald op 15 oktober 2024.</para>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="bold">2.	De kern van het geschil</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het gaat in dit kort geding om de beantwoording van de vraag of Gemeente Almere in het kader van een door haar georganiseerde inkoopprocedure (open house procedure) voor verlening van jeugdhulp reële tarieven heeft vastgesteld zoals bedoeld in de Jeugdwet. Geoordeeld wordt dat het vooralsnog onduidelijk is of dit het geval is. Dat komt omdat Gemeente Almere ten aanzien van een aantal kostenonderdelen niet aan haar onderzoeks-en onderbouwingsverplichting heeft voldaan. Het gevolg daarvan is (onder andere) dat Gemeente Almere:<?linebreak?>1.	met inachtneming van dit vonnis (opnieuw) onderzoek moet doen naar de tarieven 	en naar aanleiding daarvan:		</para>
        <para>					a.	of gemotiveerd moet onderbouwen dat de vastgestelde tarieven toch reëel 		zijn,	<?linebreak?>              b.	of nieuwe tarieven moet vaststellen die voor alle inschrijvers gelden,<?linebreak?>2.	vooralsnog geen raamovereenkomsten mag sluiten waarbij de in dit kort geding ter 	discussie staande tarieven van toepassing zijn.</para>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De achtergrond van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Stichting Vitree levert jeugdhulp, en maakt onderdeel uit van een groep rechtspersonen waarvan Stichting Triade Vitree aan het hoofd staat. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Gemeente Almere heeft een inkoopprocedure (een open house procedure) georganiseerd voor begeleiding van jeugdigen en/of (pleeg)ouder(s)/verzorger(s) zonder verblijf. Deze inkoop bestaat uit drie percelen:</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Perceel 1: basis</emphasis>
        </para>
        <para>Begeleiding-individueel basis</para>
        <para>Begeleiding-groep basis</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Perceel 2: specialistisch</emphasis>
        </para>
        <para>Begeleiding-individueel specialistisch</para>
        <para>Begeleiding-groep specialistisch</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Perceel 3: dagbesteding</emphasis>
        </para>
        <para>Dagbesteding basis</para>
        <para>Dagbesteding specialistisch. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het algemene doel van begeleiding is om psychische problematiek, psychosociale problemen, gedragsproblematiek of opvoedproblematiek al dan niet in combinatie met een verstandelijke beperking te stabiliseren dan wel op te lossen.<footnote-ref linkend="_c8417c1b-6ff8-44f6-9a9a-8f32a56fcd75" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Gemeente Almere heeft een tarief vastgesteld waarvoor deze door haar uitgevraagde jeugdzorg moet worden verleend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De inkoopprocedure is georganiseerd in de vorm van een open house procedure. Met iedere jeugdhulpzorgverlener die aan de door Gemeente Almere gestelde selectie- en minimumeisen voldoet, wordt een raamovereenkomst (toelatingsovereenkomst) gesloten, welke ingaat op 1 januari 2025. <?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Voorafgaand aan de inkoopprocedure is het volgende gebeurd:<?linebreak?>• 	In november 2023 is een marktconsultatie gehouden,<?linebreak?>•	Gemeente Almere heeft aan advies- en onderzoeksbureau Significant (hierna: 	Significant) de opdracht gegeven om te komen tot herijkte tarieven vanaf 	2025,<?linebreak?>•	Significant heeft in februari een “technische werksessie” gehouden, waarbij de 	uitgangspunten voor de tarifering zijn besproken. <?linebreak?>•	Medio mei 2024 is een informatiesessie gehouden.  <?linebreak?>De inkoopprocedure is op 14 juni 2024 gestart. De inschrijving moest op uiterlijk <?linebreak?>6 augustus 2024 worden ingediend. In de tussenliggende periode is er gelegenheid geweest tot het stellen van vragen in de vorm van Nota’s van Inlichtingen (NvI). Er hebben vijf vragenrondes plaatsgevonden, namelijk op 1 juli 2024, 2 juli 2024, 11 juli 2024,<?linebreak?>26 juli 2024, en 5 augustus 2024. Ook zijn er in juni 2024 nog technische sessies gehouden.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Er hebben 47 aanbieders van jeugdzorg op deze inkoopprocedure ingeschreven. Stichting Vitree heeft dat niet gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Er zijn in afwachting van de uitkomst van dit kort geding nog geen raamovereenkomsten (toelatingsovereenkomsten) gesloten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <?linebreak?>4.	De beoordeling<?linebreak?></title>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">Primaire standpunt van Vitree c.s. en de daarop gebaseerde primaire vorderingen  </emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">4.1.</emphasis>	Vitree c.s. stelt zich in dit kort geding primair op het standpunt dat geen sprake is van een reëel tarief zoals bedoeld in de Jeugdwet, omdat: <?linebreak?>•	sprake is van een niet onderbouwde en onrealistische norm voor productieve 	uren,<?linebreak?>•	de verhouding tussen directe cliëntgebonden tijd en indirecte cliëntgebonden tijd <?linebreak?>              niet passend is,<?linebreak?>•	sprake is van een ontoereikende vergoeding voor “no show”,<?linebreak?>•	geen/onvoldoende rekening is gehouden met de kosten voor zorg die in 	Kinderbehandelcentra (KBC’s<footnote-ref linkend="_7177b46c-1c4e-4158-a33b-4361545b7ca0" />) wordt verleend, <?linebreak?>•	de huisvestingskosten niet in het tarief zijn inbegrepen, wat wel had gemoeten,<?linebreak?>•	de vergoeding voor tolken niet in het tarief is inbegrepen, wat wel had gemoeten,<?linebreak?>•	de vergoeding voor extern personeel niet in het tarief is inbegrepen, wat wel had 	gemoeten.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>	Vitree c.s. vordert daarom primair dat Gemeente Almere wordt:<?linebreak?>1.	geboden om met inachtneming van dit vonnis nogmaals onderzoek te doen naar de 	tarieven en aan de hand daarvan alsnog reële tarieven vast te stellen die voor alle 	inschrijvers gelden,<?linebreak?>2.	geboden om de inkoopprocedure aan deze nieuwe tarieven aan te passen,<?linebreak?>3.	geboden om een nieuwe inschrijfdatum te bepalen voor deze aangepaste 	inkoopprocedure,<?linebreak?>4.	verboden om raamovereenkomsten te sluiten waarbij de in dit kort geding 	ter discussie staande tarieven van toepassing zijn, en voor zover zij dat al heeft 	gedaan daaraan geen uitvoering te geven. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het oordeel</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="bold">4.3.</emphasis>	Deze vorderingen worden gedeeltelijk toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom. </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Uitgangspunt: Gemeenten verantwoordelijk voor toereikend aanbod van jeugdhulp</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="bold">4.4.</emphasis>	Vooropgesteld wordt dat gemeenten op grond van de Jeugdwet ervoor verantwoordelijk zijn dat er een kwantitatief en kwalitatief toereikend aanbod van jeugdhulp beschikbaar is (artikel 2.3 in relatie met artikel 2.6 lid 1 sub a Jeugdwet). </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gemeenten kunnen jeugdhulp door derden laten verrichten en moeten dan een reële prijs vaststellen</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="bold">4.5.</emphasis>	Gemeenten kunnen deze jeugdhulp door derden laten verrichten en moeten als zij dat doen voor die jeugdhulp een reële prijs vaststellen (artikel 2.11 Jeugdwet). Dat betekent dat er een goede verhouding moet zijn tussen de prijs en de kwaliteit van de te leveren jeugdhulp. De prijs mag daarbij niet ten koste gaan van de kwaliteit.</para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Toetsingskader voor beantwoording van vraag of een reële prijs is vastgesteld</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="bold">4.6.</emphasis>	Voor de beoordeling van de vraag of er een reële prijs is vastgesteld, geldt op grond van artikel 2.11 Jeugdwet en vaste rechtspraak het volgende toetsingskader.</para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="underline italic">1. Onderzoeksverplichting</emphasis>
          <?linebreak?>Allereerst moeten Gemeenten om de tarieven te kunnen vast te stellen een gedegen kostprijsonderzoek doen. Er rust op hen een onderzoeksverplichting. De tarieven moeten tot stand komen in een transparant proces naar en met de jeugdhulpaanbieders. De tarieven moeten daarnaast voor de zorgaanbieders herleidbaar en herkenbaar zijn. <?linebreak?></para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">2. Omstandigheden waarmee rekening moet worden gehouden</emphasis>
      </para>
      <para>Gemeenten moeten verder bij het vaststellen van de tarieven rekening houden met:<?linebreak?>a. 	de deskundigheid van de beroepskrachten en de toepasselijke arbeidsvoorwaarden,</para>
      <para>b. 	de uitvoeringswerkelijkheid (de praktijk) en de kostprijs van een redelijk efficiënt 	functionerende aanbieder (jeugdhulpverlener). De tarieven hoeven dus niet voor 	iedere aanbieder (jeugdhulpverlener) kostendekkend te zijn.</para>
      <para>c. 	specifieke omstandigheden verbonden aan de regio waarin de hulp wordt verleend,</para>
      <para>d. 	bepaalde organisatie specifieke aspecten, zoals bijvoorbeeld zorginhoud, 	complexiteit van zorg, de kosten van vastgoed, de beschikbaarheid van voldoende 	gekwalificeerd personeel, aanrijtijden bij crisis en bepaalde specialisaties.</para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="underline italic">3. Onderbouwingsverplichting</emphasis>
      </para>
      <para>Gemeenten moeten ook nog onderbouwen dat zij bij de vaststelling van de tarieven voldoen aan de eisen van de Jeugdwet. Zij moeten inzichtelijk maken hoe de tarieven tot stand zijn gekomen en dat deze tarieven reëel zijn. Gemeenten moeten daarbij inzicht geven in hun bevindingen en afwegingen bij het vaststellen van de tarieven, zodat kan worden getoetst of voldoende rekening is gehouden met de hiervoor onder 2 onder a tot en met d genoemde omstandigheden. Dit inzicht moet al vóór de inschrijvingsdatum worden gegeven. Deelnemende zorgaanbieders moeten voordat zij hun beslissing nemen of zij willen inschrijven kunnen nagegaan of de gemeente reële tarieven heeft vastgesteld. De gemeenten moeten (ook) uit zichzelf aan deze onderbouwingsverplichting voldoen. Er geldt dus niet een “piepsysteem”.</para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="underline italic">4. Naleven Verordening jeugdhulp 2022 en Convenant Bevorderen Continuïteit Jeugdhulp</emphasis>
        <?linebreak?>Verder zijn in deze inkoopprocedure nog de volgende documenten van belang:</para>
      <para>a. 	de Verordening jeugdhulp 2022 van Gemeente Almere en dan vooral artikel 4.2 van die verordening waarin is bepaald:						<emphasis role="italic" /></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">“ “ 1. 	Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitsverhouding                   		bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door 				jeugdhulpaanbieders te leveren jeugdhulp (…), rekening met:		</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">		a. 	De aard en omvang van de te verrichten taken;				</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">b. 	De voor de sector toepasselijke Cao-schalen in relatie tot de 				zwaarte van de functie en deskundigheid;					</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">c. 	Een redelijke toeslag voor overheadkosten;					</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">d. 	Een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het 				personeel als gevolg van verlof, ziekte, reiskosten, scholing en 				werkoverleg;	</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">							e. 	Kosten voor bijscholing van het personeel;	</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">			f. 	Andere kosten die het gevolg zijn van verplichtingen voor 				leveranciers, zoals rapportage- en administratieve 					verplichtingen.	</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		2. 	De jeugdhulpaanbieder betaalt zorgverleners volgens een toepasselijke 			Cao en neemt hierbij de geldende wetgeving in acht. Een werknemer kan 		maximaal een 40-urige werkweek hebben en dient minimaal te worden 			uitbetaald conform de wet minimum loon.</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para>b. 	het Convenant Bevorderen Continuïteit Jeugdhulp waarin door de branche-verenigingen waarvan Vitree en Gemeente Almere lid van zijn afspraken zijn gemaakt over hoe reële tarieven tot stand moeten komen. In dit convenant is onder andere afgesproken dat de Handreiking inzicht in tarieven als hulpmiddel wordt gebruikt bij het gesprek over de opbouw en totstandkoming van tarieven.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gemeente Almere moet zich aan de inhoud van deze documenten houden. </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Grond: Niet onderbouwde en onrealistische norm voor productieve uren</emphasis>
          <?linebreak?>4.7.	Vitree c.s. stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een reële prijs, omdat  de door Gemeente Almere voor perceel 2 gebruikte norm voor productieve uren niet realistisch/haalbaar is. Deze norm is volgens Vitree c.s. te hoog, wat tot gevolg heeft dat het tarief niet reëel, want te laag, is. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Vitree c.s. krijgt hierin ongelijk.<?linebreak?></para>
      <paragroup>
        <nr>4.8.1.</nr>
        <para>Partijen zijn het erover eens dat er voor dit perceel een urennorm wordt gehanteerd van 1320 productieve uren per medewerker. Ook zijn partijen het erover eens dat deze urennorm als volgt is opgebouwd: de productieve uren (1878 uren) verminderd met i) de uren voor verlof (250 uren), ii) de uren voor verzuim (131 uren) en iii) de “niet cliëntgebonden uren” (177 uren).</para>
        <para>
          <?linebreak?>
        </para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.8.2.</nr>
        <parablock>
          <para>Vitree c.s. heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat het haar alleen gaat om de post “niet cliëntgebonden uren”<footnote-ref linkend="_dd92c2a1-135b-4a68-b759-d0eb0c7dfb7b" />. Gemeente Almere heeft volgens Vitree c.s. niet afdoende onderbouwd dat het aantal aan deze post toegedichte uren (177 uren ofwel 11,8% van de werkbare uren) realistisch/in de praktijk haalbaar is. Volgens Vitree c.s. is dat niet het geval. </para>
          <para>Vitree c.s. verwijst daarvoor op  de normen die door de gemeente Lekstroom (1230) en Noord Veluwe (1258) worden gesteld. De “niet cliëntgebonden uren” bedragen in die gemeenten respectievelijk 255 (17,2% van de werkbare uren) en 220 uren (14,9% van de werkbare uren). </para>
          <para />
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.8.3.</nr>
        <para>Gemeente Almere voert aan dat zij de “niet cliëntgebonden uren” heeft vastgesteld op basis van een gewogen gemiddelde uitkomst van een eerdere uitvraag in 2022, en niet zoals per ongeluk in de Nota van Inlichtingen is vermeld op basis van een benchmark onder andere regio’s. Vitree c.s. heeft niet gemotiveerd betwist dat dit het geval is geweest, zodat het ervoor wordt gehouden dat Gemeente Almere hierin gelijk heeft. Gemeente Almere heeft verder aannemelijk gemaakt dat er geen aanleiding is om te veronderstellen dat het percentage voor “niet cliëntgebonden uren” uit 2022 (van 11,8% werkbare uren) niet meer actueel is. Gemeente Almere heeft gemotiveerd aangevoerd dat in de technische sessies die in juni 2024 zijn gehouden uitdrukkelijk door haar is vermeld dat zij ervan uitgaat dat de situatie in 2022 nog actueel is, en dat daarop geen reactie van de aanbieders is gekomen. Vitree c.s. heeft dit niet weersproken en heeft in dit kort geding ook geen omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat voor wat betreft de “niet cliëntgebonden uren” niet kan worden uitgegaan van de situatie in 2022. De benchmark waarnaar Vitree c.s. verwijst, biedt daarvoor onvoldoende houvast. Dat komt omdat, zoals Gemeente Almere terecht aanvoert, de situatie in gemeente Almere niet zo maar één op één kan worden vergeleken met de situatie in andere gemeenten. Vitree c.s. heeft onvoldoende toegelicht waarom dat in dit geval wel zo zou zijn. <?linebreak?></para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.8.4.</nr>
        <parablock>
          <para>De conclusie is dat het aannemelijk is dat de door Gemeente Almere gestelde norm voor productieve uren voor perceel 2 reëel is. </para>
          <para>
            <?linebreak?>
            <emphasis role="italic">Grond: Verhouding tussen directe cliëntgebonden tijd en indirecte cliëntgebonden tijd is     </emphasis>
            <?linebreak?>
            <emphasis role="italic">             niet passend</emphasis>
            <?linebreak?>4.9.	Vitree c.s. stelt zich verder op het standpunt dat geen sprake is van reëel tarief, omdat de door Gemeente Almere toegepaste verhouding tussen de “directe cliëntgebonden tijd” en de “indirecte cliëntgebonden” niet passend is in de praktijk. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Vitree krijgt hierin gelijk, in die zin dat Gemeente Almere vooralsnog niet aan haar onderzoeks- en onderbouwingsverplichting op dit punt heeft voldaan.<?linebreak?></para>
      <paragroup>
        <nr>4.10.1.</nr>
        <para>In 2.2.3. van het PvE wordt “directe cliëntgebonden tijd” als volgt omschreven: </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>“ De uren waarbij de Professional direct contact heeft met de jeugdige, (Pleeg)ouder(s)/verzorger(s), familie of directe omgeving ten behoeve van de begeleiding/behandeling. Dit kan zowel face-to-face als telefonisch of digitaal zijn.”<footnote-ref linkend="_8704905f-ea85-427b-8f8f-ee182f088ae2" /><?linebreak?></para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
        <parablock>
          <para>In 2.2.5. van het PvE wordt “indirecte cliëntgebonden tijd” als volgt omschreven: </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>“De uren die de Professional besteedt aan zaken t.b.v. het inzichtelijk maken van de hulpvraag van de Jeugdige, maar waarbij de Jeugdige, (Pleeg)ouder(s)/verzorger(s), familie of directe omgeving zelf niet aanwezig zijn, zoals: verslaglegging, rapportage (overleg) over de Jeugdige (dus ook de tijd die anderen dan de directe Professional hieraan besteden), analysetijd (bijvoorbeeld tbv diagnostiek, reistijd (van en naar de Jeugdige), voorbereidingscoördinatie met andere Professionals in het gezin (wanneer nodig).”<footnote-ref linkend="_438a42a3-c83d-46a0-b3ab-134ebd57900d" /><?linebreak?></para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.10.2.</nr>
        <para>Gemeente Almere heeft in de inkoopprocedure de verhouding tussen de directe cliëntgebonden tijd en de indirecte cliëntgebonden tijd vastgesteld op 1 staat tot 4. Daarover zijn partijen het eens en dat volgt overigens ook uit 3.3.10 van het PvE.<footnote-ref linkend="_a5a78fd1-7c79-43be-8ba4-3a92f97c605a" /></para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.10.3.</nr>
        <para>In de huidige raamovereenkomsten die tot het eind van 2024 van toepassing zijn, is die verhouding 1 staat tot 2. Ook daarover bestaat geen discussie tussen partijen. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.10.4.</nr>
        <para>De norm wordt dus in de huidige inkoopprocedure aangescherpt; daar waar eerst nog 50% aan indirecte cliëntgebonden tijd (zoals reistijd, analysetijd, diagnostiek, voorbereiding, coördinatie met collega’s en rapportage) werd vergoed, wordt nu nog maar 25% vergoed.  </para>
        <para>
          <?linebreak?>
        </para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.10.5.</nr>
        <para>Vitree c.s. stelt dat Gemeente Almere geen afdoende onderbouwing heeft gegeven voor deze aanscherping en ook niet heeft onderzocht of die aanscherping in de praktijk haalbaar is. Dat laatste is volgens Vitree c.s. niet het geval, omdat de reistijden, de eisen voor verslaglegging en verantwoording niet veranderen, en de tijd die nodig is voor rapportage, analyse en voorbereiding al bijzonder efficiënt wordt besteed. De inhoud van de jeugdhulp is in 2025 ook niet wezenlijk anders geworden. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.10.6.</nr>
        <para>Geoordeeld wordt dat Gemeente Almere wat dit punt betreft niet aan haar onderzoeks- en onderbouwingsverplichting heeft voldaan. <?linebreak?>Gemeente Almere heeft allereerst niet gesteld dat zij heeft onderzocht of de aanscherping van de norm voor productieve uren in de praktijk haalbaar is. Het wordt er daarom voor gehouden dat zij dit niet heeft gedaan en dat had zij wel moeten doen (zie toetsingskader). <?linebreak?>Verder heeft Gemeente Almere niet/onvoldoende gemotiveerd onderbouwd dat de door haar behoorlijk aangescherpte norm realistisch is. Gemeente Almere heeft slechts volstaan met de opmerking dat het weliswaar reëel is dat bepaalde activiteiten uitgevoerd moeten worden waarbij een jeugdige of iemand uit zijn omgeving niet aanwezig is, maar dat het <?linebreak?>uitgangspunt wel is dat jeugdhulp alleen effectief is als het overgrote deel van de in te zetten uren ook daadwerkelijk contactmomenten zijn met de jeugdige en/of pleegouder(s)/verzorger(s). Gemeente Almere heeft vervolgens aangegeven dat zij een verhouding van 75-25% reëel acht voor een perceel als ambulante begeleiding waarbij geen sprake is van een behandelingscomponent of hoog specialistische component. Dat is te kort door de bocht. Gemeente Almere moet ook onderbouwen dat deze verhouding voor een redelijk efficiënt opererende jeugdhulpzorgverlener haalbaar is, en dat heeft zij niet gedaan. </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Grond: Ontoereikende vergoeding voor “no show”</emphasis>
          <?linebreak?>4.11.	Vitree c.s. stelt zich verder op het standpunt dat geen sprake is van een reëel tarief, omdat de vergoeding voor “no show” ontoereikend is. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Ook hierin krijgt Vitree c.s. gelijk, in die zin dat Gemeente Almere vooralsnog niet aan haar onderzoeks- en onderbouwingsverplichting op dit punt heeft voldaan. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.12.1.</nr>
        <para>Als “no show” gelden alle afspraken:<?linebreak?>- 	die binnen 24 uur voor aanvang van de afspraak worden afgezegd, </para>
        <para>- waarbij de jeugdige en/of (pleeg)ouder(s)/verzorger(s) niet zijn komen opdagen.<?linebreak?>In geval van begeleiding groep (perceel 1 en 2) of dagbesteding (perceel 3) worden de geplande uren volledig vergoed. In het geval van individuele begeleiding (perceel 1 en 2) wordt wel de reistijd vergoed (indien van toepassing), maar niet de geplande tijd voor de begeleiding zelf. Het voorgaande volgt uit het bepaalde in 3.3.9 van het PvE en staat overigens ook niet tussen partijen ter discussie.<footnote-ref linkend="_6990d2b6-801a-4d15-9e0f-c925f402b3b2" /></para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.12.2.</nr>
        <parablock>
          <para>Ter discussie staat of deze vergoeding voor “no show” (in de praktijk) toereikend is. Geoordeeld wordt dat dit op dit moment onduidelijk is.<?linebreak?>Gemeente Almere heeft weliswaar toegelicht waarom zij deze vergoedingsregeling wil invoeren, namelijk om efficiënt en innovatief werken te stimuleren. Zowel voor het voorkomen van “no show”, als voor het benutten van vrijgekomen tijd voor het verrichten van andere werkzaamheden (zoals het plegen van telefoontjes, het werken aan dossiers voor de betreffende jeugdigen of andere jeugdigen). Gemeente Almere heeft echter niet gesteld dat zij heeft onderzocht dat er in de praktijk nog ruimte is voor deze door haar gewenste efficiency- en innovatieslag en zij heeft dat ook niet gemotiveerd onderbouwd. <?linebreak?>Daarbij wordt in aanmerking genomen dat Gemeente Almere in punt 56 van de conclusie van antwoord zegt dat zij ervan uitgaat dat aanbieders alles doen wat mogelijk is om “no show” te voorkomen. Dit verdraagt zich, zonder nadere toelichting, die er niet is, niet met de stelling van Gemeente Almere dat er nog mogelijkheden zijn. <?linebreak?>Bovendien staat de vergoeding voor “no show” niet op zichzelf. Het moet worden bezien in relatie met de andere kostencomponenten, zoals de norm voor productieve uren en de verhouding tussen “directe cliëntgebonden tijd” en “indirecte cliëntgebonden tijd. Deze componenten bepalen zijn mede van belang om te bepalen of sprake is van een reële vergoeding. <?linebreak?></para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Grond: Onvoldoende rekening gehouden met kosten voor de zorg in KBC’S  </emphasis>
            <?linebreak?>4.13.	Vitree c.s. stelt zich verder op het standpunt dat geen sprake is van een reëel tarief, omdat bij de vaststelling van het tarief geen/onvoldoende rekening is gehouden met de zorg die in KBC’s wordt verleend. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>Vitree c.s. krijgt in zoverre gelijk dat geoordeeld wordt dat Gemeente Almere vooralsnog niet aan haar onderzoeks- en onderbouwingsverplichting op dit punt heeft voldaan.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.14.1.</nr>
        <para>In een KBC wordt zorg verleend aan kinderen van 2 tot 18 jaar met een (ernstige) verstandelijke of meervoudige beperking inclusief eventuele gedragsproblematiek. Er wordt in een KBC een combinatie geboden van behandeling, dagbesteding en persoonlijke begeleiding.<footnote-ref linkend="_f4e5c9be-fa8b-4e7a-be53-8ad9da7cd93f" /> Het gaat dus om een combinatie van begeleiding en behandeling. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.14.2.</nr>
        <para>De begeleidingscomponent valt, zo heeft Gemeente Almere bevestigd<footnote-ref linkend="_372b26da-091a-43cc-9a92-88a4455cdf6d" />, onder de reikwijdte van de inkoopprocedure; er wordt in deze inkoopprocedure immers “begeleiding” ingekocht. De behandelcomponent valt, zoals Gemeente Almere terecht aanvoert en anders dan Vitree c.s. kennelijk meent, niet onder de reikwijdte van de inkoopprocedure. <?linebreak?>Immers, er wordt in deze inkoopprocedure geen behandeling uitgevraagd. Het is dus niet zo, zoals Vitree c.s. stelt dat Gemeente Almere met de inkoopprocedure ook “de KBC’s” beoogt in te kopen. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.14.3.</nr>
        <para>Vitree c.s. stelt zich, naar de voorzieningenrechter begrijpt, op het standpunt dat de begeleidingszorg die in KBC’s wordt verleend een trede zwaarder is dan de specialistische begeleiding (individueel en groep) en dat deze zwaardere begeleiding hogere kosten met zich meebrengt. Volgens Vitree c.s. heeft Gemeente Almere bij de vaststelling van het tarief daarmee geen rekening gehouden en daarom is er geen sprake van een reëel tarief. <?linebreak?>Dat de begeleidingszorg in KBC’s zwaarder is dan specialistische zorg komt volgens <?linebreak?>Vitree c.s., onder andere omdat er in het KBC kinderen zijn die nog niet voor behandeling in aanmerking komen, maar wel moeten worden begeleid. Het gaat om kinderen onder de 5 jaar waarbij nog niet voor de behandeling vereiste IQ-test kan worden afgenomen en die daardoor nog niet in aanmerking komen voor een behandelindicatie op grond van de Wet langdurige zorg.</para>
        <para>
          <?linebreak?>
        </para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.14.4.</nr>
        <para>Gemeente Almere stelt zich op het standpunt dat zij bij de vaststelling van het tarief wel rekening heeft gehouden met de begeleidingszorg die in KBC’s worden verleend. Volgens Gemeente Almere valt die zorg onder de door haar uitgevraagde “Specialistische begeleiding”. Ook wordt al rekening gehouden met een functiemix in de zin dat 80% van het personeel Hbo-niveau heeft.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.14.5.</nr>
        <para>Gemeente Almere heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat zij bij de vaststelling van het tarief oog heeft gehad voor de begeleiding in KBC’s. Dat had zij wel moeten doen. Gemeente Almere zal daarom alsnog moeten onderzoeken of de begeleiding in KBC’s aanleiding geeft tot een opslag op het tarief. Bovendien zal Gemeente Almere moeten onderbouwen waarom dit wel of niet het geval is. </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Grond: Huisvestingskosten zijn niet in tarief inbegrepen</emphasis>
            <?linebreak?>4.15.	Vitree c.s. stelt zich verder op het standpunt dat geen sprake is van reëel tarief, omdat Gemeente Almere bij het vaststellen van het tarief geen rekening heeft gehouden met de huisvestingskosten. Vitree c.s. voert daarvoor het volgende aan. <?linebreak?>Gemeente Almere (althans het door haar ingeschakelde bureau Significant) heeft een uitvraag gedaan naar de kosten voor overhead exclusief huisvestingskosten. Vitree c.s. heeft daarvan opgave gedaan. In het rapport is Significant echter uitgegaan van overhead inclusief huisvestingskosten, ook al was daarnaar geen uitvraag gedaan. Significant is bovendien uitgegaan van de kosten zoals naar aanleiding van de uitvraag voor de kosten van overhead exclusief huisvestingskosten was opgegeven. Dit betekent dat de huisvestingskosten niet in de overhead zijn inbegrepen.</para>
          <para>
            <?linebreak?>
          </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <para>Vitree c.s. krijgt op dit punt gelijk in die zin dat geoordeeld wordt dat Gemeente Almere vooralsnog niet aan haar onderzoeks- en onderbouwingsverplichting op dit punt heeft voldaan.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.16.1.</nr>
        <para>Vooropgesteld wordt dat bij het vaststellen van het tarief rekening moet worden gehouden met de huisvestingskosten die in verband met de ingekochte zorg worden gemaakt. Het gaat daarbij in dit geval ook om huisvestingskosten die voor de begeleidings- zorg in KBC’s worden gemaakt.  <?linebreak?></para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.16.2.</nr>
        <parablock>
          <para>Gemeente Almere heeft in de eerste plaats onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat deze huisvestingskosten zijn inbegrepen in de overhead. De door Gemeente Almere in punt 67 van de conclusie van antwoord gegeven motivering is onbegrijpelijk. </para>
          <para>In die motivering wordt in het geheel niet over huisvestingskosten gerept. <?linebreak?>In de tweede plaats heeft Gemeente Almere onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat zij bij de huisvestingskosten oog heeft gehad voor de situatie dat in het kader van de inkoopprocedure ook begeleidingszorg in een KBC kan worden verleend. Dat had zij wel moeten doen.<?linebreak?></para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Gronden: Ontoereikende bekostiging voor tolkdiensten en extern personeel</emphasis>
            <?linebreak?>4.17.	Vitree c.s. stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een reëel tarief, omdat de kosten van tolken en (een 1% opslag voor) extern personeel niet in het tarief zijn inbegrepen. Vitree c.s. voert aan dat in de notitie van Significant van september 2022<footnote-ref linkend="_bb5cd9a9-4a10-4577-adee-b02045ecd69b" /> de 1% opslag voor extern personeel wordt genoemd.</para>
          <para>
            <?linebreak?>4.18.	Vitree c.s. krijgt op dit punt gelijk in die zin dat geoordeeld wordt dat Gemeente Almere vooralsnog niet aan haar onderbouwingsverplichting op dit punt heeft voldaan. Gemeente Almere stelt dat de kosten voor tolken voor zover die moeten worden gemaakt in de overhead zijn opgenomen, en dat de kosten voor extern personeel ook in de overhead zijn opgenomen. Gemeente Almere heeft echter onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat dit het geval is en zal dat alsnog moeten doen.</para>
          <para>
            <?linebreak?>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.19.</nr>
      <parablock>
        <para>De conclusie is dat Gemeente Almere niet aan haar onderzoeks- en onderbouwingsverplichting heeft voldaan, ten aanzien van:<?linebreak?>a.	de verhouding tussen directe cliëntgebonden tijd en indirecte 				cliëntgebonden tijd,						<?linebreak?>b.	de vergoeding voor no show,<?linebreak?>c.	de begeleidingszorg die wordt verleend in KBC’s,<?linebreak?>d. 	de huisvestingskosten,<?linebreak?>e.	de kosten van de tolk,</para>
        <para>f.	de kosten van extern personeel.</para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Wat is daarvan het gevolg?</emphasis>
          <?linebreak?>4.20.	Het gevolg daarvan is dat Gemeente Almere:<?linebreak?>1.	met inachtneming van dit vonnis (opnieuw) onderzoek moet doen naar de tarieven 	en naar aanleiding daarvan:							a.	of gemotiveerd moet onderbouwen dat de vastgestelde tarieven toch reëel 		zijn,	<?linebreak?>              b.	of nieuwe tarieven moet vaststellen die voor alle inschrijvers gelden,<?linebreak?>2.	vooralsnog geen raamovereenkomsten mag sluiten waarbij de in dit kort geding ter 	discussie staande tarieven van toepassing zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Als Gemeente Almere tot de conclusie komt dat er nieuwe tarieven moeten worden vastgesteld dan moet zij:<?linebreak?>a.	de inkoopprocedure aan deze nieuwe tarieven aanpassen,<?linebreak?>b.	een nieuwe inschrijfdatum bepalen om in te schrijven op deze aangepaste 	inkoopprocedure, waarbij de volgende voorwaarden gelden:<?linebreak?><emphasis role="bold">•	</emphasis>de inschrijfdatum moet zijn gelegen in 2024 zodat er per 1 januari 2025 		raamovereenkomsten kunnen worden gesloten,				</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">•	</emphasis>vóór die inschrijfdatum moet nog ten minste één vragenronde 				(Nota van Inlichtingen) over de nieuwe tarieven worden gehouden, en 		<emphasis role="bold" /></para>
        <para>
          <emphasis role="bold">•	</emphasis>de termijn tussen de (laatste) Nota van Inlichtingen en de nieuwe 			inschrijfdatum moet minimaal drie weken moet zijn.</para>
        <para>Vitree c.s. vordert dat er minimaal twee vragenrondes worden gehouden, maar gelet op de beperkte tijd die nog resteert totdat de raamovereenkomsten moeten ingaan (1 januari 2025) wordt bepaald dat er minimaal één (1) vragenronde moet worden gehouden.<?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toewijzing van de primaire vordering </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.21.</nr>
      <para>De primaire vordering wordt gelet op het voorgaande op de in de beslissing te noemen manier toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.22.</nr>
      <para>Vitree c.s. vordert dat deze vorderingen worden verstrekt met een dwangsom. Dat zal niet worden gedaan, omdat er geen aanknopingspunten zijn dat een prikkel tot nakoming van het vonnis nodig is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De subsidiaire vordering</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.23.</nr>
      <para>Aan de beoordeling van de subsidiaire vordering wordt niet toegekomen, omdat de primaire vordering al wordt toegewezen. Er wordt daarom niet toegekomen aan de beoordeling van het bezwaar van Vitree c.s. dat er te weinig tijd was om een weloverwogen inschrijving te doen (grond 1 in de dagvaarding). Dat bezwaar vormt immers de grondslag voor de subsidiaire vordering.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten (inclusief nakosten)</emphasis>
          <?linebreak?>4.24.       Gemeente Almere is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van Vitree c.s. betalen. Deze kosten worden begroot op:<?linebreak?>- dagvaarding	€ 	135,97</para>
      </parablock>
      <para>- griffierecht	€	688,00</para>
      <para>- salaris advocaat	€	1.107,00<?linebreak?>- nakosten	€	<emphasis role="underline">178,00</emphasis> (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
      <parablock>
        <para>Totaal	€ 	2.108,97</para>
        <para>
          <?linebreak?>De over deze proceskosten gevorderde wettelijke rente wordt op de in de beslissing te noemen manier toegewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.25.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt voor zover mogelijk, zoals gevorderd en gebruikelijk in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>gebiedt Gemeente Almere 	om met inachtneming van dit vonnis (opnieuw) onderzoek te doen naar de tarieven op de punten die in dit vonnis als onvoldoende onderbouwd zijn aangemerkt, en naar aanleiding daarvan:			<?linebreak?>a.	of gemotiveerd te onderbouwen dat de vastgestelde tarieven toch reëel 			zijn,	<?linebreak?>b.	of nieuwe tarieven vast te stellen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>gebiedt Gemeente Almere als zij nieuwe tarieven vaststelt om:<?linebreak?>a.	de inkoopprocedure aan deze nieuwe tarieven aan te passen,<?linebreak?>b.	een nieuwe inschrijfdatum bepalen om in te schrijven op deze aangepaste 	inkoopprocedure, waarbij de volgende voorwaarden gelden:<?linebreak?><emphasis role="bold">•	</emphasis>de inschrijfdatum moet zijn gelegen in 2024 zodat er per 1 januari 2025 		raamovereenkomsten kunnen worden gesloten,				<emphasis role="bold" /></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">•	</emphasis>vóór die inschrijfdatum moet nog ten minste één vragenronde (Nota van 		Inlichtingen) over de nieuwe tarieven worden gehouden, en 			<emphasis role="bold" /></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">•	</emphasis>de termijn tussen de (laatste) Nota van Inlichtingen en de nieuwe 			inschrijfdatum moet minimaal drie weken moet zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verbiedt Gemeente Almere om raamovereenkomsten te sluiten waarbij de in dit kort geding ter discussie staande tarieven van toepassing zijn, totdat er is voldaan aan het bepaalde onder 5.1. en 5.2.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>veroordeelt Gemeente Almere in de proceskosten van € 2.108,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Gemeente Almere niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>veroordeelt Gemeente Almere tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,</para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. D. Wachter en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_c8417c1b-6ff8-44f6-9a9a-8f32a56fcd75" label="1">
    <para> pagina13 Inkoopdocument, productie 2 van Vitree c.s.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7177b46c-1c4e-4158-a33b-4361545b7ca0" label="2">
    <para>  Ze worden ook wel Kinderdagcentrum (KDC’s )of Orthopedagogisch Dagcentrum (ODC’s) genoemd.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dd92c2a1-135b-4a68-b759-d0eb0c7dfb7b" label="3">
    <para> In de dagvaarding maakte Vitree c.s. ook nog bezwaar tegen de uren die voor verzuim en verlof worden <?linebreak?>  gerekend.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8704905f-ea85-427b-8f8f-ee182f088ae2" label="4">
    <para>Zie productie 4 van Vitree c.s., pagina 7</para>
  </footnote>
  <footnote id="_438a42a3-c83d-46a0-b3ab-134ebd57900d" label="5">
    <para>Zie productie 4 van Vitree c.s., pagina 7</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a5a78fd1-7c79-43be-8ba4-3a92f97c605a" label="6">
    <para> Deze bepaling luidt als volgt:<?linebreak?>  “De tijd besteed aan de directe en indirecte contacten met Jeugdige is declarabel, waarbij de <?linebreak?>    indirecte tijd niet meer dan 25% van de totale Cliëntgebonden tijd mag bevatten. De berekening <?linebreak?>    van 25% indirecte tijd rekenen wij over het gehele traject en niet per contactmoment. Niet – <?linebreak?>    Cliëntgebonden tijd is niet declarabel”. Zie productie 4 van Vitree c.s., pagina 16</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6990d2b6-801a-4d15-9e0f-c925f402b3b2" label="7">
    <para>Zie productie 4 van Vitree c.s., pagina 16 <?linebreak?>3.3.9 	No Show</para>
    <para>1. 	Voor een No Show wordt geen declaratie ingediend indien de Jeugdige de gemaakte afspraak op 			werkdagen tenminste 24 uur voor het tijdstip van de afspraak bij de Opdrachtnemer telefonisch of via 		e-mail heeft geannuleerd, hierbij is sprake van een annulering en geen No Show.</para>
    <para>2. 	Opdrachtnemers helpen zoveel mogelijk voorkomen dat No Show ontstaat. Na een derde keer (bij 			individuele inzet) of 3 weken (bij groepsinzet) No Show en/of annulering van Jeugdige, en/of 			(Pleeg)ouder(s)/verzorger(s) koppelt Opdrachtnemer dit terug aan de Gemeentelijke Toegang &amp; 			Regie, zodat zij in overleg treden met de Jeugdige en/of (Pleeg)ouder(s)/verzorger(s) over de 			afgegeven Beschikking en of de jeugdhulp nog wel passend/noodzakelijk is.</para>
    <para>3. 	bij annulering van &gt;3 weken - behoudens schoolvakanties - mag i.g.v. groepsbehandeling de 			behandeling gestopt worden en deze plek opgevuld worden door een andere jeugdige</para>
    <para>4. 	In afwijking van artikel 2.2.5 (directe cliëntcontacttijd) en artikel 2.2.6 (Indirecte Cliëntgebonden tijd) 		kan in geval van een No Show bij de Jeugdige thuis de reistijd naar de Jeugdige gedeclareerd worden 		(op de code van de beoogde in te zetten dienst) maar de ingeroosterde tijd voor 				begeleiding/behandeling niet. Bijvoorbeeld 	als Begeleiding Individueel thuis wordt ingezet, dan mag 		bij No Show de reistijd naar de Jeugdige gefactureerd worden onder de code Begeleiding Individueel.</para>
    <para>5. 	Opdrachtnemer registreert No Show/ annulering het dossier van Jeugdige en levert maandelijks bij 		Contract en Leveranciersmanagement een overzicht aan bij hoeveel unieke Jeugdigen 				No Show/annulering voorkomt en hoe vaak het in totaal per kalendermaand voorkomt.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f4e5c9be-fa8b-4e7a-be53-8ad9da7cd93f" label="8">
    <para> Zie bijvoorbeeld www.regelhulp.ml/onderwerpen/opvang-dagbesteding-jeugd/kinderdagcentrum</para>
  </footnote>
  <footnote id="_372b26da-091a-43cc-9a92-88a4455cdf6d" label="9">
    <para>Gemeente Almere heeft deze bevestiging gedaan in deze procedure maar ook in een e-mail van 12 juni 2024 waarin zij schrijft:<?linebreak?>“ De KBC’s zullen voor de nieuwe aanbesteding als volgt onder perceel Begeleiding vallen:<?linebreak?>Voor een observatietraject/groep geldt – Begeleiding Individueel Specialistisch of Begeleiding Groep Specialistisch of Behandeling Individueel LVB. Na 6 maanden waarbij het ontwikkelperspectief is vastgesteld, moet* een kind over naar een passende groep. Voor deze groepen geldt: begeleiding groep basis of begeleiding groep specialistisch, dagbesteding basis of specialistisch.”</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bb5cd9a9-4a10-4577-adee-b02045ecd69b" label="10">
    <para> Productie 22 van Vitree c.s., pagina 9</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>