<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:5774</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-09T13:54:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/091794-24 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:5774">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:5774</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-09T09:50:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:5774 Rechtbank Midden-Nederland , 09-10-2024 / 16/091794-24 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:5774:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft samen met een ander, in een maand tijd, drie mannen van hun geld en/of mobiele telefoon beroofd. Daarbij heeft verdachte in alle drie de gevallen telkens een op een vuurwapen gelijkend voorwerp getoond. Het gaat om drie zeer ernstige feiten, waarmee verdachte een forse inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers heeft gemaakt. Ondanks dat verdachte nog jong is en een heel leven voor zich heeft, zijn de feiten dusdanig ernstig dat alleen kan worden volstaan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. De rechtbank legt aan verdachte een gevangenisstraf op van 36 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Mede ter voorkoming van de kans op herhaling worden 18 maanden voorwaardelijk opgelegd, waaraan gekoppeld worden een aantal bijzondere voorwaarden. Daarnaast dient verdachte aan een van de slachtoffers een schadevergoeding van € 1.600, - te betalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:5774:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/091794-24 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 9 oktober 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
        <emphasis role="bold caps"> ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [2005] te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende [adres] in [woonplaats] , </para>
      <para>hierna te noemen: verdachte.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terecht-zittingen van 25 juni 2024 en van 25 september 2024.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 25 september 2024 de zaak inhoudelijk behandeld. Verdachte is ter zitting verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. P.P. van Rhijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het openbaar ministerie werd ter zitting vertegenwoordigd door mr. E. Wiersma, officier van justitie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de benadeelde partij [slachtoffer 1] is mr. F.H. Batavier verschenen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er op neer dat verdachte:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">feit 1 </emphasis>
      </para>
      <para>op 15 februari 2024 te Utrecht samen met een ander [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot </para>
      <para>afgifte van een mobiele telefoon en/of een portemonnee;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">feit 2 </emphasis>
      </para>
      <para>op 3 maart 2024 te Utrecht samen met een ander [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot afgifte van </para>
      <para>een geldbedrag van € 500,-;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">feit 3 </emphasis>
      </para>
      <para>op 15 maart 2024 te Utrecht samen met een ander [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot afgifte </para>
      <para>van een geldbedrag van € 600,-.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para>De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>WAARDERING VAN HET BEWIJS</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend te bewijzen dat verdachte zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan de drie aan hem ten laste gelegde feiten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft geen verweer gevoerd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">feit 1 </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan. Verdachte heeft tijdens de inhoudelijke behandeling van zijn zaak bekend het onder feit 1 ten laste gelegde te hebben begaan. Zijn raadsman heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 25 september 2024; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal aangifte van 15 maart 2024, proces-verbaalnummer: PL0900-2024050105-2, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, houdende de aangifte van [slachtoffer 2] , doorgenummerde pagina 57 tot en met 66; </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan. Verdachte heeft tijdens de inhoudelijke behandeling van zijn zaak bekend het onder feit 2 ten laste gelegde te hebben begaan. Zijn raadsman heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:</para>
      </parablock>
      <para>- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 25 september 2024; </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 3 maart 2024, proces-verbaalnummer PL0900-2024068844-3, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, houdende de bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , doorgenummerde pagina 14 en 15; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 4 maart 2024, proces-verbaalnummer PL0900-2024068844, documentcode 240304.1916.24429, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, houdende de bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] , doorgenummerde pagina 17 tot en met 22.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">feit 3</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde feit heeft begaan. Verdachte heeft tijdens de inhoudelijke behandeling van zijn zaak bekend het onder feit 3 ten laste gelegde te hebben begaan. Zijn raadsman heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 25 september 2024; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal aangifte van 15 maart 2024, proces-verbaalnummer: PL0900-2024082721-2, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, houdende de aangifte van [slachtoffer 1] , doorgenummerde pagina 72 tot en met 75.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BEWEZENVERKLARING</title>
    <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>op 15 februari 2024 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon (merk: Samsung), die geheel aan die [slachtoffer 2] toebehoorde door </para>
    </parablock>
    <para>- via het account “ [accountnaam] ” op [website] .com met die [slachtoffer 2] een afspraak te maken,</para>
    <para>- die [slachtoffer 2] te ontmoeten in het portiek van de woning gelegen aan de [adres] ,</para>
    <para>- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [slachtoffer 2] te tonen, en</para>
    <para>- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen "Geef mij je geld. Ik wil je portemonnee zien"; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>op 3 maart 2024 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (van in totaal € 500), dat geheel aan die [slachtoffer 3] toebehoorde door </para>
    </parablock>
    <para>- via het account “ [accountnaam] ” op [website] .com met die [slachtoffer 3] een afspraak te maken,</para>
    <para>- die [slachtoffer 3] te ontmoeten in het portiek van de woning gelegen aan de [adres] ,</para>
    <para>- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 3] te richten en</para>
    <para>- tegen die [slachtoffer 3] te zeggen "Geef mij je geld", althans woorden van gelijke aard en/of strekking; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>op 15 maart 2024 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (van in totaal </para>
      <para>€ 600), dat geheel aan die [slachtoffer 1] toebehoorde door </para>
    </parablock>
    <para>- via het account “ [accountnaam] ” op [website] .com met die [slachtoffer 1] een afspraak te maken,</para>
    <para>- die [slachtoffer 1] te ontmoeten in het portiek van de woning gelegen aan de [adres] ,</para>
    <para>- die [slachtoffer 1] (met kracht) tegen het lichaam te duwen, waardoor een worsteling is ontstaan,</para>
    <para>- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 1] te richten en</para>
    <para>tegen die [slachtoffer 1] te zeggen "Geef mij je geld", althans woorden van gelijke aard en/of strekking.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">feit 1 </emphasis>
      </para>
      <para>afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">feit 2 </emphasis>
      </para>
      <para>afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">feit 3 </emphasis>
      </para>
      <para>afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE</title>
    <para>Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>OPLEGGING VAN STRAF </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 42 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. De officier van justitie heeft ook gevorderd om bij einduitspraak het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft het volgende aangevoerd. Verdachte heeft verklaard over wat voor hem de aanleiding is geweest om over te gaan tot het plegen van de drie feiten. Verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd en heeft spijt van wat hij heeft gedaan. Tijdens zijn detentie is verdachte bezig geweest om zijn leven weer op orde te brengen. Hij is deze maand begonnen met het volgen van een opleiding tot automonteur. Voor zijn opleiding werkt hij vier dagen per week in een garage en gaat hij een dag in de week naar school. Daarmee zorgt hij voor inkomen, het ontbreken waarvan een van de redenen is geweest voor het plegen van de feiten. Ook is hij gestopt met het gebruiken van drugs en wil hij zich richten op het zijn van een goede vader voor zijn dochter. Gelet op deze omstandigheden en gezien de manier waarop verdachte zijn leven opnieuw vorm heeft weten te geven, is de strafeis van de officier van justitie te streng. Verdachte zal dan terug in detentie gaan en zijn opleiding niet meer verder kunnen vervolgen. Er is een grote kans dat verdachte dan zal worden ‘opgeleid’ door medegedetineerden en dan zijn we verdachte kwijt. De rechtbank wordt verzocht om aan verdachte een straf op te leggen gelijk aan het voorarrest, met oplegging van een forse taakstraf van 240 uur. Als de rechtbank een gevangenisstraf wil opleggen, dan in voorwaardelijke vorm, met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van drie jaar. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Jeugdstrafrecht</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte was ten tijde van de bewezenverklaarde feiten 18 jaar oud zodat in beginsel het commune (volwassenen) strafrecht toegepast moet worden. Op grond van artikel 77c Sr kan de rechter adolescenten van 18 tot 23 jaar berechten op grond van het jeugdstrafrecht, indien hij daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het feit is begaan. De rechtbank ziet daarvoor in dit geval geen aanleiding gelet op de persoon van verdachte en het advies van de reclassering, inhoudend dat de reclassering op basis van het wegingskader ASR bij verdachte geen doorslaggevende factoren ziet die maken dat een pedagogische aanpak het meest effectief is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bepaling van de straf</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank houdt bij het bepalen van de straf rekening met de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft samen met de medeverdachte (zijn ex-vriendin), op verschillende momenten in een maand tijd, drie mannen van hun geld en/of hun mobiele telefoon beroofd. Daarbij heeft verdachte in alle drie de gevallen telkens een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die persoon getoond en/of op die persoon gericht, waardoor de personen zich gedwongen voelden om geld en/of goederen aan verdachte af te geven. Uit de wijze waarop verdachte en de medeverdachte te werk zijn gegaan blijkt een planmatig karakter, met geen ander doel dan de drie mannen te beroven van hun waardevolle spullen en/of geld. Ze hebben op grove wijze misbruik gemaakt van de door hen gecreëerde situatie. Het gaat om serieuze en zeer nare feiten waaraan verdachte zich samen met de medeverdachte heeft schuldig gemaakt.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoon van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door W. Kieft, werkzaam bij Reclassering Nederland als reclasseringswerker, is een zogenoemd Reclasseringsadvies over verdachte opgesteld. In het advies, gedagtekend op </para>
        <para>23 augustus 2024, staat, voor zover van belang in deze zaak, het volgende. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De directe aanleiding tot het delictgedrag zou stress door financiële zorgen zijn geweest. Er is sprake geweest van een al langere opbouw van spanningen en een neerwaartse spiraal in het maatschappelijk functioneren van verdachte. Verdachte had het gevoel dat hij zijn problemen zelfstandig moest oplossen, maar hij kon door de stress niet goed meer nadenken. Verdachte wordt beschreven als loyaal, beïnvloedbaar en goed van vertrouwen. Hij is gemotiveerd om zijn opleiding af te maken, die hij in september kan hervatten. Hij heeft gedurende zijn preventieve hechtenis een werk- en stageplek gevonden en ook is hij in detentie gestopt met het roken van cannabis, wat hij weet vol te houden. In detentie is verdachte bezig geweest met de vraag hoe hij het delict heeft kunnen plegen en hij toont zich bereid om te reflecteren op zijn gedrag en om andere keuzes te maken in de toekomst. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het risico op algemene en geweldsrecidive wordt ingeschat als gemiddeld. Door het ontbreken van een delictsverleden worden geen aanwijzingen gezien voor een structurele antisociale houding of een gebrekkige gewetensontwikkeling. Sinds de schorsing van zijn preventieve hechtenis zet hij zich op positieve wijze in voor doelen als werk, aflossen van schulden en het contact met zijn dochter. </para>
        <para>Het eerder gegeven advies om volwassenstrafrecht toe te passen blijft in stand. Er worden geen doorslaggevende factoren gezien die maken dat een pedagogische aanpak het meest passend en effectief is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij een veroordeling wordt geadviseerd een (deels) voorwaardelijke straf met de volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandeling, een drugsverbod, een contactverbod, dagbesteding en het meewerken aan schuldhulpverlening. Als deze voorwaarden worden overgenomen dan wordt geadviseerd dat de volwassenreclassering opdracht krijgt om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte daarbij te begeleiden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Een gevangenisstraf kan het volgen van de opleiding tot automonteur belemmeren. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op te leggen straf</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de straf en de duur daarvan heeft de rechtbank rekening gehouden met de volgende feiten en omstandigheden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan drie zeer ernstige feiten. De feiten vonden plaats in de openbaarheid en hadden geen ander doel dan geldelijk gewin. Daarnaast gaat het om feiten die een forse inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers hebben gemaakt. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring van [slachtoffer 1] komt ook duidelijk naar voren de impact die het gebeuren voor hem heeft gehad en nog steeds heeft. <?linebreak?></para>
        <para>Daar staat tegenover dat verdachte zeer jong is en nog een heel leven voor zich heeft. Ter zitting heeft verdachte zijn verantwoordelijkheid genomen voor zijn gedrag. Uit het advies van de reclassering blijkt dat verdachte zijn detentie heeft aangegrepen om zijn toekomst opnieuw vorm te geven en problemen in zijn leven aan te pakken. Tot slot is verdachte niet eerder veroordeeld voor een strafbaar feit. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de aard en de ernst van de door verdachte begane feiten geen andere straf rechtvaardigen dan oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Een straf gelijk aan het aantal dagen (103) voorarrest doet naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende recht aan de ernst van de drie feiten en het verwijt dat verdachte wordt gemaakt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende komt de rechtbank tot oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Om de kans op herhaling te verminderen, zal de rechtbank een deel van het op te leggen gevangenisstraf, te weten 18 maanden, in voorwaardelijke vorm opleggen en daaraan de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden koppelen. Aan de reclassering zal opdracht worden gegeven om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte daarbij te begeleiden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank vindt een proeftijd van 2 jaar onder de gegeven omstandigheden volstaan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte opheffen, nu de rechtbank tot een veroordeling komt en tot oplegging van een gevangenisstraf die langer duurt dan de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. Gelet op de ernst van de feiten en het signaal dat van de straf moet uitgaan weegt het strafvorderlijk belang zwaarder dan het persoonlijk belang van verdachte om een eventueel hoger beroep in vrijheid af te wachten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>BESLAG</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft verzocht om het inbeslaggenomen geldbedrag van € 545,- verbeurd te verklaren. Het geldbedrag is aangetroffen op de kamer van verdachte en is verkregen door middel van de tenlastegelegde feiten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft geen opmerkingen gemaakt met betrekking tot het beslag.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal het in beslag genomen geldbedrag van € 545,- verbeurd verklaren, nu het gaat om geld dat geheel of grotendeels door middel van de bewezenverklaarde feiten is verkregen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>VORDERING BENADEELDE PARTIJ</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) heeft zich als benadeelde partij gevoegd in deze procedure en vordert van verdachte betaling van € 2.600,- aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het door [slachtoffer 1] gevorderde bedrag ziet op vergoeding van € 600,- aan materiële schade en op vergoeding van € 2.000,- aan immateriële schade. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>10.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het door [slachtoffer 1] gevorderde bedrag aan schadevergoeding in zijn geheel toewijsbaar is. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot vergoeding van het bedrag van € 600,- toewijsbaar is. De raadsman heeft de rechtbank verzocht om de vordering voor wat betreft de vergoeding van de immateriële schade te matigen.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op het onderzoek ter terechtzitting is voldoende aannemelijk dat verdachte aan de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft toegebracht door het onder feit 3 bewezen verklaarde handelen van verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht de namens de benadeelde partij gevorderde vergoeding van de materiële schade, te weten het weggenomen geldbedrag van € 600,-, toewijsbaar. </para>
        <para>Voor wat betreft de vordering tot vergoeding van immateriële schade overweegt de rechtbank het volgende. Voldoende is gebleken dat de benadeelde partij door het bewezen verklaarde handelen van verdachte lichamelijk letsel heeft opgelopen. Dat betekent dat de benadeelde partij op grond van artikel 6:106 lid 1 sub b van het Burgerlijk Wetboek recht heeft op vergoeding van door hem geleden immateriële schade. Bij de begroting van de omvang hiervan heeft de rechtbank gekeken naar vergelijkbare zaken en gelet op de omstandigheden waaronder het onderhavige strafbare feit is gepleegd. Op grond hiervan vindt de rechtbank een vergoeding voor deze schade van € 1.000,- billijk. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wettelijke rente</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij toewijzen tot een bedrag van</para>
        <para>€ 1.600,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 maart 2024 tot aan de dag van algehele voldoening.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Niet-ontvankelijk</emphasis>
        </para>
        <para>De benadeelde partij heeft meer gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. Hetgeen door de benadeelde partij meer is gevorderd levert voor dat deel een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij voor dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoofdelijkheid</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader hoofdelijk aansprakelijk. Dat betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Kosten</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
        </para>
        <para>Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 1] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1.600,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 15 maart 2024 tot de dag van volledige betaling. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 26 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 4a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f, 47, 57 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>12</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verklaart </emphasis>het laste gelegde bewezen zoals hiervoor onder onderdeel 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verklaart </emphasis>het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan</para>
      <para>vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verklaart </emphasis>het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in onderdeel 6 </para>
      <para>is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verklaart</emphasis> verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oplegging straf </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Veroordeelt </emphasis>verdachte tot een gevangenisstraf van <emphasis role="bold">36 maanden.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bepaalt d</emphasis>at de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in </para>
      <para>verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de </para>
      <para>gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bepaalt </emphasis>dat van de gevangenisstraf een gedeelte van <emphasis role="bold">18 maanden</emphasis>, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stelt </emphasis>daarbij een proeftijd van <emphasis role="bold">2</emphasis> (<emphasis role="bold">twee</emphasis>) jaren vast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Als </emphasis>algemene voorwaarden gelden dat verdachte: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>* 	zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
      <para>* 	ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
      <para>* 	medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stelt </emphasis>als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Meldplicht bij reclassering</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zich binnen drie werkdagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland op het adres Zwarte Woud 2 te Utrecht. Betrokkene blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Ambulante behandeling</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zich laat behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zodra deze beschikbaar is en richt zich op abstinentie van cannabis en het vergroten van copingsvaardigheden. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Drugsverbod</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">geen drugs gebruikt en meewerkt aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Contactverbod</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] heeft of zoekt, zolang het openbaar ministerie dit verbod nodig vindt, met uitzondering van eventuele trajecten gericht op mediation/herstelbemiddeling.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Dagbesteding</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [naam] onderwijs volgt totdat hij de opleiding heeft afgerond of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Hij spant zich in voor het vinden en behouden van een leerwerkplek, dan wel betaald werk, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Meewerken aan schuldhulpverlening</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">mee werkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Waarbij </emphasis>de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van </para>
      <para>het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en </para>
      <para>verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verklaart </emphasis>het volgende voorwerp verbeurd:</para>
    </parablock>
    <para>545 EUR (Omschrijving MDA4R024022_808442).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wijst </emphasis>de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 1.600,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 maart 2024 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verklaart </emphasis>de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in zijn vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Veroordeelt</emphasis> verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Legt </emphasis>verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat</para>
      <para>€ 1.600,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 maart 2024 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 26 dagen gijzeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bepaalt </emphasis>dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorlopige hechtenis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Heft</emphasis> op de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.E. van den Brink, voorzitter, mr. drs. S.M. van Lieshout, en mr. A.J. Reitsma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Troostheide, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 oktober 2024. </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Mr. Van den Brink is niet in staat</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">om dit vonnis mede te ondertekenen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>hij op of omstreeks 15 februari 2024 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld</para>
      <para>
        [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon (merk: Samsung) en/of portemonnee (met inhoud), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 2] en/of een derde toebehoorde(n) door </para>
    </parablock>
    <para>- via het account “ [accountnaam] ” en/of “ [accountnaam] ” op [website] .com met die [slachtoffer 2] een afspraak te maken,</para>
    <para>- ( vervolgens) die [slachtoffer 2] te ontmoeten in het portiek van de woning gelegen aan de [adres] ,</para>
    <para>- ( vervolgens) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 2] te richten en/of aan die [slachtoffer 2] te tonen, en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer 2] te zeggen "Geef mij je geld. Ik wil je portemonnee zien"; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>( art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 317 lid 3 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>hij op of omstreeks 3 maart 2024 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld</para>
      <para>
        [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (van in totaal €500), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 3] en/of een derde toebehoorde(n) door </para>
    </parablock>
    <para>- via het account “ [accountnaam] ” op [website] .com met die [slachtoffer 3] een afspraak te maken,</para>
    <para>- ( vervolgens) die [slachtoffer 3] te ontmoeten in het portiek van de woning gelegen aan de [adres] ,</para>
    <para>- ( vervolgens) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 3] te richten en/of aan die [slachtoffer 3] te tonen, en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer 3] te zeggen "Geef mij je geld", althans woorden van gelijke aard en/of strekking; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>( art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 317 lid 3 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3</para>
      <para>hij op of omstreeks 15 maart 2024 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld</para>
      <para>
        [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (van in totaal €600), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derde toebehoorde(n)</para>
      <para>door </para>
    </parablock>
    <para>- via het account “ [accountnaam] ” op [website] .com met die [slachtoffer 1] een afspraak te maken,</para>
    <para>- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] te ontmoeten in het portiek van de woning gelegen aan de [adres] ,</para>
    <para>- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] (met kracht) tegen het lichaam te duwen, waardoor een worsteling is ontstaan,</para>
    <para>- ( vervolgens) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 1] te richten en/of aan die [slachtoffer 1] te tonen, en/of</para>
    <para>(vervolgens) tegen die [slachtoffer 1] te zeggen "Geef mij je geld", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>( art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 317 lid 3 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>