<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:5687</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-11T09:30:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10801578 UC EXPL  23-7927</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:5687">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:5687</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-11T09:29:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:5687 Rechtbank Midden-Nederland , 18-09-2024 / 10801578 UC EXPL  23-7927</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:5687:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiser heeft na de mondelinge behandeling verzocht om doorhaling van de zaak; gedaagde is het eens met de doorhaling maar vordert wel nog € 500,00 aan proceskosten; gedaagde heeft dit bedrag niet onderbouwd; er wordt € 100,00 aan proceskosten toegewezen omdat gedaagde twee keer naar een zitting is gekomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:5687:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 10801578 UC EXPL  23-7927 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 18 september 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>verder ook te noemen: [eiseres] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: Smits Legal,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] h.o.d.n. [handelsnaam]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verder ook te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft bij dagvaarding van 29 november 2023 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft op 3 januari 2024 schriftelijk geantwoord. De mondelinge behandeling heeft op 16 mei 2024 plaatsgevonden. Hiervan zijn door de griffier aantekeningen gemaakt. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft via haar brief van 5 juli 2024 laten weten dat zij de verkeerde persoon heeft gedagvaard en aan de kantonrechter verzocht om over te gaan tot doorhaling van de zaak op de rol. [gedaagde] heeft daarna op de rolzitting van 24 juli 2024 om een proceskostenveroordeling verzocht. [eiseres] heeft vervolgens via haar akte van 14 augustus 2024 gereageerd op dit verzoek van [gedaagde] . </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Hierna is bepaald dat vandaag het vonnis zal worden gewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft de vordering ingetrokken. [gedaagde] heeft echter wel tijd moeten besteden om zich te verdedigen in deze zaak. Naar het oordeel van de kantonrechter moet [eiseres] daarom de proceskosten van [gedaagde] vergoeden. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] stelt dat [gedaagde] in de fase voorafgaand aan de procedure onduidelijk zou zijn geweest over de situatie en zich er (inhoudelijk) met heeft bemoeid. Dat maakt echter nog niet dat zij er van uit mocht gaan dat zij [gedaagde] in rechte moest betrekken (en niet [A] ). De overeenkomst waar [eiseres] haar vorderingen op baseert is namelijk ondertekend door [A] , en niet door [gedaagde] . </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] verzoekt om een bedrag ter hoogte van € 500,00 aan proceskosten toe te wijzen, omdat hij in totaal een dag werk heeft gemist vanwege de procedure. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt als volgt. In zaken waarin een partij in persoon (zonder gemachtigde) procedeert is het uitgangspunt dat een bedrag aan verletkosten wordt toegewezen van € 50,00 per keer dat [gedaagde] naar een zitting is gekomen.<footnote-ref linkend="_c152db55-f942-47fa-b2b0-a3e4d2729086" /> Als [gedaagde] meer dan € 50,00 aan kosten heeft gemaakt en dat vergoed wil zien, moet hij deze kosten onderbouwen. Een beslissing van een rechter op die vordering is namelijk maatwerk. In dit geval heeft [gedaagde] niet onderbouwd waarom hij vindt dat een proceskostenveroordeling van € 500,00 op zijn plaats zou zijn. De kantonrechter ziet daarom geen aanleiding om af te wijken van het hiervoor genoemde uitgangspunt. Omdat [gedaagde] twee keer naar een zitting is gekomen, begroot de kantonrechter de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] op € 100,00.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De nakosten worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing </title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 100,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Wagenaar, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_c152db55-f942-47fa-b2b0-a3e4d2729086" label="1">
    <para> Conform het besluit van het LOVCK van 6 februari 2023. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>