<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:5684</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-17T08:35:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 23/2656-T2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:5684">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:5684</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-17T08:35:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:5684 Rechtbank Midden-Nederland , 03-09-2024 / UTR 23/2656-T2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:5684:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenuitspraak. De rechtbank vindt in dit geval een verlenging van de termijn om het gebrek te herstellen gerechtvaardigd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:5684:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 23/2656 T2</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 3 september 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , uit [plaats] , eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J.T.A.M. van Mierlo),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. C. Brons).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de tussenuitspraak van 18 juni 2024 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank eiser in de gelegenheid om de gegevens over de ritten naar de landbouwpercelen binnen vier weken na verzending van deze tussenuitspraak uit te werken én het college in de gelegenheid gesteld om daarna binnen acht weken het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak. Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar die tussenuitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 20 augustus 2024 heeft het college de rechtbank verzocht de in de tussenuitspraak gestelde termijn te verlengen. De gemachtigde van eiser heeft op 30 augustus 2024 schriftelijk op dit verzoek gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Alleen in bijzondere gevallen stemt de rechtbank in met een verzoek om verlenging van de in de tussenuitspraak gestelde termijn. Het verzoek moet daarom zijn gemotiveerd. Ook moet het verzoek binnen de bij de tussenuitspraak bepaalde termijn worden ingediend.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank heeft de nadere gegevens van eiser met een brief van 11 juli 2024 aan het college doorgezonden, welke stukken het college op 16 juli 2024 heeft ontvangen. Het college heeft het verzoek om verlenging van de termijn om het gebrek te herstellen gedaan binnen de termijn die de rechtbank hiervoor heeft gesteld in de tussenuitspraak. Het college verzoekt de rechtbank om de termijn met zes weken te verlengen, omdat de stukken ter advisering aan Thorbecke moeten worden voorgelegd en het gelet op de ontvangst in de zomervakantieperiode het niet lukt binnen de termijn van acht weken te reageren.</para>
    <para />
    <para>3. De gemachtigde van eiser kan instemmen met een verlenging van de termijn, maar vindt vier weken voldoende voor het college om een goed te besluit te kunnen nemen. Daarbij wijst hij erop dat hij de stukken op 10 juli 2024 ook naar het college heeft gestuurd. </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank vindt – gelet op de ontvangst van de stukken door het college midden in de zomerperiode – in dit geval een verlenging van de termijn gerechtvaardigd. De oorspronkelijk bepaalde termijn is voor een reactie van het college te kort gebleken en eiser is het als zodanig eens met de verlenging van de termijn. Hoewel eiser een termijn van vier weken voldoende vindt, ziet de rechtbank aanleiding om het verzoek om de termijn met zes weken te verlengen in te willigen. Dit is de termijn die volgens het college nodig is voor Thorbecke om te adviseren en de daarna te nemen nieuwe beslissing op bezwaar of nadere motivering. Elke andere beslissing van de rechtbank leidt naar alle waarschijnlijkheid tot een minder zorgvuldige en daarmee een minder finale vorm van geschilbeslechting. </para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- stelt het college in de gelegenheid om uiterlijk op 22 oktober 2024 het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de eerste tussenuitspraak;</para>
    <para>- houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Spee, voorzitter, en mr. K. de Meulder en mr. L.P. Hertsig, leden, in aanwezigheid van mr. S.C.J. van der Hoorn, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 september 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzitter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>