<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:5676</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T09:12:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24.019220</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:5676">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:5676</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T09:10:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:5676 Rechtbank Midden-Nederland , 26-09-2024 / 24.019220</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:5676:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>omzettingsbeslissing niet rechtsgeldig want niet ondertekend door een officier van justitie</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:5676:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <para>Afdeling Strafrecht</para>
  <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:		16-289193-22</para>
    <para>Raadkamernummer:	24-019220</para>
    <para>Datum:			26 september 2024</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beslissing van de politierechter op het bezwaar op grond van artikel 6:6:23 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [veroordeelde] ,</emphasis>
    </para>
    <para>geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] ,</para>
    <para>woonplaats kiezend op het kantoor van zijn raadsman mr. C.C.J. Tuip, advocaat te Diemen,</para>
    <para>hierna te noemen: veroordeelde.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het vonnis van de politierechter van deze rechtbank van 24 februari 2023 dient veroordeelde (onder meer) een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 240 uren te verrichten. Daarbij is bevolen dat  vervangende hechtenis van 80 dagen zal worden toegepast voor het geval veroordeelde deze taakstraf niet (volledig) verricht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 30 mei 2023 is een eerder ingediend bezwaarschrift tegen de omzetting van de taakstraf door de politierechter gegrond verklaard. Bepaald is dat veroordeelde 160 uren taakstraf dient te verrichten binnen 1 jaar, waarbij vervangende hechtenis zal worden toegepast van 80 dagen indien de taakstraf niet naar behoren wordt verricht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Reclassering heeft in het rapport van 22 mei 2024 aan het Openbaar Ministerie te kennen gegeven dat veroordeelde de taakstraf niet (naar behoren) heeft verricht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft op 12 juli 2024 beslist dat vervangende hechtenis wordt toegepast. De kennisgeving van deze beslissing is rechtsgeldig aan veroordeelde betekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 1 augustus 2024 heeft de griffie van deze rechtbank een bezwaarschrift van veroordeelde ontvangen. Het bezwaarschrift richt zich tegen de beslissing tot toepassing van de vervangende hechtenis.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Het bezwaarschrift van veroordeelde is behandeld ter openbare terechtzitting van 26 september 2024. Daarbij zijn gehoord de officier van justitie mr. T. van Brakel, veroordeelde en zijn raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het bezwaar</title>
    <para>Namens veroordeelde is verzocht het bezwaarschrift gegrond te verklaren en veroordeelde de gelegenheid te geven de taakstraf alsnog te voltooien.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de officier van justitie </title>
    <para>De officier van justitie heeft ter zitting het standpunt ingenomen dat de omzettingsbeslissing, ondanks dat deze niet is ondertekend door een officier van justitie, rechtsgeldig is. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het bezwaarschrift gegrond moet worden verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het oordeel van de politierechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Rechtsgeldigheid omzettingsbeslissing</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van artikel 6:3:3 Sv beslist het Openbaar Ministerie of vervangende hechtenis wordt toegepast. Op grond van artikel 125 (met verwijzing naar artikel 1 sub b onder 6 en 7) juncto artikel 126 lid 3 van de Wet op de rechterlijke organisatie gaat het daarbij om een beslissing van een officier van justitie, die niet kan worden gemandateerd. Daarbij is allereerst van belang dat het gaat om een bevoegdheid die leidt tot vrijheidsbeneming en voorts dat het een bevoegdheid betreft waarbij discretionaire ruimte wordt gelaten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de omzettingsbeslissing niet is ondertekend, kan de politierechter niet vaststellen of in het onderhavige geval door een officier van justitie is beslist tot toepassing van de vervangende hechtenis. Het dossier bevat ook overigens geen stukken waaruit blijkt dat de omzettingsbeslissing (wel) door een officier van justitie is genomen. Gelet hierop moet het ervoor worden gehouden dat de omzettingsbeslissing niet rechtsgeldig is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter zal het bezwaarschrift, dat zich richt tegen de (niet rechtsgeldige) omzettingsbeslissing, om die reden (ambtshalve) gegrond verklaren. De in het bezwaarschrift aangevoerde bezwaren kunnen daarom onbesproken blijven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter bepaalt dat veroordeelde nog 24 uren taakstraf dient te verrichten, te vervangen door 12 dagen hechtenis indien veroordeelde de taakstraf niet (volledig) verricht. De politierechter bepaalt de termijn waarbinnen veroordeelde deze taakstraf dient te hebben verricht op 4 maanden na heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het bezwaarschrift <emphasis role="bold">gegrond</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat veroordeelde <emphasis role="bold">24 uren taakstraf moet verrichten binnen 4 maanden</emphasis> na heden, met bevel, voor het geval dat veroordeelde de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 12 dagen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is genomen door mr. A.M.M. Lemmen, politierechter, in tegenwoordigheid van mr. R.S. Wijkstra, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 september 2024.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>