<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:5669</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-10T09:18:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/572009 / HL ZA 24-75</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:5669">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:5669</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-10T09:17:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:5669 Rechtbank Midden-Nederland , 09-10-2024 / C/16/572009 / HL ZA 24-75</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:5669:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Misbruik van bevoegdheid. Naar aanleiding van een eerder vonnis van deze rechtbank zijn executiemaatregelen getroffen en is een woning door middel van een openbare veiling verkocht. Daarbij is door de schuldeiser geen misbruik gemaakt van de bevoegdheid  om tot executie van het vonnis over te gaan. De aangeboden betalingsregeling mocht worden geweigerd. Er is niet onrechtmatig gehandeld. Vordering afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:5669:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Midden-Nederland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/16/572009 / HL ZA 24-75</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 9 oktober 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] , handelend onder de naam [handelsnaam]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: <emphasis role="bold">[eiser]</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. H.R. Yücesan in Almere,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde sub 1] , </title>
    <parablock>
      <para>wonende in [woonplaats] ,<?linebreak?>2. <emphasis role="bold">[gedaagde sub 2]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partijen,</para>
      <para>hierna samen te noemen: <emphasis role="bold">[gedaagde sub 1] c.s.</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. S.E. Toffoletto in Amersfoort.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>In het procesdossier zitten de volgende stukken:</para>
      <para>- de dagvaarding van 7 maart 2024 met producties 1 tot en met 12;</para>
      <para>- de conclusie van antwoord met producties 14 tot en met 23;</para>
      <para>- de akte overlegging producties 13 tot en met 28 van [eiser] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 augustus 2024. [eiser] is verschenen en werd bijgestaan door mr. Yücesan. De heer [gedaagde sub 1] is verschenen (mede namens mevrouw [gedaagde sub 2] ) en werd bijgestaan door mr. Toffoletto. De spreekaantekeningen die mr. Yücesan heeft voorgelezen zijn toegevoegd aan het dossier. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat tijdens de mondelinge behandeling met partijen besproken is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechter heeft op de mondelinge behandeling gezegd dat uiterlijk op 16 oktober 2024 vonnis zal worden gewezen en indien mogelijk eerder.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De kern van de zaak </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Deze rechtbank heeft [eiser] in een vonnis van 19 april 2023 veroordeeld om <?linebreak?>€ 39.322,14 (vermeerderd met rente) aan [gedaagde sub 1] c.s. te betalen. Daaraan voldeed [eiser] na vele sommaties niet. [gedaagde sub 1] c.s. hebben daarom aangedrongen op executoriale verkoop van de woning van [eiser] . De woning is op 6 februari 2024 door middel van een openbare veiling aan een derde partij verkocht. Deze zaak gaat over de vraag of [gedaagde sub 1] c.s. misbruik hebben gemaakt van hun bevoegdheid om tot executie over te gaan en daarom onrechtmatig hebben gehandeld. De rechtbank oordeelt dat daar geen sprake van is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde sub 1] c.s. hebben geen misbruik gemaakt van hun bevoegdheid</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] vindt dat [gedaagde sub 1] c.s. misbruik hebben gemaakt van hun positie als schuldeiser, omdat zij zijn aangeboden betalingsregelingen niet hadden mogen weigeren. [eiser] heeft daarin ongelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat zij begrijpt en op de mondelinge behandeling gezien heeft dat de executoriale verkoop van de woning grote (emotionele) impact heeft op [eiser] . Maar dat neemt niet weg dat [gedaagde sub 1] c.s. het recht hebben om hun vordering te verhalen op alle goederen van [eiser] en dus de woning executoriaal te (laten) verkopen via een openbare veiling. [eiser] heeft voldoende gelegenheid gehad om zijn vordering te betalen en daarmee de executoriale verkoop van zijn woning te voorkomen, maar heeft dat niet gedaan. [eiser] heeft niet eens een begin gemaakt met aflossing van de schuld van [gedaagde sub 1] c.s. [eiser] stelt ook een voorstel te hebben gedaan van een aflossing van € 2.000,00 per maand en € 5.000,00 tot € 10.000,00 ineens, maar dat voorstel is weersproken en op geen enkele manier onderbouwd. Volgens de overgelegde stukken was het (uiteindelijke) voorstel van [eiser] een aflossing van € 2.000,00 per maand. Maar dat hebben [gedaagde sub 1] c.s. niet geaccepteerd. Zij hoefden een betalingsregeling ook niet te accepteren. Dat [gedaagde sub 1] c.s. de enige schuldeiser was die niet akkoord ging met de door [eiser] aangeboden betalingsregeling is niet relevant, maar is bovendien betwist en niet onderbouwd door [eiser] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [eiser] stelt nog dat zijn woning verkocht is voor een veel lager bedrag dan dat het waard was. Na aankondiging van de executoriale verkoop had [eiser] ook met [gedaagde sub 1] c.s. in overleg kunnen gaan om de woning onderhands te verkopen. Ook had hij onderhands een koper kunnen aandragen. Dat heeft [eiser] allemaal niet gedaan. De inboedel van [eiser] is na de verkoop van de woning op straat komen te staan. Dat daarbij zaken met emotionele waarde verloren zijn gegaan is zeer verdrietig voor [eiser] , maar kan niet aan [gedaagde sub 1] c.s. worden tegengeworpen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] nog gesteld dat het vonnis van 19 april 2023 berust op een feitelijke en juridische misslag, omdat een e-mailbericht van 14 september 2021 niet bij de beoordeling betrokken zou zijn. Als [eiser] het niet eens was met het vonnis had hij daar hoger beroep tegen kunnen instellen. Dat heeft hij niet gedaan. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [eiser] moet de proceskosten van [gedaagde sub 1] c.s. betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Omdat [eiser] ongelijk heeft gekregen, moet hij de proceskosten van [gedaagde sub 1] c.s. betalen. Die worden tot vandaag begroot op € 1.726,00. Bestaande uit: griffierecht van <?linebreak?>€ 320,00, salaris advocaat van € 1.228,00 (2 punten x tarief II) en de nakosten van € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [eiser] af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.726,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.M.J. Schoenaker en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2024. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>