<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:5620</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-30T12:34:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">81/337766-21 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:5620">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:5620</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-27T14:23:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:5620 Rechtbank Midden-Nederland , 16-09-2024 / 81/337766-21 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:5620:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Uit het vonnis in de hoofdzaak van 16 september 2024 volgt dat veroordeelde in 2019 en 2020 het op haar bedrijf rustende pluimveerecht heeft overschreden. Als gevolg daarvan heeft veroordeelde voordeel genoten. Het wederrechtelijk verkregen voordeel bedraagt € 3.019,24 (voor 2019) + € 2.517,96 (voor 2020) = € 5.537,22</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:5620:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 81/337766-21 (ontneming)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige economische kamer op de vordering van de officier van justitie tot ontneming </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold caps">v.o.f. [veroordeelde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [adres] , [vestigingsplaats] , <?linebreak?>hierna: veroordeelde.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 2 september 2024. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van officier van justitie mr. J.P. Senior en van hetgeen [vennoot] , vennoot van veroordeelde, namens veroordeelde en de raadsman van veroordeelde, mr. G.R.A.G. Goorts, advocaat te Deurne, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>VORDERING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van € 7.524,07 kan worden toegewezen. De betalingsverplichting kan op hetzelfde bedrag worden vastgesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging	</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft aangevoerd dat de betalingsverplichting lager dient te worden vastgesteld dan het geschatte voordeel, omdat veroordeelde in een bijzondere situatie verkeerde door de handelswijze die jarenlang werd goedgekeurd. Daarnaast zijn de NVWA en de officier van justitie ten onrechte uitgegaan van de marktprijs voor het leasen van pluimveerechten. In plaats daarvan dient het wederrechtelijk voordeel te worden gebaseerd op (het surplus van) de prijs van pluimveerechten die veroordeelde verhuurde aan anderen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>BEOORDELING VAN DE VORDERING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De grondslag van de vordering</emphasis>
        </para>
        <para>De veroordeelde is bij vonnis van 16 september 2024 van deze rechtbank, veroordeeld, voor zover van belang, de volgende strafbare feiten: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>ten aanzien van feit 1 en feit 2: opzettelijke overtreding van het voorschrift gesteld bij artikel 20, eerste lid, Meststoffenwet, begaan door een rechtspersoon, </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De grondslag voor de ontnemingsvordering is een veroordeling voor een strafbaar feit. Voor de ontnemingsvordering betekent dit, dat bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden gelet op voordeel afkomstig uit de strafbare feiten die de veroordeelde heeft begaan en strafbare feiten waarvan aannemelijk is dat veroordeelde deze heeft begaan (artikel 36e, lid 2 Wetboek van Strafrecht). </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beoordeling en berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Over het jaar 2019</emphasis>
        </para>
        <para>Uit het vonnis in de hoofdzaak van 16 september 2024 volgt dat veroordeelde in 2019 het op haar bedrijf rustende pluimveerecht heeft overschreden met 3.084 PE. Als gevolg daarvan heeft veroordeelde voordeel genoten. Veroordeelde had die overschrijding van pluimveerechten namelijk moeten compenseren door pluimveerechten bij te leasen (standpunt officier van justitie) of door af te zien van het verleasen van het surplus aan eigen rechten (standpunt verdediging). Nu veroordeelde in december 2019 meer pluimveerechten heeft verleast dan de genoemde 3.084 PE, is de rechtbank met de verdediging van oordeel dat het wederrechtelijk voordeel bestaat uit de lease-inkomsten die veroordeelde daarvan heeft genoten. Het voordeel staat daarmee gelijk aan de ten onrechte ontvangen lease-inkomsten van 3.084 PE. Die inkomsten waren per pluimveerecht gemiddeld lager dan de marktleaseprijs van € 1,48, namelijk € 0,979 per pluimveerecht. De rechtbank is van oordeel dat veroordeelde die prijs voldoende heeft onderbouwd en aannemelijk gemaakt. Dit blijkt uit de door de verdediging overgelegde lease factuur over 2019, die onderdeel uitmaakt van het dossier.<footnote-ref linkend="_f7fe7701-ae6e-4674-a1a5-0ea58de7d4ad" /> Uit die factuur volgt dat 18.000 productierechten werden verleast voor een totaal prijs van € 17.622,-.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het wederrechtelijk verkregen voordeel in 2019, bedraagt:</para>
        <para>overschrijding 3.084 PE <emphasis role="bold">x</emphasis> € 0,979 per pluimveerecht = € 3.019,24</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet hierop stelt de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel voor het jaar 2019 vast op € 3.019,24. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Over het jaar 2020</emphasis>
        </para>
        <para>Uit het vonnis in de hoofdzaak van 16 september 2024 volgt dat veroordeelde in 2020 het op haar bedrijf rustende pluimveerecht (4.621 PE) heeft overschreden met 2.325 PE.</para>
        <para>Ook in dit jaar heeft veroordeelde meer pluimveerechten verleast dan dit aantal. De verdediging heeft aangevoerd dat veroordeelde over het jaar 2020 een gemiddelde prijs van € 0,923 per pluimveerecht heeft gekregen. Die gemiddelde prijs heeft veroordeelde echter niet goed onderbouwd. De rechtbank is van oordeel dat op basis van de door veroordeelde overgelegde facturen van 2020<footnote-ref linkend="_96164864-c50d-4aa3-b8f3-02c8f16e9730" /> uitgegaan moet worden van een hogere gemiddelde prijs per pluimvee-eenheid, en wel als volgt: </para>
      </parablock>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="5">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <colspec colname="colE" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="bold">Factuur 8 december 2020</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="bold">Factuur 9 december 2020</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="bold">Factuur 18 december 2020</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="bold">Totaal</emphasis>
                </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="bold">Aantal verhuurde pluimveerechten</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>5000</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>2500</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>4300</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>11.800</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="bold">Prijs per pluimveerecht</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 1,-</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 1,05</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 1,20</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="bold">Totaal</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 5.000,-</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 2.625,-</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 5.160,-</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 12.785,-</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>De gemiddelde prijs per pluimvee-eenheid is dus € 12.785 <emphasis role="bold">/</emphasis> 11.800 = € 1,083.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het wederrechtelijk verkregen voordeel in 2020, bedraagt:</para>
        <para>overschrijding 2.325 PE <emphasis role="bold">x</emphasis> € 1,083 per pluimveerecht = € 2.517,96. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet hierop stelt de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel voor het jaar 2020 vast op € 2.517,96.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>Het wederrechtelijk verkregen voordeel bedraagt daarmee € 3.019,24 (voor 2019) + € 2.517,96 (voor 2020) = € 5.537,22</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Betalingsverplichting</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt het bedrag dat door veroordeelde dient te worden betaald aan de staat, vast op € 5.537,22. Er bestaat geen aanleiding om die lager vast te stellen zoals door de verdediging is betoogd. Zoals ook in het strafvonnis is overwogen, was de ‘houdbaarheidsdatum’ van de interpretatie uit 2010 ten aanzien van dwergouderdieren zeker tegen het einde van 2019 verlopen en heeft veroordeelde dat kunnen en moeten weten. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>TOEGEPAST WETSARTIKEL</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 5.537,22,-;</para>
    <para />
    <para>- legt de veroordeelde <emphasis role="bold">de verplichting op tot betaling van € 5.537,22,- aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.P. Verboom, voorzitter, mr. H.A. Brouwer en mr. M.J. Westerink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.S. Stekkel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 september 2024.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_f7fe7701-ae6e-4674-a1a5-0ea58de7d4ad" label="1">
    <para> Bijlage bij de schriftelijke reactie van veroordeelde van 14 oktober 2021, die als bijlage is toegevoegd aan het aanvullend proces-verbaal van 14 oktober 2021 van de NVWA.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_96164864-c50d-4aa3-b8f3-02c8f16e9730" label="2">
    <para> Bijlage bij de schriftelijke reactie van veroordeelde van 14 oktober 2021, die als bijlage gevoegd bij het aanvullend proces-verbaal van 14 oktober 2021 van de NVWA.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>