<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:5295</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-10T07:28:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11213524 \ UV EXPL  24-165</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2024-1166</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2024-1166</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:5295">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:5295</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-19T09:14:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:5295 Rechtbank Midden-Nederland , 06-09-2024 / 11213524 \ UV EXPL  24-165</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:5295:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding met betrekking tot vordering betaling achterstallig loon. Werkgever is ten onrechte overgegaan tot stopzetting van het loon.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:5295:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11213524 UV EXPL  24-165 LvdH/1470</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Kort geding vonnis van 6 september 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verder ook te noemen [eiser] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: mr. W.J.H. de Jong,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>verder ook te noemen [gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J. Brouwer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding met producties 1 tot en met 13;</para>
      <para>- de producties 1 tot en met 13 van de zijde van [gedaagde] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 augustus 2024. Daarbij is [eiser] verschenen, vergezeld van zijn partner en bijgestaan door de gemachtigde. Namens [gedaagde] is verschenen mevrouw [A] (werkzaam bij Legal &amp; Corporate Affairs van [gedaagde] ), bijgestaan door de gemachtigde. </para>
        <para>Partijen hebben hun standpunten toegelicht, waarbij zij gebruik hebben gemaakt van spreekaantekeningen. Van de spreekaantekeningen van mr. Brouwer worden de nrs. 2.3, 2.5 na de eerste alinea, 3, 6 na de eerste alinea, 11 en 15 3e en 6e alinea buiten beschouwing gelaten, nu deze niet zijn voorgedragen. Partijen hebben op elkaar kunnen reageren. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Waar gaat de zaak over?</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] is sinds 1 maart 2024 in dienst van [gedaagde] op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van één jaar in de functie van Teamlead Production. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 25 juni 2024 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [eiser] , zijn leidinggevende [B] en een medewerker van HR. Over de precieze inhoud van dat gesprek verschillen partijen enigszins van mening. Volgens [eiser] is tegen hem gezegd dat zijn functie zou zijn komen te vervallen. Volgens [gedaagde] zou zijn gezegd dat [gedaagde] geen mogelijkheden zag om [eiser] in zijn huidige functie te handhaven en dat de functie van [eiser] vooralsnog niet opnieuw zou worden ingevuld. Vast staat in ieder geval dat [eiser] per die dag uit zijn functie is ontheven. Aan hem is verzocht zijn bedrijfseigendommen in te leveren en [gedaagde] heeft hem een vaststellingsovereenkomst aangeboden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>In de dagen daarna wordt er tussen partijen gecorrespondeerd en heeft [eiser] laten weten niet de vaststellingsovereenkomst te zullen ondertekenen. [gedaagde] heeft vervolgens aan [eiser] – onder meer – laten weten dat [eiser] twee opties had, namelijk alsnog ondertekening van de vaststellingsovereenkomst danwel het verrichten van werkzaamheden voor een zustermaatschappij van [gedaagde] . [eiser] daarop heeft meermaals laten weten aan [gedaagde] niet gehouden te zijn een functiewijziging of werkgeverswissel te accepteren. Door [gedaagde] is dit opgevat als werkweigering en zij heeft per 10 juli 2024 de loonbetaling aan [eiser] gestaakt middels een loonstop. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de loondoorbetaling aan [eiser] vanaf 15 juli 2024 weer hervat. Dit vanwege een vooraf reeds geplande vakantie en een tijdens die vakantie opgetreden arbeidsongeschiktheid. [gedaagde] heeft ter zitting aangegeven het loon zolang de arbeidsongeschiktheid voortduurt te zullen betalen. Op 15 juli 2024 heeft [eiser] zich ziekgemeld. Vanaf dat moment heeft [gedaagde] de loondoorbetaling weer hervat. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert in deze procedure betaling van zijn loon vanaf 10 juli 2024 tot de dag waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Uit de aard van de vordering, betaling van achterstallig salaris, vloeit voort dat de spoedeisendheid van de vordering is gegeven.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>In het kader van dit kort geding dient beoordeeld te worden of de vordering van [eiser] tot betaling van (achterstallig) loon in een eventuele bodemprocedure naar verwachting een zodanige kans van slagen heeft, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de door hem gevorderde onmiddellijke voorziening aangewezen is. Ter beoordeling staat dus of [gedaagde] terecht op 10 juli 2024 een loonstop heeft toegepast. Daarbij dient uitgegaan te worden van de in de onderhavige procedure gepresenteerde feiten, die slechts in beperkte mate op juistheid en volledigheid getoetst kunnen worden, aangezien nadere bewijsvoering in een kort geding niet aan de orde is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Ter zitting is voorshands voldoende komen vast te staan dat [gedaagde] op 10 juli 2024 een loonstop heeft toegepast en per 15 juli 2024 de betaling van het gebruikelijk salaris weer heeft hervat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De vraag ligt voor of [gedaagde] op 10 juli 2024 terecht de betaling van het salaris aan [eiser] heeft stop gezet. Anders dan [gedaagde] meent, was er geen grond om [eiser] het recht op loon in de periode van 10 juli tot 15 juli 2024 te ontzeggen. Op grond van artikel 7:628 lid 1 BW is [gedaagde] verplicht het loon te voldoen indien de werknemer de overeengekomen arbeid geheel of gedeeltelijk niet verricht, tenzij het geheel of gedeeltelijk niet verrichten van de overeengekomen arbeid in redelijkheid voor rekening van de werknemer behoort te komen. Dat laatste (dat het niet-werken voor rekening van [eiser] komt) doet zich hier niet voor. Indien een werkgever de werknemer niet toelaat tot het verrichten van de bedongen arbeid, hem schorst of op non-actief stelt, staat dat aan de loonbetalingsplicht niet in de weg, óók niet in het geval de werknemer aanleiding zou hebben gegeven tot die maatregel (zie ook HR 21 maart 2003:ECLI:NL:HR:2003:AF3057). Hetzelfde geldt als er volgens de werkgever een valide reden is om aan de werknemer niet langer de bedongen arbeid, maar passende andere arbeid (in dit geval bij een zustermaatschappij van [gedaagde] ) op te dragen. Indien er klachten zijn over het functioneren van een werknemer zal aan de hand van een verbeterplan een functioneringstraject moeten worden gestart. Dat een dergelijk traject in onderhavige zaak is doorlopen is voorshands niet komen vast te staan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Op grond van dit alles is de kantonrechter voorshands van oordeel dat [gedaagde] ten onrechte over is gegaan tot stopzetting van de loonbetaling aan [eiser] met ingang van 10 juli 2024. De loonvordering van [eiser] is daarom gedeeltelijk toewijsbaar, namelijk voor zover dit ziet op de periode van 10 juli 2024 tot 15 juli 2024, het moment waarop de loonbetaling door [gedaagde] wegens de arbeidsongeschiktheid van [eiser] weer is hervat. [eiser] vordert meer, namelijk betaling van het loon tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig ten einde zal komen. De kantonrechter kan niet overgaan tot toewijzing van een dergelijke – toekomstige – vordering in het kader van dit kort geding. [eiser] is op dit moment immers volledig arbeidsongeschikt en niet duidelijk is wanneer en in welke mate [eiser] arbeidsgeschikt zal zijn en evenmin op welke wijze hij zal re-integreren. In het bestek van deze procedure kan geen oordeel gegeven worden over deze toekomstige vordering. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke verhoging over de loonbetaling over de periode van 10 juli 2024 tot 15 juli 2024 zal worden toegewezen, evenals de gevorderde wettelijke rente. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding	€	115,22</para>
      <para>- griffierecht	€	87,00</para>
      <para>- salaris gemachtigde	€ 	814,00	</para>
      <para>- nakosten	€ <emphasis role="underline">	135,00</emphasis></para>
      <para>Totaal	€	1.016,22</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter, rechtdoende in kort geding:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van het loon over de periode van 10 juli 2024 tot 15 juli 2024, te vermeerderen met de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 BW en met de wettelijke rente over dit loon vanaf de opeisbaarheid tot het moment van volledige betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.151,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.J.M. Hendriks, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 6 september 2024.  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>