<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:5126</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-05T08:16:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11019326 \ UC EXPL  24-2116</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:5126">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:5126</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-05T08:16:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:5126 Rechtbank Midden-Nederland , 21-08-2024 / 11019326 \ UC EXPL  24-2116</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:5126:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstek. Consumentenrecht. Ambtshalve toetsing. Huurovereenkomst mbt tweedehands ('refurbished') roerende zaak. Consument heeft betalingsachterstand laten ontstaan, verhuurder heeft overeenkomst ontbonden. Gevorderde afgifte van zaak + dwangsom is toewijsbaar, net als achterstallige huurtermijnen en gebruiksvergoeding voor periode na ontbinding, zij het dat omvang van betalingsverplichting wordt gehalveerd vanwege schending van essentiële informatieplichten. Gevorderde schadevergoeding wordt afgewezen, omdat niet valt in te zien dat verhuurder daarnaast nog schade lijdt die voor vergoeding in aanmerking komt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:5126:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11019326 UC EXPL  24-2116 CD/942</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verstekvonnis van 21 augustus 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: LegalSteps B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend in [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De eisende partij heeft een vordering ingesteld, zoals in de dagvaarding omschreven. De gedaagde partij heeft daar niet (op tijd) op gereageerd en ook geen uitstel gevraagd om op een later moment te mogen reageren. Daarom heeft de kantonrechter verstek verleend tegen de gedaagde partij.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Daarop volgt nu dit vonnis.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling door de kantonrechter – ambtshalve toetsing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De vordering is gebaseerd op een online gesloten overeenkomst tussen een consument (de gedaagde partij) en een partij, handelend in de uitoefening van haar beroep of bedrijf (de eisende partij). De kantonrechter toetst bij een dergelijke vordering ambtshalve (dat wil zeggen uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt) of is voldaan aan een aantal belangrijke Europese consumentenbeschermende bepalingen. Zo niet, dan verbindt de kantonrechter daar, eveneens ambtshalve, consequenties aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ambtshalve toetsing van informatieplichten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In dit geval constateert de kantonrechter dat onvoldoende is gebleken dat alle informatie die een handelaar aan een consument moet verstrekken ook daadwerkelijk aan de gedaagde partij is verstrekt. Zo blijkt uit de in het geding gebrachte printscreens van het doorlopen bestelproces niet dat de gedaagde partij vóór het sluiten van de overeenkomst duidelijk en begrijpelijk is gewezen op het herroepingsrecht<footnote-ref linkend="_d6e77af3-94c6-485d-89ee-3c45eb446be8" /> en ook niet dat de gedaagde partij vóór het sluiten van de overeenkomst is geïnformeerd over de (minimum)duur daarvan.<footnote-ref linkend="_b740e055-b133-4058-a477-625febd6cbfa" /> Verder kan uit de printscreens niet worden afgeleid dat is voldaan aan de verplichting om op de zogenoemde ‘bestelknop’ in niet voor misverstand vatbare termen duidelijk te maken dat de bestelling een betalingsverplichting inhield.<footnote-ref linkend="_d132e85d-ec9c-438f-ae25-b588b44709a6" /> Evenmin kan worden vastgesteld dat alle relevante informatie na het sluiten van de overeenkomst is bevestigd op een duurzame gegevensdrager. Dat blijkt in ieder geval niet uit de overgelegde correspondentie.<footnote-ref linkend="_c77cb354-e065-4c59-bedd-62dfd36c3636" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>In verband hiermee vermindert de kantonrechter de betalingsverplichting van de gedaagde partij, onder verwijzing naar de Richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten (te vinden op rechtspraak.nl) met 50%. De omvang van de (resterende) betalingsverplichting wordt hierna vastgesteld, aan de hand van de door de eisende partij ingestelde vordering.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ambtshalve toetsing van contractuele bedingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kantonrechter toetst ook ambtshalve of in de overeenkomsten en de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen (bedingen) zijn opgenomen, die oneerlijk zijn voor consumenten als de gedaagde partij. De kantonrechter beperkt zich daarbij tot die bedingen die relevant zijn voor de beoordeling van de ingestelde vordering. Dergelijke oneerlijke bedingen heeft de kantonrechter in dit geval niet aangetroffen, zodat voor een ambtshalve sanctie op dit punt geen aanleiding bestaat. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling door de kantonrechter – toewijsbaarheid van de vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Partijen hebben met elkaar een huurovereenkomst gesloten, op basis waarvan de eisende partij tegen betaling van € 19,90 per maand het gebruiksrecht van een eerder gebruikte en herstelde zaak, te weten een Nintendo Switch, aan de gedaagde partij heeft verschaft. De gedaagde partij heeft op enig moment een betalingsachterstand laten ontstaan, die niet werd ingelost. De gehuurde zaken zijn niet geretourneerd aan de eisende partij.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Achterstallige huurtermijnen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De gedaagde partij is op grond van de overeenkomst verplicht om gedurende de looptijd van de overeenkomst maandelijks het overeengekomen huurbedrag te betalen. Dat heeft de gedaagde partij niet gedaan en daarom is de gevorderde achterstallige huur (lees: de openstaande termijnbedragen tot aan de ontbinding van de overeenkomst) toewijsbaar. Dit deel van de vordering komt de kantonrechter op zichzelf niet ongegrond of onrechtmatig voor, zij het dat de betalingsverplichting van de gedaagde partij vanwege de hiervoor beschreven niet-gebleken naleving van de informatieplichten wordt gehalveerd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Afgifte zaken en dwangsom</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Na beëindiging van de overeenkomst heeft de gedaagde partij geen recht meer op de zaak. Die moet aan de eisende partij terug worden gegeven. De gevorderde afgifte van die zaak is dan ook toewijsbaar. Gebleken is dat de gedaagde partij de zaak ondanks aanmaning nog niet uit zichzelf teruggeeft. De kantonrechter zal daarom bepalen dat de gedaagde partij een dwangsom verbeurt als de zaak niet alsnog wordt teruggegeven, en wel op de onder de beslissing van dit vonnis vermelde manier.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Gebruiksvergoeding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De eisende partij maakt met betrekking tot de periode tussen de ontbinding van de overeenkomst en dagvaardingsdatum aanspraak op een gebruiksvergoeding ter grootte van het overeengekomen maandelijkse huurbedrag. Ook dit deel van de vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en is dus op zichzelf toewijsbaar (ervan uitgaande dat de gedaagde partij de zaak na ontbinding van de overeenkomsten onverminderd kon blijven gebruiken), met dien verstande dat ook hier geldt dat de betalingsverplichting van de gedaagde partij vanwege de hiervoor beschreven niet gebleken naleving van de informatieplichten wordt verminderd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Boete/schadevergoeding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De eisende partij vordert voorts een boete dan wel schadevergoeding. Dit deel van de vordering moet worden afgewezen. In de overgelegde algemene voorwaarden is namelijk geen boetebeding opgenomen en de eisende partij heeft ook niet gesteld dat (en zo ja, hoe) partijen wel zo’n beding overeen zouden zijn gekomen. Ook valt, na toewijzing van de gevorderde afgifte en van de verschuldigde huurtermijnen/gebruiksvergoeding, niet in te zien dat de eisende partij schade lijdt, die voor vergoeding in aanmerking zou komen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De eisende partij maakt daarnaast aanspraak op de vergoeding van gemaakte buitengerechtelijke incassokosten. Een dergelijke vergoeding is toewijsbaar als aan een aantal wettelijke eisen is voldaan en dat is in deze zaak het geval. De gevorderde vergoeding is toewijsbaar, zij het dat het verschuldigde tarief, rekening houdend met het toewijsbare bedrag aan hoofdsom, wordt vastgesteld op een lager bedrag dan het gevorderde bedrag, namelijk op € 53,73.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Wettelijke rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>De door de eisende partij gevorderde vergoeding van wettelijke rente is toewijsbaar, zij het slechts over het toewijsbare deel van de hoofdsom.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>De kantonrechter constateert dat de gedaagde partij € 59,70 aan achterstallige huursommen verschuldigd is en € 656,70 aan gebruiksvergoeding. Gelet op de hiervoor beschreven ambtshalve sanctie vanwege niet gebleken naleving van de informatieplichten wordt 50% daarvan  toegewezen, dat wil zeggen € 358,20, vermeerderd met de wettelijke rente over de toewijsbare (helft van de) termijnbedragen, vanaf de respectieve vervaldata tot de voldoening. Ook moet de gedaagde partij de zaken teruggeven aan de eisende partij, op straffe van verbeurte van een dwangsom. Daarnaast moet de gedaagde partij € 53,73 betalen als vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Proceskosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Hoewel een deel van de vordering wordt afgewezen is de eisende partij wel terecht tot dagvaarding overgegaan. Gebleken is immers dat zij een (zij het kleinere dan gesteld) vordering op de gedaagde partij heeft, die zonder gerechtelijke procedure niet werd betaald. Om die reden zal de gedaagde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Maar omdat een gedeelte van de vordering wordt afgewezen, dient het griffierecht, voor zover dit een bedrag van € 130,00 te boven gaat, als nodeloos veroorzaakt voor rekening van de eisende partij te blijven. Ook het salaris van de gemachtigde is afgestemd op de vordering zoals deze toewijsbaar is gebleken. De kosten aan de zijde van de eisende partij worden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding	€ 113,54</para>
      <para>- griffierecht	€ 130,00</para>
      <para>- salaris gemachtigde	€   82,00 (1 punt(en) x tarief € 82,00)</para>
      <para>- nakosten	<emphasis role="underline">€   41,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing</emphasis></para>
      <para>Totaal	€ 366,54	</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij om tegen bewijs van kwijting € 411,93 aan de eisende partij te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over € 358,20, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen tot de voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>bepaalt dat de gedaagde partij de Nintendo Switch binnen veertien dagen na aanschrijving door de eisende partij moet afgeven aan de eisende partij en bepaalt dat gedaagde partij aan de eisende partij een dwangsom verbeurt van € 9,00 voor iedere dag dat de gedaagde partij in gebreke blijft hieraan te voldoen, tot een maximum van € 270,00;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten van € 366,54, te betalen binnen veertien dagen nadat de gedaagde partij daartoe door de eisende partij is aangeschreven; als de gedaagde partij niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, moet de gedaagde partij ook de kosten van betekening betalen; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij in de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_d6e77af3-94c6-485d-89ee-3c45eb446be8" label="1">
    <para> In de algemene voorwaarden, waaraan de gedaagde partij tijdens het bestelproces goedkeuring heeft moeten verlenen, is onvoldoende vermeld over het herroepingsrecht en overigens blijkt uit de in het geding gebrachte printscreens niet dat de gedaagde partij er tijdens het bestelproces op is gewezen (zonder daar zelf naar te hoeven zoeken) dat in de algemene voorwaarden informatie over het herroepingsrecht is opgenomen. Dat had wel gemoeten, zie HvJ EU 22 februari 2022, ECLI:EU:C:2022:112.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b740e055-b133-4058-a477-625febd6cbfa" label="2">
    <para> De eisende partij heeft dit wel gesteld, maar omdat bewijsstukken ontbreken gaat de kantonrechter daaraan voorbij.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d132e85d-ec9c-438f-ae25-b588b44709a6" label="3">
    <para> Zie de vorige voetnoot.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c77cb354-e065-4c59-bedd-62dfd36c3636" label="4">
    <para> In HvJ EU 22 februari 2022, ECLI:EU:C:2022:112, is geoordeeld dat een handelaar aan zijn precontractuele informatieplichten (vóór een eventuele overeenkomst wordt gesloten) kan voldoen door informatie te verstrekken in algemene voorwaarden die beschikbaar zijn op zijn website (als de consument daar duidelijk op wordt gewezen en hij daar actief goedkeuring aan verleent). Maar deze manier van informatieverstrekking laat onverlet dat de betreffende informatie na totstandkoming van een overeenkomst óók nog op een duurzame gegevensdrager aan de consument moet worden bevestigd.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>