<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:4598</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-29T10:04:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/575160 / HA ZA 24-253</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:4598">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:4598</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-29T10:02:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:4598 Rechtbank Midden-Nederland , 14-08-2024 / C/16/575160 / HA ZA 24-253</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:4598:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eis in incident dat rechtbank zich onbevoegd dient te verklaren, wordt afgewezen. Beroep op arbitragebedingen in UAV 2012 en AVA 2013 slaagt niet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:4598:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Midden-Nederland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/16/575160 / HA ZA 24-253</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 14 augustus 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [procesdeelnemer I] , </title>
    <parablock>
      <para>te [woonplaats 1] ,<?linebreak?>2. <emphasis role="bold">[procesdeelnemer II]</emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eisende partijen in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerders in incident,</para>
      <para>hierna samen te noemen: [procesdeelnemer II] c.s.,</para>
      <para>advocaat: mr. M.A. Geuze,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [procesdeelnemer III]
        </emphasis>, handelend onder de naam [handelsnaam] ,</para>
      <para>te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiser in incident,</para>
      <para>hierna te noemen: [procesdeelnemer III] ,</para>
      <para>advocaat: mr. S. van Steenwijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van [procesdeelnemer II] c.s.,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie van eis houdende exceptie van onbevoegdheid van [procesdeelnemer III] ,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in het incident van [procesdeelnemer II] c.s.,</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Daarna is bepaald dat een vonnis in dit incident wordt uitgesproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De kern van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [procesdeelnemer II] c.s. hebben aannemer [procesdeelnemer III] ingeschakeld voor de verbouwing van hun woning. In de hoofdzaak vorderen [procesdeelnemer II] c.s. betaling van schadevergoeding vanwege wanprestatie. In dit incident dient eerst te worden beslist of de rechtbank bevoegd is in de hoofdzaak. [procesdeelnemer III] vordert namelijk in het incident dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart, omdat volgens hem niet de overheidsrechter maar de Raad van Arbitrage voor de Bouw bevoegd is. De rechtbank is het niet eens met [procesdeelnemer III] en zal toelichten waarom. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechtbank is bevoegd</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De rechtbank is bevoegd om kennis te nemen van het geschil tussen [procesdeelnemer II] c.s. en [procesdeelnemer III] . Op grond van artikel 1022 Rv dient de rechter bij wie een geschil aanhangig is gemaakt en waarvoor een overeenkomst tot arbitrage is gesloten, zich onbevoegd te verklaren, als een partij zich op het bestaan van deze arbitrageovereenkomst beroept. [procesdeelnemer III] beroept zich op de arbitrageovereenkomsten in paragraaf 49 UAV 2012 en artikel 17 AVA 2013, maar dit beroep slaagt niet. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">UAV 2012 is niet van toepassing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De UAV 2012 is niet van toepassing op de overeenkomst tussen [procesdeelnemer II] c.s. als opdrachtgever en [procesdeelnemer III] als aannemer. Op 15 juli 2020 hebben partijen een aannemingsovereenkomst gesloten. [procesdeelnemer III] heeft een offerte opgemaakt en [procesdeelnemer II] c.s. hebben deze offerte geaccepteerd. Die offerte is gebaseerd op een bestek/werkomschrijving zoals opgesteld door [onderneming] B.V., een door [procesdeelnemer II] c.s. ingeschakelde adviseur, hierna: “het bestek”. De hoofdzaak gaat over de verbintenissen uit de aannemingsovereenkomst (de geaccepteerde offerte). Die offerte is weliswaar gebaseerd op het bestek, maar het bestek en alles wat daarin is bepaald, is niet integraal van toepassing verklaard in de offerte. De offerte maakt geen melding van het bestek. De offerte verwijst wel expliciet en alleen naar de AVA 2013. Hieruit leidt de rechtbank af dat [procesdeelnemer III] naar aanleiding van, maar toch los van het bestek een aanbod heeft gedaan en op de verhouding tussen hem en [procesdeelnemer II] c.s. alleen de AVA 2013 van toepassing heeft verklaard. Dat in het bestek wordt verwezen naar de UAV 2012, waarin is opgenomen dat alleen de Raad van Arbitrage voor de Bouw bevoegd is, speelt dus geen rol in de overeenkomst tussen partijen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Artikel 17 AVA 2013 bevat een keuzemogelijkheid </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De AVA 2013 is wel van toepassing verklaard op de overeenkomst tussen partijen, maar ook dit maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Volgens [procesdeelnemer III] bepalen paragraaf 49 UAV 2012 en artikel 17 AVA 2013 hetzelfde, namelijk dat alle geschillen uitsluitend worden beslecht door arbitrage overeenkomstig het arbitrage reglement van de Raad van Arbitrage voor de Bouw (hierna: arbitragebeding). [procesdeelnemer II] c.s. hebben dit betwist en verwezen naar de in december 2014 herziene versie van de AVA 2013. In die versie is artikel 17 gewijzigd, waardoor consument-opdrachtgevers, zoals [procesdeelnemer II] c.s., de keuze hebben om het geschil te laten beslechten door de gewone rechter. De offerte van [procesdeelnemer III] van 15 juli 2020 verwijst naar de AVA 2013. [procesdeelnemer II] c.s. mochten dit zo begrijpen dat [procesdeelnemer III] verwijst naar de bij het uitbrengen van de offerte actuele versie van de AVA 2013. Hij verwijst namelijk niet expliciet naar een oude versie en op het moment dat [procesdeelnemer III] de offerte stuurde en [procesdeelnemer II] c.s. deze offerte accepteerden, was de AVA 2013 allang herzien. De rechtbank volgt [procesdeelnemer II] c.s. in hun standpunt dat zij het recht hebben om het geschil bij de rechtbank aanhangig te maken. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vernietiging van het arbitragebeding kan in het midden blijven</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De overige standpunten van partijen in het incident behoeven geen bespreking meer. Het kan namelijk in het midden blijven of de arbitragebedingen door [procesdeelnemer II] c.s. rechtsgeldig zijn vernietigd. Als de bedingen wel zijn vernietigd, dan is op grond van de wet de gewone rechter bevoegd. Als de bedingen niet zijn vernietigd, dan is – zoals hiervoor is gebleken – paragraaf 49 UAV 2012 niet van toepassing en bevat artikel 17 AVA 2013 een keuzemogelijkheid, waardoor alsnog de gewone rechter bevoegd is. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [procesdeelnemer III] moet de proceskosten in het incident betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [procesdeelnemer III] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het door hem opgeworpen bevoegdheidsincident worden veroordeeld, aan de zijde van [procesdeelnemer II] c.s. vastgesteld op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris advocaat</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>614,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(1,00 punten × € 614,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>178,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>792,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In het incident </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst de incidentele vordering van [procesdeelnemer III] af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [procesdeelnemer III] in de proceskosten in het incident van € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [procesdeelnemer III] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart de onder 4.2 genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag <emphasis role="bold">25 september 2024</emphasis> voor het nemen van een conclusie van antwoord door [procesdeelnemer III] ,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Verschoof en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2024.<?linebreak?></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <?linebreak?>SB5790</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>