<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:4066</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-17T12:08:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10809159 \ MC EXPL  23-6906</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almere</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:4066">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:4066</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-17T12:08:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:4066 Rechtbank Midden-Nederland , 29-05-2024 / 10809159 \ MC EXPL  23-6906</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:4066:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Consumentenkoop hoverboards. Ontbinding conform artikel 6:230o BW. Koper kan geen terugbetaling van het aankoopbedrag afdwingen, omdat hij de hoverboards niet aan de verkoper heeft geretourneerd (artikel 6:230r lid 1 jo. lid 4 BW).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:4066:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Almere</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 29 mei 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak met zaaknummer: 10809159 \ MC EXPL  23-6906 D/51246 van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eiser, hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>(mede) handelend onder de naam [handelsnaam] , </para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde, hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 30 oktober 2023 met 5 producties; <?linebreak?>- de conclusie van antwoord met producties;</para>
      <para>- het aanvullend antwoord met producties; <?linebreak?>- de conclusie van repliek met producties.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om een conclusie van dupliek in te dienen. Van die gelegenheid heeft [gedaagde] geen gebruik gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Ten slotte is bepaald dat vandaag uitspraak wordt gedaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft op 18 maart 2022 via de website van [gedaagde] vijf hoverboards besteld voor een totaalbedrag van € 745,- inclusief btw. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Per e-mail van 20 maart 2022 schrijft [eiser] aan [gedaagde] – voor zover van belang – het volgende:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">helaas moet ik de onderstaande bestelling annuleren.</emphasis>”.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft op 21 maart 2022 vier hoverboards naar [eiser] verstuurd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Per e-mail van 24 maart 2022 schrijft [gedaagde] – voor zover van belang – het volgende aan [eiser] :</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">Hoverboards nemen we helaas niet retour. We hebben deze speciaal laten drooshippen voor u.</emphasis>”. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 25 maart 2022 heeft [gedaagde] het vijfde hoverboard naar [eiser] verstuurd. [eiser] heeft de hoverboards ontvangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Per brief van 2 mei 2022 heeft de voormalige gemachtigde van [eiser] [gedaagde] gesommeerd om het aankoopbedrag van € 745,- inclusief btw terug te betalen. [gedaagde] is niet tot betaling overgegaan.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Per e-mail van 1 juni 2022 schrijft [gedaagde] – voor zover van belang – het volgende aan de voormalige gemachtigde van [eiser] :</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">Waar blijven de hoverboards die retour moeten? Waar blijft track trace code? (…)</emphasis></para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Wij als webshop crediteren zoals wettelijk geregeld, zodra producten retour gestuurd en ontvangen zijn in nieuwstaat.</emphasis>”.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft de hoverboards niet retour gestuurd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert –  samengevat – primair dat [gedaagde] wordt veroordeeld om € 934,42 (bestaande uit € 745,- aan hoofdsom, € 45,88 aan wettelijke (handels)rente tot en met 29 oktober 2023 en € 143,54 aan buitengerechtelijke incassokosten) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 oktober 2023. Subsidiair vorder [eiser] dat de koopovereenkomst wordt ontbonden en dat [eiser] wordt veroordeeld om € 894,34 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 oktober 2023. Verder vordert [eiser] zowel primair als subsidiair dat [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat hij de bestelling heeft geannuleerd. Volgens [eiser] heeft hij de hoverboards nog niet retour gestuurd, omdat [gedaagde] geen (details over het) retouradres heeft verstrekt en omdat hij vermoedt dat [gedaagde] ten onrechte zal beweren dat de hoverboards gebruikt, beschadigd of op andere wijze in waarde verminderd zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] vindt dat de vorderingen van [eiser] moeten worden afgewezen, omdat [eiser] de hoverboards nooit retour heeft gestuurd. Verder heeft [eiser] volgens [gedaagde] tijdens een telefoongesprek aangegeven dat de hoverboards zijn gebruikt. [gedaagde] wil de hoverboards nu, twee jaar na de bestelling, niet meer retour ontvangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter zal de vorderingen van [eiser] afwijzen. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [eiser] stelt dat hij bij de aankoop van de hoverboards als consument heeft gehandeld. [gedaagde] heeft dit niet weersproken. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat sprake is van een consumentenkoop. Omdat het gaat om een koopovereenkomst op afstand, zijn de artikelen 6:230m en verder van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) van toepassing.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Partijen zijn het erover eens dat [eiser] de koopovereenkomst in de e-mail van 20 maart 2022 tijdig en rechtsgeldig heeft ontbonden in de zin van artikel 6:230o BW. Op grond van artikel 6:230r lid 1 BW is [gedaagde] als verkoper in beginsel verplicht om onverwijld maar uiterlijk binnen veertien dagen na de dag van ontvangst van de ontbindingsverklaring alle van [eiser] ontvangen betalingen terug te betalen. Uit artikel 6:230r lid 4 BW volgt dat [eiser] pas nakoming van de in lid 1 genoemde verbintenis tot terugbetaling kan vorderen nadat [gedaagde] de hoverboards heeft ontvangen of nadat [eiser] heeft aangetoond dat hij de hoverboards heeft teruggezonden, afhankelijk van welk tijdstip eerst valt. Dat is anders als [gedaagde] heeft aangeboden de hoverboards zelf af te halen, maar van een dergelijk aanbod is in dit geval geen sprake. Vast staat dat [eiser] de hoverboards niet aan [gedaagde] heeft geretourneerd. Dat betekent dat [eiser] in deze procedure geen terugbetaling van het totale aankoopbedrag door [gedaagde] kan afdwingen. Dat [eiser] niet bekend zou zijn met het retouradres of de details hierover, volgt de kantonrechter niet. [gedaagde] heeft onweersproken aangevoerd dat het (retour)adres op zijn website staat vermeld. [eiser] had de hoverboards naar dat adres kunnen versturen. Volgens [eiser] heeft hij de hoverboards nog niet geretourneerd omdat hij vermoedt dat [gedaagde] de staat van de hoverboards ten onrechte in twijfel zal trekken en het aankoopbedrag niet (volledig) zal terugbetalen. Wat daar ook van zij, het vermoeden van [eiser] is geen reden om af te wijken van de volgorde uit artikel 6:230r BW. [eiser] had de hoverboards eerst moeten terugsturen voordat hij een vordering tot terugbetaling van het aankoopbedrag instelde, zeker nadat [gedaagde] in zijn email van 1 juni 2022 om retournering van de hoverboards heeft gevraagd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Op grond van het voorgaande zal het primair gevorderde bedrag van € 745,- worden afgewezen. Dat geldt ook voor de primair gevorderde wettelijke (handels)rente en buitengerechtelijke incassokosten, die daarmee samenhangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert subsidiair ontbinding van de koopovereenkomst en (naar de kantonrechter begrijpt) op grond daarvan terugbetaling van het aankoopbedrag met rente en kosten. Ook deze vorderingen zullen worden afgewezen. [eiser] heeft de koopovereenkomst al rechtsgeldig ontbonden in de e-mail van 20 maart 2022. De koopovereenkomst kan niet nog een keer worden ontbonden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft ongelijk gekregen en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op nihil (nul), omdat hij zich niet heeft laten bijstaan door een gemachtigde. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [eiser] af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>