<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:3878</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-11T13:50:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/559248 / FL RK 23-647</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:3878">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:3878</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-11T13:49:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:3878 Rechtbank Midden-Nederland , 17-05-2024 / C/16/559248 / FL RK 23-647</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:3878:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beslissing op het verzoek van de moeder over het herstel van het gezag wordt aangehouden in afwachting van nadere inlichtingen van de GI.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:3878:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Familierecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/16/559248 / FL RK 23-647 </para>
      <para>
        <?linebreak?>Gezag </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 17 mei 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>advocaat mr. L.H.E.M. Berendse-de Gruijl,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Amsterdam,</para>
      <para>hierna te noemen: de WSJ. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank Amsterdam heeft zich bij beschikking van 22 juni 2023 onbevoegd verklaard om van het verzoek kennis te nemen en heeft de zaak in de stand waarin deze zich bevond naar de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, verwezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het verzoek is door de meervoudige kamer (drie rechters) besproken tijdens de mondelinge behandeling van 2 mei 2024. Daarbij waren aanwezig: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de moeder en mr. R.W. de Gruijl, waarnemer voor mr. Berendse-de Gruijl;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>mevrouw [A] en mevrouw [B] namens de WSJ; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>mevrouw [C] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad).  </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft aan de minderjarige [minderjarige] , de dochter van de moeder, gevraagd wat zij van het verzoek vindt. [minderjarige] heeft hierover op 2 mei 2024 met een van de (kinder)rechters gesproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Waar de procedure over gaat</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [minderjarige] stond vanaf 15 september 2015 onder toezicht van Samen Veilig Midden-Nederland en vanaf 22 april 2020 van de WSJ. Sinds oktober 2015 is voor [minderjarige] een machtiging tot uithuisplaatsing verleend. Beide maatregelen zijn steeds verlengd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij beschikking van deze rechtbank van 30 september 2021 (zaaknummer C/16/506221 / FL RK 20-1306) is het gezag van de moeder over [minderjarige] beëindigd en is de WSJ benoemt als voogd over [minderjarige] . Deze beslissing is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij de beschikking van 17 maart 2022 bekrachtigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De moeder verzoekt de rechtbank om, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, haar ouderlijk gezag over [minderjarige] te herstellen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De rechtbank zal nu nog geen beslissing nemen over het al dan niet herstellen van het gezag van de moeder, maar de beslissing uitstellen in afwachting van nadere inlichtingen van de WSJ en een nieuwe zitting. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>In voornoemde beschikking van het hof van 17 maart 2022 is onder meer overwogen [minderjarige] al ruim zes jaar niet meer bij de moeder woont en inmiddels haar plek heeft gevonden bij de pleegouders. Het hof heeft vastgesteld dat er geen duurzame bereidheid bij de moeder is om [minderjarige] bij hen op te laten groeien. Zonder een gezagsbeëindigende maatregel zal daarover strijd en onrust blijven. Omdat voor [minderjarige] duidelijk moet zijn dat zij verder zal opgroeien bij de pleegouders oordeelt het hof beëindiging van het gezag passend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling is duidelijk geworden dat [minderjarige] niet meer bij pleegouders woont omdat het daar niet meer ging. Ze heeft vervolgens een tijdje bij het orthopedagogisch behandelcentrum [instelling] verbleven. Het is de rechtbank niet duidelijk geworden hoe lang dat is geweest. Wel is duidelijk dat [minderjarige] daar is weggelopen en inmiddels al ongeveer een jaar bij de moeder verblijft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De advocaat van moeder heeft aangegeven dat de WSJ de facto heeft ingestemd met het wonen van [minderjarige] bij de moeder. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Omdat [minderjarige] feitelijk in [plaats] verblijft, heeft de WSJ regio Friesland op 30 april 2024 (twee dagen voor de zitting) de voogdij over [minderjarige] overgedragen aan de WSJ regio Flevoland. De aanwezige medewerkers namens de WSJ regio Flevoland hebben tijdens de mondelinge behandeling zorgen geuit over de situatie rondom [minderjarige] en laten weten dat het niet in het belang van [minderjarige] is dat het gezag van de moeder wordt hersteld. De WSJ staat niet achter het verblijf van [minderjarige] bij de moeder, maar kon ter zitting niet uitleggen waarom zij daar dan toch al bijna een jaar is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De Raad en de rechtbank maken zich grote zorgen over (de opvoedsituatie van) [minderjarige] . Zij verblijft al langere tijd bij de moeder, gaat al die tijd niet naar school en heeft ook geen andere dagbesteding. De WSJ lijkt geen zicht op [minderjarige] te hebben en niet duidelijk is hoe de WSJ invulling geeft aan de voogdij. De rechtbank vindt dat zij op dit moment onvoldoende informatie heeft om een beslissing op het verzoek van de moeder te nemen. Daarom zal de rechtbank de behandeling van de zaak aanhouden tot de hierna te noemen zitting. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Uiterlijk twee weken voorafgaand aan die zitting wil de rechtbank van de WSJ alsnog een verweerschrift ontvangen. Daarin moet in ieder geval worden toegelicht wat de WSJ precies van moment tot moment heeft gedaan sinds zij is belast met de voogdij over [minderjarige] . Verder wil de rechtbank daarin een gemotiveerd standpunt van de WSJ over het verzoek van de moeder. Op de zitting moeten medewerkers van de WSJ aanwezig zijn die betrokken zijn (geweest) bij [minderjarige] en die vragen van de rechtbank inhoudelijk kunnen beantwoorden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>houdt de (verdere) beslissing over het gezag aan;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>bepaalt de voortzetting van de behandeling van de zaak ter zitting op <emphasis role="bold">11 juli 2024 om 13.30 uur</emphasis> in het gerechtsgebouw van deze rechtbank in Lelystad, Stationsplein 15;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>bepaalt dat deze beschikking tevens dient als oproep voor de zitting voor:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de moeder en haar advocaat;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de WSJ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de Raad voor de Kinderbescherming;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>bepaalt dat de <emphasis role="bold">WSJ uiterlijk op 27 juni 2024 een verweerschrift</emphasis> moet hebben ingediend met de onderwerpen als benoemd in 3.7.</para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. M.M. Janssen-Witteveen (voorzitter), mr. M.A.A. ter Meer-Siebers en mr. S. Beukers-Brouwer (kinder)rechters in samenwerking met mr. F.M. de Hart, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2024.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
                <para />
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
                <para>Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>