<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:3826</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-04T10:41:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 23/3404</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:3826">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:3826</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-04T10:40:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:3826 Rechtbank Midden-Nederland , 19-06-2024 / UTR 23/3404</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:3826:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wet politiegegevens, rectificatieverzoek na Opiumwetcontrole. Het elektriciteitssnoer was van de sfeerverlichting en de politie heeft een fruitmand gestuurd voor de schrik. Moet de korpschef de registratie in het politiesysteem aanpassen?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:3826:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 23/3404</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juni 2024 in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] uit [woonplaats] , eiser</title>
    <para>(gemachtigde: mr. D. Quakernaat)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de korpschef van politie, verweerder</title>
    <para>(gemachtigden: mr. S. Maas en [gemachtigde] ).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Zitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze zaak heeft de rechtbank een mondelinge uitspraak gedaan, direct nadat de zaak is behandeld op de zitting van 19 juni 2024. Dit proces-verbaal is de schriftelijke uitwerking van de mondelinge uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de zitting waren de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van de korpschef aanwezig. De rechtbank heeft hen gewezen op de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <para>1. Deze zaak gaat over een registratie in het politiesysteem over een controle van eisers bedrijfspand. Eiser wil dat die registratie verwijderd wordt. De korpschef heeft dat geweigerd met het besluit van 15 juni 2023 en heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard met het besluit van 22 juni 2023. Eiser heeft beroep ingesteld en de korpschef heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>2. In de registratie in het politiesysteem staat het volgende:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>De politie heeft het bedrijfspand van eiser op 24 januari 2023 gecontroleerd op grond van de Opiumwet;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De aanleiding voor de controle was dat er buiten een elektriciteitssnoer liep en dat er een paar tegels waren weggehaald voor dat snoer;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Eenmaal binnen waren er geen onregelmatigheden en werd duidelijk dat het snoer liep naar de verlichting van de boompjes die buiten in potten stonden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De politie heeft eiser later een fruitmand gestuurd, omdat de controle eiser erg had aangegrepen.<?linebreak?></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>3. Als iets onjuist in het politiesysteem staat, dan heeft degene over wie het gaat het recht dat dit gerectificeerd wordt. Dit staat in artikel 28 van de Wet politiegegevens.</para>
    <para />
    <para>4. Eiser vindt dat de registratie onjuist is, omdat het duidelijk is dat er geen enkele relatie is tussen eiser en zijn bedrijfspand enerzijds en de Opiumwet anderzijds. De korpschef erkent dat zelf ook, want in het besluit staat expliciet dat er bij de controle geen onregelmatigheden zijn geconstateerd. Volgens eiser was het voor iedereen duidelijk dat het snoer naar de sfeerverlichting liep en nooit een verdenking op grond van de Opiumwet kon opleveren. De controle was dan ook overtrokken. Het besluit om niet te rectificeren is onzorgvuldig tot stand gekomen en niet goed gemotiveerd.</para>
    <para />
    <para>5. Eiser krijgt geen gelijk. Er staat namelijk geen fout in de registratie. Het klopt immers dat de politie in eerste instantie dacht er een overtreding van de Opiumwet zou kunnen spelen. En daarmee klopt ook de omschrijving van de aanleiding voor de controle in de registratie. Eiser vindt in feite dat de controle nooit heeft mogen plaatsvinden, maar het is nu eenmaal zo dat die controle er is geweest. En daar hoort de beschrijving in het registratiesysteem bij. Of de politie wel of niet een goede reden had om het pand van eiser te controleren, is in deze procedure verder niet relevant. En als iemand die registratie later ziet, zal ook duidelijk worden dat het om een vergissing ging, want er staat meteen bij dat er niets onregelmatigs is gevonden en dat eiser een fruitmand kreeg voor de schrik.</para>
    <para />
    <para>6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de korpschef de registratie in het politiesysteem niet hoeft te rectificeren. De korpschef hoeft geen griffierecht of proceskosten te vergoeden.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Ait-Imchi, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>