<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:316</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-26T10:24:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">568868 / HA RK 24-11</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:316">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:316</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-25T12:14:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:316 Rechtbank Midden-Nederland , 23-01-2024 / 568868 / HA RK 24-11</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:316:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Wrakingszaak. Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk, buiten zitting. </para>
        <para>Verzoeker heeft een voorlopig wrakingsverzoek ingediend en heeft verzocht de hoofdzaak op voorhand te schorsen en uitstel te verlenen voor het indienen van het definitieve wrakingsverzoek. De raadsman in de hoofdzaak van verzoeker zou hem niet kunnen bijstaan in de wrakingsprocedure vanwege de medische situatie van verzoeker en hij heeft om die reden tijd nodig om een geschikte advocaat te vinden. </para>
        <para>De wrakingskamer stelt vast dat in de hoofdzaak van verzoeker verplichte procesvertegenwoordiging geldt en dat het dus in het geval van verzoeker vereist is dat een advocaat het schriftelijke wrakingsverzoek ondertekent. Er is aan verzoeker een herstelverzuimtermijn gegund, maar er is niet binnen die termijn een door een advocaat ondertekend wrakingsverzoek ingediend. Ook heeft verzoeker niet op tijd gevraagd om verder uitstel. Het verzoek wordt dan ook niet-ontvankelijk verklaard.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:316:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="8ae26ec0-c42b-4ecc-abaa-793ef80bf42f" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="64ec41a4-6241-46d0-96db-75ec847e1bdb" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Beslissing</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>WRAKINGSKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie: Utrecht</para>
      <para>Zaaknummer: 568868 / HA RK 24-11</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 23 januari 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] , </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>(hierna: verzoeker),</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Verzoeker heeft op 8 januari 2024 een voorlopig verzoek ingediend om mr. J.W. Wagenaar (hierna: de rechter) te wraken in een zaak met kenmerk C/16/540044 / HA ZA 22-326 (hierna: de hoofdzaak).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De uitspraak is bepaald op vandaag. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Verzoeker heeft het volgende aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag gelegd. Tijdens de comparitiezitting op 16 augustus 2023 heeft de rechter geen enkele aandacht besteed aan het feit dat verzoeker onder invloed van medicatie verkeerde, terwijl verzoeker op 2 augustus 2023 een medicatieoverzicht had overgelegd aan de rechtbank. De rechter heeft hiermee niet de bescherming geboden die verzoeker had mogen verwachten gezien zijn verzwarende medische omstandigheden. Bij verzoeker is hierdoor de vrees voor partijdigheid gewekt. Verzoeker voert verder aan dat uit de vragen van de rechter tijdens de comparitiezitting en uit zijn uitlatingen in het tussenvonnis van 22 november 2023 blijkt dat hij vooringenomen was.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Verzoeker heeft verder in het verzoek aangegeven dat er een nieuwe raadsman aan de zaak wordt toegevoegd, die het definitieve wrakingsverzoek zal opstellen. Verzoeker vermeldt hierbij dat de kennismakingsgesprekken met een aantal geschikte raadsmannen nog moeten plaatsvinden en dat hij vanwege zijn medische toestand niet snel kan reageren. Hij verzoekt daarom om de hoofdzaak op voorhand te schorsen en hem uitstel te verlenen voor het indienen van het definitieve wrakingsverzoek. Op 9 januari 2024 heeft de raadsman van verzoeker in de hoofdzaak, mr. M. Maasdam, per brief laten weten dat hij het door verzoeker ingediende (voorlopige) wrakingsverzoek en het verzoek om uitstel om een nieuwe raadsman te vinden ondersteunt. Mede gezien de medische situatie van verzoeker zou namelijk de kennis voor het voeren van de wrakingsprocedure bij mr. Maasdam ontbreken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De wrakingskamer heeft op 9 januari 2024 per brief aan verzoeker laten weten dat het niet mogelijk is de procedure in zijn zaak door het indienen van een voorlopig wrakingsverzoek op voorhand te schorsen in afwachting van een definitief wrakingsverzoek. Verzoeker is er in de brief ook op gewezen dat een wrakingsverzoek (mede) door een procesvertegenwoordiger moet worden ondertekend als in de hoofdzaak sprake is van verplichte procesvertegenwoordiging. Aan verzoeker is tot 16 januari 2024 de mogelijkheid geboden om het verzuim te herstellen en er is hem medegedeeld dat anders zijn wrakingsverzoek niet-ontvankelijk zal worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 17 januari 2024 heeft de wrakingskamer per brief een verzoek om uitstel van vier weken ontvangen van mr. Maasdam. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De wrakingskamer stelt vast dat in de hoofdzaak van verzoeker verplichte procesvertegenwoordiging geldt. In procedures waarin procesvertegenwoordiging verplicht is, is ondertekening van een schriftelijk wrakingsverzoek door een advocaat vereist (zie 2.1.2 van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank). Dit betekent dat verzoeker alleen met bijstand van een advocaat een schriftelijk wrakingsverzoek kan indienen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Het voorlopige verzoek tot wraking dat verzoeker op 8 januari 2024 heeft ingediend is niet ondertekend door een advocaat. De wrakingskamer heeft verzoeker een termijn gegund dit verzuim te herstellen en hem er op gewezen dat het wrakingsverzoek anders niet-ontvankelijk wordt verklaard. Verzoeker heeft echter niet binnen de gestelde termijn alsnog een wrakingsverzoek ingediend dat is ondertekend door een advocaat. Hij heeft ook niet op tijd gevraagd om verder uitstel. De brief van mr. Maasdam met het verzoek om uitstel is namelijk pas na het aflopen van de herstelverzuimtermijn ontvangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Omdat het wrakingsverzoek niet is ondertekend door een advocaat, is verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op grond van deze kennelijke niet-ontvankelijkheid hoeft er geen mondelinge behandeling plaats te vinden.<footnote-ref linkend="_4c9db080-1b44-4a16-bd17-5b8eed51f410" /></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, de betrokken teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is, en de president van deze rechtbank;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer C/16/540044 / HA ZA 22-326 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mr. D. Wachter en mr. J.P. Killian als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. S. Bazaz, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>de griffier                                                                                                   de voorzitter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_4c9db080-1b44-4a16-bd17-5b8eed51f410" label="1">
    <para> Zie 4.2 onder d van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>