<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:2817</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-22T13:36:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C-16-571445 - JE RK 24-375</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:2817">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:2817</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-22T13:35:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:2817 Rechtbank Midden-Nederland , 12-03-2024 / C-16-571445 - JE RK 24-375</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:2817:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verslaafde moeder heeft vier kinderen en een vijfde op komst. Rechter verlengt machtiging uithuisplaatsing van de oudste drie bij de vader. Rechtbank onderschrijft dat perspectief van baby (met symptomen die mogelijk duiden op FAS) niet bij de moeder ligt, gelet op verslaving en het feit dat moeder die hardnekkig blijft ontkennen. Verandering daarom niet in zicht. Komende tijd moet perspectief van baby duidelijk worden, onderzoek van mogelijkheden vader (niet zijnde de vader van de oudste drie). OTS ongeboren kind. Ook tijdens deze zwangerschap heeft de moeder alcohol en cocaïne gebruikt. Voor beschikkingen andere kinderen zie: C/16/569349 / JE RK 24-142 ECLI:NL:RBMNE:2024:2815 &amp; C/16/569365 / JE RK 24-146 ECLI:NL:RBMNE:2024:2816</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:2817:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/16/571445 / JE RK 24-375</para>
      <para>Datum uitspraak: 12 maart 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de rechtbank over een ondertoezichtstelling </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De Raad voor de Kinderbescherming</emphasis>, </para>
      <para>Midden-Nederland, Utrecht, </para>
      <para>hierna te noemen: de Raad, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het ongeboren kind [naam]</emphasis>, </para>
      <para>hierna te noemen: het ongeboren kind.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen de moeder,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>advocaat mr. B.H. van der Zwan,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de gecertificeerde instelling <emphasis role="bold">De Jeugd &amp; Gezinsbeschermer</emphasis>s, </para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>hierna te noemen de GI.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank merkt als informant aan: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen de vader,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres, </para>
      <para>advocaat mr. I. Roos.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift van de Raad van 4 maart 2024, binnengekomen bij de rechtbank op 5 maart 2024;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het bericht van de vader (met bijlagen) van 11 maart 2024. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 maart 2024. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <para>- de vader met zijn advocaat;</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de moeder, bijgestaan door mr. S. Ben Ahmed (waarnemend voor mr. B.H. van der Zwan);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>mevrouw [A] , namens de GI;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>mevrouw [B] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: Raad). </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De moeder heeft via een videobelgesprek deelgenomen aan de mondelinge behandeling. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De rechtbank heeft bijzondere toegang tot de zittingszaal verleend aan de heer [C] , een begeleider van de vader vanuit de gemeente. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het verzoek samen behandeld met het verzoek tot de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] , het andere kind van de moeder en de vader (zaaknummer C/16/569365 / JE RK 24-146).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De moeder is zwanger. Zij is op [2024] uitgerekend van het ongeboren kind. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Het ouderlijk gezag over het ongeboren kind zal na de geboorte van rechtswege worden uitgeoefend door de moeder. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 februari 2024 het ongeboren kind voorlopig onder toezicht gesteld tot 20 mei 2024. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para>De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van het ongeboren kind voor de duur van twaalf maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De standpunten</title>
    <bridgehead role="italic">Wat vindt de moeder? </bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De moeder is het niet eens met het verzoek van de GI. De moeder erkent en herkent de zorgen niet. Er is geen sprake van een verslaving en de moeder wil graag hulp om dit aan te tonen. De moeder legt uit dat zij positief is getest op alcohol en cocaïne, niet omdat zij verslaafd is, maar omdat zij dit zelf tot zich heeft genomen om opgenomen te kunnen worden. Tijdens een opname wil de moeder bewijzen dat het goed met haar gaat en zij juist geen middelen gebruikt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat vindt de vader? </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De vader heeft geen bezwaar tegen de ondertoezichtstelling. De vader zou het ongeboren kind graag willen erkennen, maar de moeder houdt dit tegen. Hij wil daarnaast graag dat het ongeboren kind zodra het geboren is bij hem komt wonen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat vindt de GI? </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De GI is het eens met het verzoek van de Raad. Omdat moeder erkent dat zij tijdens de zwangerschap alcohol en cocaïne heeft gebruikt maakt de GI zich ernstig zorgen over de ontwikkeling van het ongeboren kind. De GI probeert hulp in te schakelen die ertoe leidt dat verdere schade voor het ongeboren kind zoveel mogelijk wordt beperkt. De GI denkt hierbij aan een gedwongen opname in het kader van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <bridgehead role="italic">De beslissing</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De rechtbank zal het ongeboren kind onder toezicht stellen voor de duur van een jaar, te weten tot <emphasis role="bold">12 maart 2025</emphasis>. De rechtbank zal deze beslissing hierna uitleggen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De wet</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De rechtbank kan een ongeboren kind als geboren beschouwen als dit in zijn belang is.<footnote-ref linkend="_e1017b53-b3e7-4668-b3a0-5058a0f86ffa" /> Op grond van de stukken en de mondelinge behandeling komt de rechtbank tot het oordeel dat het ongeboren kind in de ontwikkeling wordt bedreigd en dat de moeder niet bereid of in staat is om zelfstandig de ontwikkelingsbedreiging weg te nemen. Er is voldaan aan het wettelijke criterium van de ondertoezichtstelling genoemd in artikel 1:255 BW. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat zijn de zorgen? </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De rechtbank maakt zich net als de Raad en de GI zeer ernstige zorgen over het ongeboren kind. Er zijn al lang zorgen over het middelengebruik van de moeder en de moeder heeft na positieve testen erkend dat zij cocaïne en alcohol heeft gebruikt tijdens haar zwangerschap. De rechtbank vindt dit zeer ernstig. Gelet op het feit dat er structureel sprake is van positieve testen het afgelopen jaar, kan de rechtbank niet anders dan concluderen dat er sprake is van een verslaving bij de moeder. De moeder heeft verschillende verklaringen gegeven voor hoe de middelen in haar lichaam zijn gekomen, maar die acht de rechtbank niet geloofwaardig. Een grote zorg hierbij is dat de moeder nog steeds niet erkent dat zij een verslaving heeft en de ernst en de risico’s van het middelengebruik onvoldoende inziet. Dit staat de juiste hulp in de weg. Dat, terwijl haar kindje van nog geen jaar symptomen laat zien die mogelijk duiden op foetaal alcoholsyndroom. De rechtbank hoopt dat de moeder kan erkennen waar het probleem ligt, zodat zij ook de juiste hulp zal kunnen ontvangen. Erkenning is de eerste oplossing en de sleutel ligt hier bij de moeder.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>stelt het ongeboren kind [naam] onder toezicht van de gecertificeerde instelling De Jeugd- &amp; Gezinsbeschermers te Bussum, met ingang van <emphasis role="bold">12 maart 2024</emphasis> voor de duur van twaalf maanden, te weten tot <emphasis role="bold">12 maart 2025</emphasis>; <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2024 door mr. T. Dopheide (voorzitter), mr. J.H.L. Beckers en mr. M.A.A.T. Engbers, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. M.C. Beens als griffier, en op schrift gesteld op 2 mei 2024. </para>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
      </parablock>
      <para>- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
      <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
      <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_e1017b53-b3e7-4668-b3a0-5058a0f86ffa" label="1">
    <para> Artikel 1:2 Burgerlijk Wetboek (BW).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>