<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:2728</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-16T10:50:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11015725</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:2728">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:2728</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-16T10:49:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:2728 Rechtbank Midden-Nederland , 30-04-2024 / 11015725</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:2728:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Toewijzing vorderingen betaling huurachterstand en ontruiming.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:2728:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11015725 \ UV EXPL  24-73 RJ/58605</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 30 april 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M. Cohen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde sub 1] , </title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>niet verschenen,<?linebreak?>2. <emphasis role="bold">[gedaagde sub 2]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.J. Bakker,</para>
      <para>gedaagde partijen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna ‘ [eiseres] ’, ‘ [gedaagde sub 1] ’ en ‘ [gedaagde sub 2] ’ genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 4 april 2024;</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 16 april 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt; <?linebreak?>- de pleitnota van [eiseres] ; <?linebreak?>- de wijziging van eis van [eiseres] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter bepaald dat het vonnis vandaag zal worden uitgesproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Waar gaat deze zaak over? </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] huren sinds 1 april 2021 van [eiseres] een woning aan de [adres] in [plaats] voor een bedrag van € 1.400,00 per maand. Vanaf oktober 2023 is er een achterstand ontstaan in de betaling van de maandelijkse huurtermijnen. De huurachterstand bedraagt tot 1 mei 2024 € 9.800,00. [eiseres] vordert in deze procedure – samengevat – betaling van de huurachterstand en ontruiming van de woning.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Wat oordeelt de kantonrechter? </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aan [gedaagde sub 1] wordt verstek verleend</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 1] is niet op de mondelinge behandeling verschenen en heeft ook niet op een andere manier gereageerd of om uitstel verzocht. Dit betekent dat aan [gedaagde sub 1] verstek wordt verleend. Zoals in artikel 140 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is bepaald, wordt tussen alle partijen één vonnis gewezen dat ook ten aanzien van [gedaagde sub 1] als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd. Dat betekent dat [gedaagde sub 1] geen verzet kan aantekenen tegen dit vonnis, maar alleen in hoger beroep kan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [eiseres] heeft haar eis gewijzigd</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft in de dagvaarding gevorderd om [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te veroordelen om de woning te ontruimen, maar [gedaagde sub 1] is in augustus 2023 al uit de woning vertrokken. [eiseres] heeft daarom tijdens de mondelinge behandeling haar eis ten aanzien van de ontruiming gewijzigd en vordert alleen om [gedaagde sub 2] te veroordelen om de woning te ontruimen.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Er is sprake van een spoedeisend belang</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De vordering in kort geding kan alleen worden toegewezen als [eiseres] daarbij een spoedeisend belang heeft. Dat is het geval, omdat het hier gaat om een aanzienlijke huurachterstand die steeds verder oploopt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beoordelingskader in kort geding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming is een maatregel, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet – volgens vaste jurisprudentie – grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een – diepgaand – onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] moeten de huurachterstand betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres] aangegeven dat de huurachterstand inmiddels is opgelopen naar € 9.800,00 (zeven maanden). [gedaagde sub 2] heeft aangegeven dat deze huurachterstand klopt. Daarom wordt dit deel van de vordering toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde sub 2] moet de woning ontruimen </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben een huurachterstand van zeven maanden. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] tekort zijn geschoten in de nakoming van hun verplichtingen uit de huurovereenkomst. Het is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de tekortkoming van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] de ontbinding van de huurovereenkomst en een ontruiming rechtvaardigen. In het algemeen gaat een kantonrechter namelijk bij een huurachterstand van meer dan drie maanden over tot de ontbinding van de huurovereenkomst. De vordering tot ontruiming zal daarom worden toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde sub 2] moet binnen veertien dagen de woning verlaten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft gevorderd dat [gedaagde sub 2] de woning binnen tien dagen na betekening van het vonnis moet verlaten. [gedaagde sub 2] heeft daarvoor meer tijd gevraagd. De kantonrechter houdt rekening met de belangen van beide partijen en zal de ontruimingstermijn daarom bepalen op veertien dagen na betekening van dit vonnis.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toekomstige huurtermijnen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] moeten de huur blijven betalen tot en met de maand waarin [gedaagde sub 2] de woning met al haar spullen heeft verlaten. Dit deel van de vordering zal daarom ook worden toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] moeten de proceskosten van [eiseres] betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>136,72</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>524,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>543,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>135,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.338,72</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beslissing zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde sub 2] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] te [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [eiseres] zijn, en de sleutels af te geven aan [eiseres] ,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] om te betalen aan [eiseres] :</para>
      <para>a. a) 	€ 9.800,00 aan achterstallige huur tot 1 mei 2024,</para>
      <para>b) 	€ 1.400,00 per maand vanaf 1 mei 2024 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in de proceskosten van € 1.338,72, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.S. Elkhuizen-Koopmans en bij haar afwezigheid in het openbaar uitgesproken door mr. J.W. Wagenaar op 30 april 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>