<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:2510</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-08T09:34:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 23/1270</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:2510">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:2510</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-08T09:33:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:2510 Rechtbank Midden-Nederland , 16-04-2024 / UTR 23/1270</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:2510:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Energietoeslag proceskostenveroordelinguitspraak: De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van 437,70.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:2510:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 23/1270</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. D.D. Pietersz)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeesters en wethouders van gemeente Utrecht, verweerder</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het besluit van 4 oktober 2022 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om energietoeslag afgewezen. Hiertegen heeft verzoeker bezwaar gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het besluit van 7 februari 2023 heeft verweerder dit bezwaar ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker is hiertegen in beroep gegaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft naar aanleiding van de uitspraak van deze rechtbank van 17 april 2023<footnote-ref linkend="_f259df44-a96a-4e28-9cda-6cd96411e27a" /> een herbeoordeling gemaakt. Deze herbeoordeling heeft geleid tot een nieuw inwilligend primair besluit van 1 juni 2023 op de aanvraag om energietoeslag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de brief van 13 juni 2023 heeft de rechtbank verzoeker verzocht binnen twee weken te laten weten of hij het beroep intrekt. Verzoeker heeft hierop zijn beroep ingetrokken en heeft verzocht om vergoeding van de proceskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft gereageerd op het verzoek en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoeker te vergoeden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>Overwegingen<?linebreak?></title>
    <para>1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht</para>
    <para>zonder zitting uitspraak.</para>
    <para />
    <para>2. De veroordeling van een partij in de proceskosten in geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb. Als een beroep wordt ingetrokken, het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.<?linebreak?></para>
    <para>3. De rechtbank overweegt dat verzoeker het beroep heeft ingetrokken. Dit heeft verzoeker gedaan nadat verweerder, naar aanleiding van de eerder genoemde uitspraak van deze rechtbank van 17 april 2023, de aanvraag van verzoeker opnieuw heeft beoordeeld en een nieuw inwilligend primair besluit heeft genomen. In zoverre is verweerder tegemoet gekomen aan het beroep van verzoeker. Hierin ligt aanleiding om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt om het beroep in te dienen. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 857,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 857,- en een wegingsfactor 1).</para>
    <para />
    <para>4. Op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb is verweerder gehouden het</para>
    <para>door verzoeker betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <?linebreak?>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van</para>
      <para>€ 837,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van N. Khalloufi, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 april 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Bent u het niet eens met deze uitspraak?<?linebreak?>Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.</bridgehead>
  <footnote id="_f259df44-a96a-4e28-9cda-6cd96411e27a" label="1">
    <para> ECLI:NL:RBMNE:2023:1716.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>