<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:1852</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-11T11:32:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10809720</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almere</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:1852">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:1852</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-11T11:32:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:1852 Rechtbank Midden-Nederland , 27-03-2024 / 10809720</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:1852:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voeging van zaken op grond van artikel 222 Rv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:1852:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almere</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10809720 \ MC EXPL  23-6918</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 27 maart 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.J.M. Groen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ANWB B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te 's-Gravenhage,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: ANWB,</para>
      <para>gemachtigde: H.C. Scheltema. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding, met producties, van 17 november 2023;  <?linebreak?>- de incidentele conclusie van [eiser] tot voeging ex artikel 222 Rv met een productie; </para>
      <para>- de conclusie van antwoord in het incident en in de hoofdzaak met producties. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil in het incident</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert in het incident dat de onderhavige zaak op grond van artikel 222 Rv wordt gevoegd met de bij deze rechtbank aanhangige zaak met zaaknummer 10891746 \ MC EXPL 24-548 ( [eiser] / UVM Verzekeringsmaatschappij N.V.) Hij legt daaraan ten grondslag dat beide zaken betrekking hebben op hetzelfde onderwerp en ook overigens sterk verweven zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>ANWB concludeert tot afwijzing van de incidentele vordering en verwijst daartoe naar de conclusie van antwoord in het incident van Unigarant N.V. (naar de kantonrechter begrijpt: de conclusie van antwoord in het incident van UVM Verzekeringsmaatschappij N.V. in de procedure met zaaknummer 10891746 \ MC EXPL 24-548 (hierna: UVM)).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling in het incident </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft eerst ANWB gedagvaard en daarin betaling van € 14.380,- gevorderd uit hoofde van een gesloten reis- en annuleringsverzekering. ANWB heeft daarop een brief naar de advocaat van [eiser] gestuurd met de mededeling dat hij de verkeerde partij heeft gedagvaard, omdat niet ANWB, maar UVM de verzekeraar en daarmee de contractspartij van [eiser] is. [eiser] heeft daarop ook een procedure tegen UVM aanhangig gemaakt en vordert in beide procedures voeging.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Op grond van artikel 222 Rv kan, in geval voor dezelfde rechter verknochte zaken aanhangig zijn, voeging van die zaken worden gevorderd. Van verknochtheid is sprake wanneer de feitelijke of juridische geschilpunten in de ene zaak identiek zijn aan die in de andere, dan wel daarmee zodanige samenhang vertonen dat consistentie van de uitspraken is geboden. Niet is vereist dat het gaat om procedures tussen dezelfde partijen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Voorkomen moet worden dat er in deze zaken tegenstrijdige beslissingen worden genomen, bijvoorbeeld over de vraag wie als contractuele wederpartij van [eiser] geldt. Dit is ofwel ANWB, ofwel UVM. Naar het oordeel van de kantonrechter is een gevoegde behandeling daarom wenselijk, dat wil zeggen dat er een gezamenlijke behandeling en beslissing van beide procedures door één en dezelfde rechter plaatsvindt. Ook is een voeging en behandeling door dezelfde rechter om proceseconomische redenen wenselijk. Van verknochtheid is daarom sprake, zodat de gevorderde voeging wordt toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Hoewel de incidentele vordering van [eiser] wordt toegewezen, wordt hij wel in de kosten van het incident veroordeeld. Deze kosten zijn nodeloos veroorzaakt als bedoeld in artikel 237 Rv. Het is immers aan [eiser] te wijten dat er twee afzonderlijke zaken aanhangig zijn gemaakt, waardoor het noodzakelijk werd dit incident op te werpen. De kosten aan de zijde van ANWB worden echter begroot op nihil, nu zij voor de conclusie van antwoord in het incident geen noemenswaardig meerwerk heeft verricht omdat zij heeft verwezen naar de conclusie van UVM. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>voegt de hoofdzaak met de bij deze rechtbank aanhangige zaak met zaaknummer 10891746 \ MC EXPL 24-548;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van ANWB, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil; </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>:</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">woensdag 24 april 2024 </emphasis>om 11:00 uur voor het nemen van een conclusie van repliek door [eiser] ;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>45353</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>