<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:1850</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-29T09:53:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10969698 \ UE VERZ  24-58</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:1850">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:1850</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-29T09:53:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:1850 Rechtbank Midden-Nederland , 26-03-2024 / 10969698 \ UE VERZ  24-58</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:1850:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>art. 224 Rv. Incidenteel verzoek tot zekerheidsstelling proceskosten tijdens verzoekschriftprocedure. Onvoldoende onderbouwd dat verzoeker niet in Nederland woont. Kantonrechter wijst het verzoek in het incident af.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:1850:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 10969698 UE VERZ  24-58 SV/40160</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking in incident van 26 maart 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verder ook te noemen: [verzoeker] ,</para>
      <para>verzoekende partij in het verzoek,</para>
      <para>verwerende partij in het incident,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M. Hartkoorn,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerster] B.V. tevens handelend onder de naam [handelsnaam]</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>verder ook te noemen: [handelsnaam] ,</para>
      <para>verwerende partij in het verzoek,</para>
      <para>verzoekende partij in het incident,</para>
      <para>gemachtigde: mr. W.A. van Sambeek.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het gewijzigde verzoekschrift van [verzoeker] van 9 februari 2024;</para>
      <para>- het incidenteel verzoek van [handelsnaam] van 13 maart 2024 met het verzoek tot het stellen van zekerheid voor de proceskosten;</para>
      <para>- het verweerschrift in incident van 22 maart 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling in het incident tot zekerheidstelling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [handelsnaam] verzoekt dat [verzoeker] zekerheid stelt voor proceskosten. [verzoeker] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [handelsnaam] legt aan haar verzoek ten grondslag dat [verzoeker] niet langer in Nederland ( [plaats 1] ) woont, maar in [plaats 2] , in de Verenigde Arabische Emiraten, die geen partij zijn bij het Haags Rechtsvorderingsverdrag 1954. Uit artikel 224 lid 1 Rechtsvordering volgt dat [verzoeker] daarom verplicht is zekerheid te stellen voor de proceskosten waarin hij kan worden veroordeeld, aldus [handelsnaam] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat [verzoeker] voldoende heeft onderbouwd dat hij wél in Nederland woont. [verzoeker] heeft toegelicht dat hij zijn eerdere woning, een huis aan de [straat 1] in [plaats 1] , in mei 2023 heeft moeten verlaten vanwege verkoop van de woning. [verzoeker] heeft daarna bij verschillende vrienden gelogeerd. [verzoeker] stelt dat hij sinds november 2023 verblijft op een adres bij vrienden in [plaats 3] ( [straat 2] [nummer] ). Uit een door [verzoeker] overgelegd inschrijvingsbewijs blijkt dat [verzoeker] zich op dit adres met ingang van 9 januari 2024 heeft ingeschreven bij de gemeente [gemeente] . De stelling van [handelsnaam] dat [verzoeker] in [plaats 2] , in de Verenigde Arabische Emiraten, verblijft en woont, is onvoldoende onderbouwd. Uit de door [handelsnaam] overgelegde e-mails van haar medewerkers blijkt dat [verzoeker] eerder met collega’s zijn plan heeft besproken om uit Nederland te vertrekken en naar de Verenigde Arabische Emiraten te gaan voor werk. Dat [verzoeker] dit plan daadwerkelijk heeft uitgevoerd, blijkt echter niet uit deze verklaringen. [handelsnaam] heeft ook geen andere stukken overgelegd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat [verzoeker] niet meer in Nederland woont en in [plaats 2] verblijft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande ziet de kantonrechter onvoldoende grond om [handelsnaam] te volgen in haar standpunt dat [verzoeker] niet in Nederland woont. Het verzoek van [handelsnaam] om [verzoeker] te veroordelen tot het stellen van zekerheid voor de proceskosten zal daarom worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [handelsnaam] zal als de in het incident in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de aan de zijde van [verzoeker] gevallen kosten van het incident (€ 204,00 aan salaris advocaat). </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst het verzoek in incident af; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [handelsnaam] in de proceskosten, aan de zijde van [verzoeker] tot heden begroot op € 204,00;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gewezen door mr. A.R. Creutzberg en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>