<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:1785</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-13T07:25:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10890230 UV EXPL 24-11</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2024-0441</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2024-0441</rdf:li>
          <rdf:li>PR-Updates.nl 2024-0080</rdf:li>
          <rdf:li>PR-Updates.nl PR-2024-0080</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:1785">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:1785</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-25T08:05:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:1785 Rechtbank Midden-Nederland , 15-02-2024 / 10890230 UV EXPL 24-11</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:1785:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort Geding verstekvonnis. Toewijziing loonvordering en samenhangende vorderingen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:1785:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 10890230 UV EXPL  24-11 MvdH/40201</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Kort geding verstekvonnis van 15 februari 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonend te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.F.M. Groot Kormelink,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] H.O.D.N. [handelsnaam]</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [handelsnaam] ,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit de dagvaarding en de mondelinge behandeling van 8 februari 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling zijn de heer [eiser] , zijn ouders en zijn gemachtigde verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt. Aan het einde van de zitting heeft de kantonrechter bepaald dat op 15 februari 2024 vonnis wordt gewezen.   </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De overwegingen van de kantonrechter </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De kantonrechter verleent verstek tegen [handelsnaam] omdat de dagvaarding op de voorgeschreven manier is betekend en hij niet is verschenen. Dit betekent dat de kantonrechter de vorderingen van [eiser] beoordeelt op basis van (alleen) de stellingen van [eiser] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] stelt dat er een mondelinge arbeidsovereenkomst tussen partijen is gesloten en dat hij op basis daarvan sinds 23 januari 2023 werkzaamheden is gaan verrichten voor [handelsnaam] . Volgens [eiser] komt [handelsnaam] ondanks sommaties de uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen niet (volledig) na. [eiser] vordert dat [handelsnaam] zal worden veroordeeld tot:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>betaling van het achterstallige loon van € 27.721,61 bruto te verminderen met de reeds betaalde netto bedragen van € 5.250,00, vermeerderd met de maximale wettelijke verhoging;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>overlegging, binnen 24 uur na de betaling, van deugdelijke bruto-netto specificaties van alle loonbetalingen vanaf 23 januari 2023, op straffe van een dwangsom van     € 50,00 per dag(deel) tot een maximum van € 10.000,00; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>tot aanmelding van [eiser] bij het bedrijfstakpensioenfonds Vervoer en voldoening van de bijbehorende premies;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het ziekmelden van [eiser] bij de arbodienst, het inschakelen van de bedrijfsarts en het opstellen van een plan van aanpak binnen 5 werkdagen na dit vonnis, op straffe van een dwangsom van € 50,00 per dag(deel) tot een maximum van € 10.000,00;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>betaling van de proceskosten (waaronder nakosten), vermeerderd met de wettelijke rente. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De spoedeisendheid van de zaak blijkt voldoende uit de aard van de vorderingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Omdat [handelsnaam] geen verweer heeft gevoerd tegen de vorderingen en de gestelde feiten waarop [eiser] zijn vorderingen baseert, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de stellingen van [eiser] . In dat licht is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat er tussen partijen een arbeidsovereenkomst bestaat en dat [handelsnaam] gehouden is om het loon op basis van de algemeen verbindend verklaarde cao voor het beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen te betalen. De vordering tot betaling van het achterstallige loon van € 27.721,61 (bruto) te verminderen met de reeds betaalde netto bedragen van € 5.250,00, vermeerderd met de maximale wettelijke verhoging, is daarom toewijsbaar. De hiermee samenhangende vordering om deugdelijke bruto-netto specificaties van alle loonbetalingen vanaf 23 januari 2023 te verstrekken op straffe van een dwangsom wordt eveneens toegewezen, zij het met een wat ruimere termijn. Ook de nauwverwante vordering om [eiser] aan te melden bij het bedrijfstakpensioenfonds en de bijbehorende premies te voldoen, wordt toegewezen. [eiser] heeft hier een voldoende spoedeisend belang bij. Hetzelfde geldt voor de vordering om [eiser] ziek te melden bij de arbodienst, de inschakeling van de bedrijfsarts en het opstellen van een plan van aanpak. Deze vordering wordt toegewezen met een termijn van vijf werkdagen na betekening van het vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom.      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [handelsnaam] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten (inclusief nakosten) veroordeeld. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>139,44</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>87,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>543,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(vast tarief kanton kort geding verstek)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>135,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>904,44</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [handelsnaam] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 27.721,61 bruto te verminderen met de reeds betaalde netto bedragen van € 5.250,00, vermeerderd met de maximale wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW tot aan de dag van de algehele voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [handelsnaam] om aan [eiser] binnen 3 dagen na de betaling deugdelijke bruto-netto specificaties van alle loonbetalingen vanaf 23 januari 2023 te overleggen, op straffe van een dwangsom van € 50,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan deze veroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt [handelsnaam] tot het aanmelden van [eiser] bij het bedrijfstakpensioenfonds Vervoer en tot voldoening van de bijbehorende premies;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>veroordeelt [handelsnaam] tot het ziekmelden van [eiser] bij de arbodienst, het inschakelen van de bedrijfsarts en het opstellen van een plan van aanpak binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis, op straffe van een dwangsom van € 50,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan deze veroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>veroordeelt [handelsnaam] in de proceskosten van € 904,44, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [handelsnaam] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>veroordeelt [handelsnaam] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.R. Creutzberg en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 15 februari 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>