<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:1772</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-12T10:13:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/4616 UTR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:1772">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:1772</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-12T10:12:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:1772 Rechtbank Midden-Nederland , 20-03-2024 / 23/4616 UTR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:1772:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>BNT UHT</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:1772:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 23/4616 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres], uit [woonplaats], eiseres,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. H. Sala),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoekster heeft ingediend op 19 september 2023 omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 4 oktober 2023 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft een reactie gegeven op het verweerschrift. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para />
    <para>1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.<footnote-ref linkend="_cb3fac83-659c-41c2-b480-01322e40eb87" /><?linebreak?></para>
    <para>2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.<footnote-ref linkend="_bd0c370a-dbae-49e5-a53f-274a4eaa62c9" /> Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.<footnote-ref linkend="_2714b794-cab1-4566-9517-ff880dbdd1d3" /></para>
    <para />
    <para>3. Op 31 maart 2023 heeft verweerder een besluit genomen in het kader van de herbeoordeling kinderopvangtoeslag. Verweerder is op 18 januari 2022 in gebreke gesteld. </para>
    <para />
    <para>4. Eiseres heeft bij brief van 19 september 2023 beroep ingesteld, omdat zij stelt dat verweerder niet tijdig een beslissing heeft genomen. </para>
    <para>5. Verweerder stelt dat eiseres geen procesbelang heeft, omdat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing werd ingesteld nadat verweerder een beslissing heeft genomen. </para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank stelt vast dat het beroep van eiseres is ingesteld nadat verweerder de beslissing - waarop dit beroep betrekking heeft - heeft genomen. Er was dus geen sprake van een niet tijdig genomen besluit waartegen beroep kon worden ingesteld. Dit betekent dat dit beroep niet-ontvankelijk is. De stelling dat het besluit niet door eiseres zou zijn ontvangen, geeft geen aanleiding voor een ander oordeel. </para>
    <para />
    <para>7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissing niet inhoudelijk kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van                               C.A.A.W. van der Heijden, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>20 maart 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier is verhinderd</para>
      <para>deze uitspraak te tekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_cb3fac83-659c-41c2-b480-01322e40eb87" label="1">
    <para> Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bd0c370a-dbae-49e5-a53f-274a4eaa62c9" label="2">
    <para> Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2714b794-cab1-4566-9517-ff880dbdd1d3" label="3">
    <para> Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>