<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:1747</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-08T13:55:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/5276</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:1747">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:1747</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-08T13:53:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:1747 Rechtbank Midden-Nederland , 20-03-2024 / 22/5276</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:1747:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>BNT UHT, n.o. geen procesbelang want besluit genomen binnen de termijn van twee weken na de ingebrekestelling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:1747:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 22/5276 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres</title>
    <para>(gemachtigde: (O.K. Hyiaman),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Belastingdienst/Toeslagen, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: J. Mols).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag van 5 februari 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Op 9 november 2022 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Het beroep is ingediend bij de rechtbank Noord-Holland, die het vervolgens heeft doorgestuurd naar de rechtbank Noord-Nederland, die het vervolgens heeft doorgestuurd naar de rechtbank Midden-Nederland. Deze laatste rechtbank is namelijk de bevoegde rechtbank om op het beroep van eiseres te beslissen.<footnote-ref linkend="_32bea9b3-067b-49a4-86a5-8f05095a9c89" /><?linebreak?></para>
    <para>2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.<footnote-ref linkend="_cbbabbbe-a17f-473e-a7ce-f0f0122140ec" /><?linebreak?></para>
    <para>3. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.<footnote-ref linkend="_95bd32d0-8aee-49b0-ad0a-056943ebf1d8" /> Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.<footnote-ref linkend="_ff7e95c1-41fd-42a5-96b4-e60d07e692b3" /></para>
    <para />
    <para>4. Bij brief van 10 mei 2022, ontvangen door verweerder op 12 mei 2022, is verweerder in gebreke gesteld. Op 25 mei 2022 heeft verweerder een definitief besluit genomen op het verzoek van eiseres tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. </para>
    <para />
    <para>5. Eiseres heeft bij brief van 27 september 2022 beroep ingesteld, omdat zij stelt dat verweerder niet tijdig een besluit op haar verzoek heeft genomen.</para>
    <para />
    <para>6. Verweerder stelt dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing niet-ontvankelijk is, omdat er binnen de termijn van twee weken na de ingebrekestelling is beslist op het verzoek van eiseres.</para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank heeft eiseres meermaals in de gelegenheid gesteld om te reageren op het standpunt van verweerder. Er is geen reactie gekomen vanuit eiseres. De rechtbank stelt vast dat het besluit van verweerder op het verzoek van eiseres binnen de termijn van twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling is genomen. Op basis hiervan stelt de rechtbank vast dat er geen sprake is van een niet tijdig genomen besluit.  Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet inhoudelijk kan beoordelen. </para>
    <para />
    <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.<?linebreak?></para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van L. Beijerinck, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 maart 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De griffier is verhinderd</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">deze uitspraak te tekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_32bea9b3-067b-49a4-86a5-8f05095a9c89" label="1">
    <para> Artikel 8:7, tweede lid, van de Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cbbabbbe-a17f-473e-a7ce-f0f0122140ec" label="2">
    <para> Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_95bd32d0-8aee-49b0-ad0a-056943ebf1d8" label="3">
    <para> Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ff7e95c1-41fd-42a5-96b4-e60d07e692b3" label="4">
    <para> Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>