<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:170</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-06T11:17:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 23/201</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:170">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:170</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-06T11:16:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:170 Rechtbank Midden-Nederland , 18-01-2024 / UTR 23/201</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:170:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WOZ compromis over de hoogte van de WOZ-waarde, beroep ingetrokken. Proceskostenveroordeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:170:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 23/201 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 januari 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker</title>
    <para>(gemachtigde: mr. J.W. Vugts),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten &amp; hoogheemraadschap [gemeente]</emphasis>, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.F.M. Boerlage).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding.</para>
    <para />
    <para>2. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen verweerders uitspraak op bezwaar van </para>
    <para>6 december 2022 over de waarde van de woning aan de [adres] in [plaats] op grond van de Wet waardering onroerende zaken (wet WOZ) voor het belastingjaar 2022. De WOZ-waarde was door verweerder op € 1.152.000,- gesteld. Tijdens de procedure hebben partijen een compromis bereikt over de WOZ-waarde, die wordt verlaagd naar <?linebreak?>€ 1.035.000,-. Partijen zijn het niet eens geworden over de hoogte van de proceskosten die verweerder aan verzoeker moet vergoeden.</para>
    <para />
    <para>3. Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld om te reageren op dit verzoek. Verweerder heeft daarvan geen gebruik gemaakt.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenvergoeding.<footnote-ref linkend="_7051af9a-53b4-4e20-8d2c-1d6975960bc9" /></para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>5. Als het beroep is ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen<emphasis role="italic">.</emphasis> Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).</para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de proceskosten van verzoeker moet betalen. Verweerder is namelijk door de verlaging van de WOZ-waarde tegemoet gekomen aan verzoeker. </para>
    <para>7. Op 1 januari 2024 is artikel 30a van de Wet WOZ in werking getreden. Op grond van het eerste en tweede lid worden de te vergoeden proceskosten vermenigvuldigd met de daar bepaalde factor. Op grond van het overgangsrecht blijft deze wettelijke vermenigvuldigingsfactor echter buiten toepassing, omdat de aanslag en de uitspraak op bezwaar van voor 1 januari 2024 dateren.<footnote-ref linkend="_9c386e84-a598-43a1-ad44-cde06c5a6a40" /> De rechtbank bepaalt de wegingsfactor voor de proceskosten overeenkomstig haar uitgangspunten.<footnote-ref linkend="_e9287edc-0ccb-489f-a2fd-d8ca5b348ea6" /></para>
    <para />
    <para>8. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen vast op </para>
    <parablock>
      <para>€ 373,75. Het gaat voor de bezwaarfase om 1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het verschijnen op de hoorzitting met een waarde per punt van € 310,-. Voor de beroepsfase gaat het om 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875,-. Onder verwijzing naar de uitspraak van deze rechtbank van </para>
      <para>4 september 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:4481 hanteert de rechtbank een wegingsfactor van 0,25, omdat het geschil alleen nog gaat om de proceskosten van een reguliere WOZ-zaak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>9. Verweerder moet ook het griffierecht van € 50,- aan verzoeker betalen.<footnote-ref linkend="_9db56f2c-4e0f-4274-b6c4-e1b6eaa68cfb" /> Verzoeker zal zich hiervoor tot verweerder moeten wenden.</para>
    <para />
    <para>10. De rechtbank wijst verweerder erop dat hij op grond van deze uitspraak de te vergoeden bedragen voor proceskosten en griffierecht uitsluitend mag uitbetalen op een bankrekening die op naam staat van verzoeker. Dat volgt uit artikel 30a, vierde lid, van de Wet WOZ, waarvoor geen overgangsrecht geldt.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 373,75 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. M.S.D. de Weerd, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 januari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Digitaal verzet instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_7051af9a-53b4-4e20-8d2c-1d6975960bc9" label="1">
    <para>Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9c386e84-a598-43a1-ad44-cde06c5a6a40" label="2">
    <para> Artikel IV, onder a, van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e9287edc-0ccb-489f-a2fd-d8ca5b348ea6" label="3">
    <para> Uitspraak van 4 september 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:4481, overwegingen 15-31.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9db56f2c-4e0f-4274-b6c4-e1b6eaa68cfb" label="4">
    <para> Artikel 8:41 van de Awb</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>