<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:1487</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-25T11:42:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/558858 / HA ZA 23-425</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:1487">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:1487</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-25T11:41:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:1487 Rechtbank Midden-Nederland , 20-03-2024 / C/16/558858 / HA ZA 23-425</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:1487:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>toerekenbare tekortkoming?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:1487:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="91674e62-c0c9-4841-b522-ea695c06dc4b" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="574eee19-0761-44c8-a661-bfd4f07cb976" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>handelskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/16/558858 / HA ZA 23-425</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 20 maart 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. M.N. Mense te Haarlem,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. G.J. Verduijn te Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 14 juni 2023, met producties 1 t/m 8,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord, met producties 1 t/m 16,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 9 februari 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Aan partijen is medegedeeld dat er op 20 maart 2024 vonnis wordt gewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Waar gaat de zaak over?</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] drijft in samenwerking met de aan haar gelieerde Stichting [naam 1] (hierna: [naam 1] ) een onderneming gericht op het (laten) verlenen van thuiszorg. [naam 1] is bestuurder van [eiseres] . [naam 1] heeft overeenkomsten gesloten met zorgverzekeraars, waaronder met zorgverzekeraar VGZ. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] was ook werkzaam in de thuiszorg, aanvankelijk via haar thuiszorgonderneming [naam 2] .</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>In 2019 zijn [eiseres] en [gedaagde] gaan samenwerken. Zij zijn onder andere overeengekomen dat [gedaagde] de voor haar werkzame zorgverleners aan [eiseres] ter beschikking zal stellen, met als doel om hen thuiszorgwerkzaamheden te laten uitvoeren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>VGZ heeft naar aanleiding van een fraudeonderzoek een bedrag van € 137.838,10 van [naam 1] / [eiseres] teruggevorderd op grond van haar verzekeringsvoorwaarden, omdat zij volgens VGZ declaraties had ingediend voor zorg die is verleend door ongekwalificeerde zorgverleners.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [eiseres] wil in deze procedure een deel van dit bedrag verhalen op [gedaagde] en vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 96.486,67 aan schadevergoeding. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert daartegen verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De vordering van [eiseres] wordt afgewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] stelt dat [gedaagde] schadevergoeding aan haar moet betalen, omdat zij toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting om gekwalificeerde zorgverleners aan [naam 1] / [eiseres] ter beschikking te stellen. [gedaagde] heeft de dagvaarding zo geïnterpreteerd dat de terugvordering ziet op haar ter beschikking stelling van zorgverlener [A] , waartegen zij verweer heeft gevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres] duidelijk gemaakt dat het niet gaat om [A] , maar om de volgende vier ongekwalificeerde zorgverleners:</para>
      <para>- [B] , </para>
      <para>- [C] , </para>
      <para>- [D] , en </para>
      <para>- [E] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Het verweer [gedaagde] ten aanzien van zorgverlener [A] kan daarom buiten beschouwing blijven, omdat de stellingen van [eiseres] hierop geen betrekking hebben.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd betwist dat de vier zorgverleners waar het volgens [eiseres] om gaat onder haar verantwoordelijkheid hebben gewerkt en dat zij deze zorgverleners aan [eiseres] ter beschikking heeft gesteld. [gedaagde] heeft, zo heeft zij verklaard, zelfs nog nooit van deze zorgverleners gehoord.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft naar aanleiding van deze gemotiveerde betwisting geen nadere onderbouwing gegeven van haar stelling dat [gedaagde] deze zorgverleners aan haar ter beschikking heeft gesteld. De rechtbank ziet geen enkel aanknopingspunt in de stukken uit het dossier waaruit volgt dat deze medewerkers gelinkt waren aan [gedaagde] . [eiseres] heeft daarom niet aan haar stelplicht voldaan. Zij heeft niet gemotiveerd onderbouwd dat [gedaagde] (toerekenbaar) tegenover haar is tekortgeschoten. Dit brengt mee dat niet geconcludeerd kan worden dat [gedaagde] schadevergoeding aan [eiseres] moet betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>De vordering van [eiseres] moet daarom worden afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>
        [eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief de nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:</para>
      <para>- griffierecht                          	€               1.301,00</para>
      <para>- salaris advocaat                 	€               3.858,00 (2 punten × tarief V)</para>
      <para>- nakosten                             	<emphasis role="underline">€               178,00</emphasis> (plus de verhoging in de beslissing)</para>
      <para>Totaal                                    	€	   5.337,00</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaart.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 5.337,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiseres] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Hurenkamp en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>