<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:1329</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-08T13:46:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/567355 / KL ZA 23-335</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBMNE:2024:543" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBMNE:2024:543</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:1329">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:1329</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-07T10:28:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:1329 Rechtbank Midden-Nederland , 06-03-2024 / C/16/567355 / KL ZA 23-335</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:1329:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Na akte van het COA na het tussenvonnis voldoende aannemelijk dat voor de baby van gedaagde geen acute noodsituatie zal ontstaan bij ontruiming. Gevorderde ontruiming toegewezen met langere ontruimingstermijn.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:1329:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Midden-Nederland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
      <para>handelskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/16/567355 / KL ZA 23-335</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 6 maart 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de publiekrechtelijke rechtspersoon</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">CENTRAAL ORGAAN OPVANG ASIELZOEKERS</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Den Haag,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat: mr. F. van der Lecq te ‘s-Gravenhage,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis> voor zich en in hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van haar minderjarig kind <emphasis role="bold">[minderjarige] </emphasis>(geboren op [geboortedatum] 2023), </para>
      <para>verblijvend in het asielzoekerscentrum te [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>verschenen in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna het COA en [gedaagde] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De zaak in het kort</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na de akte van het COA na het tussenvonnis stelt de voorzieningenrechter vast dat voldoende aannemelijk is dat voor de baby van [gedaagde] geen acute noodsituatie zal ontstaan bij ontruiming. De voorzieningenrechter zal daarom de ontruiming toewijzen en daarbij de ontruimingstermijn bepalen op zes weken. [gedaagde] zal verder worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Deze beslissingen worden toegelicht onder punt 3.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De (verdere) procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 5 februari 2024. </para>
        <para>Daarin is het COA in de gelegenheid gesteld om een nadere akte te nemen. [gedaagde] heeft daarop bij brief gereageerd. Ten slotte heeft de voorzieningenrechter vonnis bepaald op vandaag. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ontruiming</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>In het tussenvonnis is al geoordeeld dat de gevorderde ontruiming in beginsel toewijsbaar is. Verder is overwogen dat de voorzieningenrechter ook rekening moet houden met het zwaarwegend belang van het kind bij onderdak, zeker omdat het gaat om een baby van nu circa negen maanden oud. Voldoende aannemelijk moet zijn dat er geen acute noodsituatie zal ontstaan doordat de baby door de ontruiming dakloos raakt. Daarom is het COA in de gelegenheid gesteld om zich daarover uit te laten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Het COA heeft in dat verband bij akte onder andere het volgende gesteld. </para>
        <para>De verantwoordelijkheid voor het welzijn van het kind geldt voor zowel voor de moeder ( [gedaagde] ) als de vader. Om een acute noodtoestand te voorkomen zou het kind – tijdelijk (ook al is dit niet ideaal) – bij de vader ondergebracht kunnen worden tot [gedaagde] een oplossing heeft gevonden, zo nodig met behulp van hulpverlenende instanties. Verder heeft het COA een overzicht gegeven van hulporganisaties die [gedaagde] kan benaderen. Daarnaast kan zij bij de GGD Flevoland een aanvraag doen voor nood- of crisisopvang.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft in haar brief wederom spijt betuigd en gevraagd om een tweede kans, maar daarvoor is het te laat (zoals in het tussenvonnis is overwogen onder 4.6).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter is van oordeel dat het COA (nu) voldoende gemotiveerd en concreet heeft aangegeven tot welke hulpverlenende instanties [gedaagde] zich kan wenden om te voorkomen dat haar kind bij een ontruiming in een acute noodsituatie terecht zal komen. Verder heeft het COA aangegeven dat rekening kan worden gehouden met de belangen van het kind door een ruimere ontruimingstermijn te hanteren dan gevorderd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter de gevorderde ontruiming toewijzen en de ontruimingstermijn bepalen op zes weken na betekening van dit vonnis. <?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van het COA worden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding 		€     129,86</para>
      <para>- griffierecht 		€     668,00</para>
      <para>- salaris gemachtigde 	€     697,00 </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">- nakosten 		€     173,00 + </emphasis>plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
      <para>totaal 			€  1.667,86  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om de bij haar in gebruik zijnde ruimte in het AZC te [plaats] aan de [adres] , of elke andere door het COA verzorgde opvanglocatie, <?linebreak?><emphasis role="bold underline">binnen zes weken</emphasis>na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige personen en zaken, voor zover die aan haar toebehoren en niet aan het COA;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.667,86, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] € 90,00 extra betalen, plus de betekeningskosten;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>wijst af wat er meer of anders is gevorderd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. drs. B.G.W.P. Heijne en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>4578</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>