<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:1314</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-20T13:10:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10759992</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:1314">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:1314</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-20T13:10:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:1314 Rechtbank Midden-Nederland , 13-03-2024 / 10759992</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:1314:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gedaagde heeft de factuur van de tandarts niet tijdig betaald en is daarna de betalingsregeling niet stipt nagekomen. Na dagvaarding is wel de hoofdsom betaald, veroordeling tot betaling van rente en proceskosten</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:1314:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10759992 \ UC EXPL  23-7216</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 13 maart 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] B.V., MEDE HANDELEND ONDER DE NAMEN [handelsnaam 1] , [handelsnaam 2] , [handelsnaam 3] EN [handelsnaam 4]</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd in [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiseres] ,</para>
      <para>gemachtigde: Yards Deurwaardersdiensten BV,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding die op 8 oktober 2023 aan [gedaagde] is betekend; <?linebreak?>- het proces-verbaal van de rolzitting van 15 november 2023 (conclusie van antwoord); <?linebreak?>- de conclusie van repliek van 10 januari 2024; <?linebreak?>- de conclusie van dupliek van 7 februari 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is op 13 maart 2023 behandeld door zijn tandarts. De tandarts heeft de vordering op [gedaagde] verkocht aan [eiseres] . [eiseres] heeft [gedaagde] op 20 maart 2023 een factuur voor de behandeling door de tandarts gestuurd met een bedrag van € 114,55. [gedaagde] heeft deze factuur niet betaald. Op 15 juli 2023 heeft [gedaagde] met [bedrijf] , de incassogemachtigde van [eiseres] , een betalingsregeling getroffen. Die regeling hield in dat [gedaagde] € 155,47 (het factuurbedrag plus rente en kosten) zou betalen in zes maandelijkse termijnen van € 25,92. De eerste termijn moest worden betaald op 3 augustus 2023 en daarna elke keer op de derde van de volgende maand. In de betalingsregeling staat dat als die niet (tijdig) wordt nagekomen, de regeling vervalt en het gehele bedrag ineens opeisbaar is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 7 augustus 2023 heeft [gedaagde] voor het eerst € 26,00 aan [bedrijf] betaald. Daarna heeft [gedaagde] op 22 september 2023 en op 19 oktober 2023 weer € 26,00 betaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [bedrijf] heeft [gedaagde] op 19 oktober 2023 laten weten dat de vordering al was overgedragen aan Yards Deurwaardersdiensten en dat de betaling aan hen zal worden doorgestort. Daarna heeft [gedaagde] nog telkens € 26,00 aan [bedrijf] betaald op 22 oktober 2023 en op 1 en 2 november 2023. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 104,24 (hoofdsom € 88,55, rente € 1,69, kosten € 40,00 -/- betaling € 26,00), te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 10 oktober 2023 en de proceskosten. Bij repliek heeft [eiseres] haar vordering verminderd met € 104,00 (de vier termijnen die na dagvaarding nog zijn betaald).  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] stelt dat hij alle termijnen van de betalingsregeling op 2 november 2023 heeft betaald en vraagt om de vordering van [eiseres] af te wijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] moet nog € 00,24 en de wettelijke rente over de hoofdsom tot volledige betaling aan [eiseres] betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft niet betwist dat hij de factuur moest betalen. Hij moet wettelijke rente betalen omdat hij de factuur niet op tijd heeft betaald. [gedaagde] heeft een betalingsherinnering ontvangen op 21 april 2023, die aan de wettelijke vereisten voldoet, dus hij moet ook de incassokosten van € 40,00 aan [eiseres] betalen. Daarna heeft [gedaagde] zich niet aan de afgesproken betalingsregeling gehouden door de maandelijkse termijnen niet voor de derde van elke maand te betalen. In de betalingsregeling staat duidelijk dat die vervalt als niet tijdig wordt betaald en [bedrijf] heeft ook telkens een paar dagen voor de derde van de maand een herinnering aan [gedaagde] gestuurd. Omdat [gedaagde] zich niet aan de betalingsregeling heeft gehouden, is die vervallen en was het hele bedrag ineens opeisbaar. [eiseres] heeft dus terecht gedagvaard. De twee termijnen die [gedaagde] al voor de dagvaarding had betaald, zijn in de dagvaarding op de vordering in mindering gebracht, zodat toen het juiste bedrag werd gevorderd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding	€	107,84</para>
      <para>- griffierecht	€	128,00</para>
      <para>- salaris gemachtigde	€ 	78,00	(2 punten x tarief € 39,00)</para>
      <para>- nakosten	€ <emphasis role="underline">	18,00</emphasis></para>
      <para>Totaal	€	331,84</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 00,24, vermeerderd met de wettelijke rente over € 88,55 vanaf 10 oktober 2023 tot de voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiseres] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 331,84;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>18374</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>