<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2024:1238</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-20T08:25:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10787762 \ AC EXPL  23-2547</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amersfoort</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:1238">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:1238</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-20T08:24:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:1238 Rechtbank Midden-Nederland , 06-03-2024 / 10787762 \ AC EXPL  23-2547</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2024:1238:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijwaringsincident. Er bestaat voldoende grond om waarborg in vrijwaring op te roepen. De vordering in het incident wordt toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2024:1238:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amersfoort</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10787762 AC EXPL  23-2547 WMB/61313</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 6 maart 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [bedrijf] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>eisende partij in de hoofdzaak,</para>
      <para>verwerende partij in het incident,</para>
      <para>hierna te noemen: [bedrijf] ,</para>
      <para>gemachtigde: Armaere B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend in [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij in de hoofdzaak,</para>
      <para>eisende partij in het incident,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 16 oktober 2023 met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord, tevens houdende incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie van antwoord.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Hierna is bepaald dat er een vonnis in het incident zal worden gewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">De kantonrechter zal in het incident de oproeping in vrijwaring toestaan</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [bedrijf] stelt dat zij met [gedaagde] een partnerovereenkomst heeft gesloten en dat zij op basis daarvan aan [gedaagde] offerteaanvragen voor schoonmaakdiensten heeft geleverd. [bedrijf] wil dat [gedaagde] € 1.270,50 (vermeerderd met rente en kosten) betaalt voor de offerteaanvragen die zij van oktober tot en met december 2022 aan haar geleverd heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft gemotiveerd gesteld dat zij gronden heeft om mevrouw [A] (hierna: [A] ) in vrijwaring op te roepen, omdat de [bedrijf] volgens haar in werkelijkheid aan [A] zijn geleverd en niet aan haarzelf.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [bedrijf] heeft zich wat betreft de vrijwaring gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat voldoende gronden bestaan voor de gevorderde oproeping in vrijwaring.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De kosten van het vrijwaringsincident zullen worden gecompenseerd, wat betekent dat iedere partij zijn eigen kosten draagt.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De kantonrechter zal een mondelinge behandeling bepalen in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Voordat er een beslissing in hoofdzaak wordt genomen, wil de kantonrechter aanvullende inlichtingen van partijen. In de hoofdzaak zal daarom een mondelinge behandeling worden bepaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De kantonrechter zal een rolzitting houden voor het bepalen van een dag en tijdstip waarop de mondelinge behandeling kan plaatsvinden. Op deze rolzitting hoeven partijen niet te verschijnen, maar kunnen zij schriftelijk verhinderdata doorgeven. In zijn algemeenheid zullen partijen binnen 14 dagen na de rolzitting bericht van de griffier ontvangen over de datum en het tijdstip waarop de mondelinge behandeling zal plaatsvinden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De kantonrechter verzoekt partijen om alle stukken die van belang zijn en nog niet eerder zijn toegezonden, tenminste één week voor de zitting (mondelinge behandeling) in kopie aan de kantonrechter en aan de wederpartij toe te zenden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Partijen worden erop gewezen dat in het nadeel kan worden beslist van de partij die zonder gegronde reden niet op de mondelinge behandeling verschijnt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Voor de behandeling van de zaak worden 60 minuten uitgetrokken. Tijdens de mondelinge behandeling wordt aan partijen geen gelegenheid gegeven voor het houden van een pleidooi (het juridisch beargumenteren van de zaak aan de hand van een uitgeschreven pleitnota).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>staat toe dat mevrouw [A] door [gedaagde] wordt gedagvaard tegen de roldatum van 3 april 2024 om 9:30 uur;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten in die zin dat partijen de eigen kosten dragen; </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>beveelt partijen om in persoon, eventueel bijgestaan door een gemachtigde, voor de kantonrechter te verschijnen om verdere inlichtingen te geven op een, in overleg met partijen, nog vast te stellen dag en tijdstip;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van 3 april 2024 om 9:30 uur; op deze rolzitting hoeven partijen niet te verschijnen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <parablock>
        <para>bepaalt dat beide partijen voor of uiterlijk op de hiervoor vermelde rolzitting schriftelijk aan de rechtbank, afdeling civiel, kanton, kunnen opgeven op welke dagen zij in de drie maanden daarna verhinderd zijn; daarvoor gelden de volgende regels:</para>
        <para>- 	bij de opgave dienen partijen ten minste vijftien dagdelen vrij te laten waarop de mondelinge behandeling zou kunnen plaatsvinden;</para>
        <para>- 	indien partijen bij hun opgave minder dan het hiervoor verzochte aantal dagdelen vrij laten, zal de mondelinge behandeling kunnen worden bepaald op een niet daarvoor opgegeven dagdeel;</para>
        <para>- 	vervolgens zal een datum en tijdstip voor de mondelinge behandeling worden bepaald;</para>
        <para>- 	indien partijen geen gebruik maken van de mogelijkheid om verhinderdata op te geven zal de kantonrechter een datum bepalen waarvan dan in beginsel geen uitstel meer mogelijk is;</para>
        <para>- 	voor het opgeven van verhinderdata zal geen uitstel worden verleend;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>bepaalt daarnaast dat de mondelinge behandeling in beginsel niet zal worden uitgesteld nadat daarvoor dag en tijdstip zijn bepaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>bepaalt dat, indien partijen nog aanvullende stukken in het geding willen brengen, zij die stukken tenminste één week voor de mondelinge behandeling aan de kantonrechter en aan de wederpartij dienen toe te sturen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht en is bij aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>