<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2023:864</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-27T10:25:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10102991 \ AC EXPL  22-2219</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:864">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:864</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-27T10:23:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2023:864 Rechtbank Midden-Nederland , 18-01-2023 / 10102991 \ AC EXPL  22-2219</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2023:864:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Facturen levering zaken betaald, vonnis over kosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2023:864:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10102991 \ AC EXPL  22-2219 RvdH/1037</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 18 januari 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd in [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: LikiFin,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] , handelend onder de naam [handelsnaam]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding met producties 1 en 2,  <?linebreak?>- de e-mail van [gedaagde] van 17 september 2022 en het proces-verbaal van de civiele rolzitting van 28 september 2022, beide aan te merken als conclusie van antwoord, <?linebreak?>- de conclusie van repliek tevens wijziging van eis met producties 1 en 2.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft besloten dat de uitspraak vandaag is. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Waar gaat het over?</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] is leverancier van schepijs. [gedaagde] heeft onder andere schepijs bij [eiser] gekocht. [eiser] heeft [gedaagde] daarvoor op 8 mei 2020 een factuur gestuurd voor het bedrag van € 541,76. Die factuur was niet juist. Op 24 september 2020 heeft [eiser] een aangepaste factuur voor een bedrag van € 497,71 gestuurd. [eiser] heeft op 28 september 2020 ook een creditnota gestuurd voor de onjuiste factuur van 8 mei 2020. [gedaagde] moest dus € 497,71 aan [eiser] betalen op basis van de factuur van 24 september 2020.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft op 5 oktober 2020 € 270,80 betaald. Het restant van de factuur heeft hij onbetaald gelaten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft [gedaagde] op 6 september 2022 gedagvaard en betaling gevorderd van het restantbedrag, de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke handelsrente, samen totaal € 320,99. Op 8 september 2022 heeft [gedaagde] € 226,91 betaald. [eiser] vordert na wijziging van eis betaling van € 94,08, bestaande uit de buitengerechtelijke incassokosten  en de wettelijke handelsrente. [gedaagde] is het er niet mee eens dat hij die kosten moet betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de factuur betaald. Nu resteren de wettelijke handelsrente over de hoofdsom tot 29 augustus 2022 en de buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] ook die posten aan [eiser] moet betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de factuur van 24 september 2020 eerst op 8 september 2022 volledig voldaan. Dat is te laat, op de factuur is namelijk een betaaltermijn van 14 dagen vermeld. Dat betekent dat [gedaagde] in verzuim verkeerde en dat de door [eiser] gevorderde wettelijke handelsrente tot 29 augustus 2020 ter hoogte van € 54,08 toewijsbaar is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert ook vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden hebben plaatsgevonden. [gedaagde] heeft pas na ontvangst van de dagvaarding betaald. De hoogte van de vordering is getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 40,- zijn daarom toewijsbaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- hoofdsom facturen  <?linebreak?>- wettelijke handelsrente tot </para>
                <para>29 augustus 2022 </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ <?linebreak?>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>226,91 <?linebreak?>54,08 </para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- buitengerechtelijke incassokosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>40,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>+</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>totaal </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>320,99</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- betaling 8 september 2022</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>226,91</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>-/-</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>94,08</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [eiser] als volgt vastgesteld:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>107,22</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>128,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>150,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 75,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>385,22</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para>
        <emphasis role="bold">4.	De beslissing</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 94,08,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot dit vonnis vastgesteld op € 385,22,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht en in het openbaar uitgesproken op </para>
        <para>18 januari 2023.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>