<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2023:4386</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-07T14:49:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-08-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 23/2889-2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:4386">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:4386</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-07T08:28:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-09-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2023:4386 Rechtbank Midden-Nederland , 22-08-2023 / UTR 23/2889-2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2023:4386:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vovo Wnb. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om de schorsing van de ontheffing en beslissing op bezwaar op te heffen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2023:4386:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 23/2889-2</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 juli 2023 in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>Stichting De Faunabescherming, uit Amstelveen, verzoekster</title>
    <para>(gemachtigde: mr. B.N. Kloostra),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van gedeputeerde staten van de provincie Gelderland, verweerder </title>
    <para>(gemachtigde: mr. J.S. Kramer).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde-partijen nemen aan de zaak deel: </para>
    </parablock>
    <para>1.<emphasis role="bold"> provincie Gelderland</emphasis><?linebreak?>(gemachtigde: mr. J.S. Kramer); <?linebreak?></para>
    <para>2.<emphasis role="bold"> Stichting Het Nationale Park De Hoge Veluwe</emphasis></para>
    <para>(gemachtigden: mr. E.A. Bavinck en mr. J. van Es). </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna de Faunabescherming, het college, de provincie en de Stichting genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beslissing over de ordemaatregel</title>
    <para />
    <para>1. Gedeputeerde staten hebben op 27 oktober 2022 een ontheffing verleend voor het met een paintballgeweer mogen beschieten van wolven die afwijkend gedrag vertonen. Deze ontheffing is met de beslissing op bezwaar van 26 april 2023 in stand gebleven. Met de uitspraak van 13 juli 2023 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank de ontheffing en de beslissing op bezwaar – bij wijze van een ordemaatregel – geschorst.<footnote-ref linkend="_ff470f37-ebcc-4f26-a597-12d0e3ba1adb" /> Voor de aanleiding en de overwegingen voor het treffen van de ordemaatregel verwijst de voorzieningenrechter naar die uitspraak. </para>
    <para />
    <para>2. Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening zijn op 27 juli 2023 op een zitting behandeld. Het college heeft de voorzieningenrechter gevraagd om de voorziening zoals die is getroffen met de ordemaatregel van 13 juli 2023 op te heffen. De voorzieningenrechter heeft in dit verzoek echter geen aanleiding gezien om de schorsing van het bestreden besluit en de ontheffing ambtshalve op te heffen.<footnote-ref linkend="_e33103cd-0e35-456e-b428-19023153d427" /></para>
    <para />
    <para>3. Gelet op de uitspraak van 13 juli 2023 moet de voorzieningenrechter nog een beslissing nemen over het verzoek om proceskosten en het griffierecht. </para>
    <para />
    <para>4. Omdat het verzoek om voorlopige voorziening bij de uitspraak van 13 juli 2023 is toegekend, heeft verzoekster recht op vergoeding van de proceskosten die zij in verband met dit verzoek heeft moeten maken. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde van € 837,- en een wegingsfactor 1). Het college moet dit bedrag aan verzoekster vergoeden. </para>
    <para />
    <para>5. Het college moet ook het griffierecht van € 365,- aan verzoekster vergoeden.<footnote-ref linkend="_b261bab3-c449-4435-ad48-2a280edfbac7" /></para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> veroordeelt het college in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 837,-;</para>
      <para> draagt het college op om het door verzoekster betaalde griffierecht van € 365,- te vergoeden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, voorzieningenrechter, en mr. P.J. Naus, griffier. De beslissing is op 27 juli 2023 in het openbaar uitgesproken.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier							voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen de uitspraak in de voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open. </para>
  </section>
  <footnote id="_ff470f37-ebcc-4f26-a597-12d0e3ba1adb" label="1">
    <para> Uitspraak van 13 juli 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:3478.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e33103cd-0e35-456e-b428-19023153d427" label="2">
    <para> Op grond van artikel 8:87, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b261bab3-c449-4435-ad48-2a280edfbac7" label="3">
    <para> Op grond van artikel 8:82, vijfde lid, van de Awb. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>