<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2023:4375</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-07T14:53:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-08-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 23/574</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:4375">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:4375</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-07T09:42:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-09-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2023:4375 Rechtbank Midden-Nederland , 23-08-2023 / UTR 23/574</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2023:4375:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen geldige machtiging, kennelijk niet-ontvankelijk beroep</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2023:4375:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 23/574 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 augustus 2023 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [vertegenwoordiger] ( [bedrijf] ), veronderstellend handelend namens, </bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [eiser]
      </emphasis>, uit [woonplaats] , eiser</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">De heffingsambtenaar van de gemeente Vijfheerenlanden.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Vijfheerenlanden van 20 december 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.</para>
    <para />
    <para>3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen<footnote-ref linkend="_b44d9057-8052-430b-ad77-c21b6255ca11" />. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren<footnote-ref linkend="_314b14bb-4c0e-49fc-99d8-d59325880ac3" />.</para>
    <para />
    <para>4. Het beroepschrift is ingediend door [vertegenwoordiger] . Zij vermeldt daarin dat zij de gemachtigde is van [eiser] . [vertegenwoordiger] heeft een machtiging bijgevoegd waaruit volgt dat zij gemachtigde is van [eiser] .  Zij heeft bij het beroepschrift echter geen machtiging gevoegd waaruit blijkt dat zij gemachtigd is om het beroep in te stellen namens [eiser] . De rechtbank heeft [vertegenwoordiger] bij brief van 22 februari 2023 verzocht om binnen vier weken alsnog een machtiging van [eiser] over te leggen. [vertegenwoordiger] heeft binnen die termijn geen geldige machtiging ingediend. De rechtbank heeft [vertegenwoordiger] bij aangetekende brief van 13 juni 2023 nogmaals verzocht om binnen vier weken de gevraagde machtiging in te dienen. De rechtbank heeft binnen de termijn geen machtiging ontvangen.</para>
    <para />
    <para>5. [vertegenwoordiger] heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. </para>
    <para />
    <para>6. Nu [vertegenwoordiger] geen geldige machtiging heeft overgelegd, kan de rechtbank niet vaststellen of zij het beroep namens [eiser] mocht instellen. Uit het beroepschrift blijkt ook niet dat [vertegenwoordiger] de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.</para>
    <para />
    <para>7. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk<footnote-ref linkend="_458b1748-a664-43a1-85f4-d45c5e7403cc" />. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.</para>
    <para />
    <para>8. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. R. van Manen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 augustus 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.</para>
  </section>
  <footnote id="_b44d9057-8052-430b-ad77-c21b6255ca11" label="1">
    <para> Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_314b14bb-4c0e-49fc-99d8-d59325880ac3" label="2">
    <para> Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_458b1748-a664-43a1-85f4-d45c5e7403cc" label="3">
    <para>Dit staat in artikel 8:54 van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>