<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2023:3741</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-24T09:11:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/302098-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_penitentiairStrafrecht">Strafrecht; Penitentiair strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:3741">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:3741</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-24T09:10:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2023:3741 Rechtbank Midden-Nederland , 28-06-2023 / 16/302098-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2023:3741:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak cocaïnehandel; veroordeling bezit cocaïne; taakstraf voor de duur van 40 uren met aftrek</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2023:3741:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/302098-22 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 28 juni 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
        <emphasis role="bold caps"> ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] (Iran),</para>
      <para>wonende aan de [adres] , [woonplaats] . </para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het in het openbaar gehouden onderzoek ter terechtzitting op 14 juni 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie, mr. B. Nitrauw, en van hetgeen verdachte en haar raadsman, mr. W.F.J. Kramer, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de periode van 1 januari 2022 tot en met 18 november 2022 te Nieuwegein samen met een ander heeft gehandeld in cocaïne; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 18 november 2022 te Nieuwegein opzettelijk samen met een ander 212,2 gram cocaïne aanwezig heeft gehad. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>WAARDERING VAN HET BEWIJS</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het onder feiten 1 en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder feiten 1 en 2 tenlastegelegde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vrijspraak feit 1</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank begrijpt de tenlastelegging van feit 1 aldus dat bedoeld is om verdachte onder feit 1 te vervolgen voor medeplegen in de handel in cocaïne. Op basis van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken acht de rechtbank niet wettig en overtuigd bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan handelen in cocaïne gedurende de periode 1 januari 2022 tot en met 18 november 2022 hetgeen ten laste gelegd is onder feit 1. </para>
        <para>De rechtbank acht daarbij van belang dat zowel verdachte als medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat verdachte niet op de hoogte was van het feit dat medeverdachte [medeverdachte 1] handelde in cocaïne. Medeverdachte [medeverdachte 1] (bij de politie) en getuige [getuige] (ter terechtzitting) hebben verklaard dat verdachte in ieder geval eenmaal een envelop heeft overhandigd aan [getuige] , maar dat zij niet zou weten wat er in deze envelop zat. Hoewel er ook enkele observaties bij de woning van verdachte hebben plaatsgevonden, waaruit zou kunnen worden opgemaakt dat verdachte een aantal keren [getuige] heeft bevoorraad, is de rechtbank van oordeel dat de enkele constatering dat ‘een blanke vrouw met blond haar contact maakt met de bestuurder van de Citroen C1’ onvoldoende is om te constateren dat verdachte betrokken was bij de cocaïnehandel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Partiële vrijspraak feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>Ook zal de rechtbank verdachte vrijspreken van – kort gezegd - het opzettelijk samen met een ander aanwezig hebben van 188,2 gram cocaïne zoals ten laste is gelegd onder feit 2. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat het gaat om cocaïne die is aangetroffen onder in de prullenbak in de keuken onder de vuilniszak in de woning van verdachte. Dat verdachte woonachtig was in de woning is onvoldoende om te concluderen dat zij wetenschap had van de onder de vuilniszak aangetroffen cocaïne. Verdachte heeft ontkend dat zij dit wist. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft eveneens verklaard dat verdachte niets wist van de aanwezigheid van cocaïne. De rechtbank komt tot het oordeel dat overtuigend bewijs ontbreekt waaruit volgt dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de cocaïne onder de vuilniszak in de prullenbak in de keuken. Daarom zal de rechtbank haar hiervan vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewezenverklaring feit 2 (aanwezig hebben van 24 gram cocaïne)</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op de redengevende feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan – kort gezegd – het opzettelijk aanwezig hebben van 24 gram cocaïne op 18 november 2022 zoals ten laste gelegd onder feit 2. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal hierna uiteenzetten hoe zij tot deze conclusie is gekomen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Redengevende feiten en omstandigheden</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft voor de bewezenverklaring de volgende wettige bewijsmiddelen gebruikt<footnote-ref linkend="_89c2a4c7-0c7f-4201-9046-914290d89f98" />: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Een verbalisant heeft – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd: </emphasis>
        </para>
        <para>Op 18 november 2022 betrad ik, verbalisant [verbalisant 1] , de woning aan de [adres] te [plaats] , ter aanhouding van verdachte [verdachte] . Op het politiebureau fouilleerde ik haar voor het insluiten in haar cel. Ik voelde een portemonneetje in haar broek, voorbij haar schaamstreek. Ik haalde dit portemonneetje uit haar broek en keek hierin. Ik</para>
        <para>zag dat hier meerdere ponypacks in zaten. Ik sommeerde de verdachte haar broek uit te doen, zodat ik alles goed kon nakijken. Ik pakte de broek van de verdachte van de grond en voelde in haar broek, bij haar broekspijp onderaan, nog een portemonneetje. Ik keek hierin en zag nog meer ponypacks zitten.<footnote-ref linkend="_33cc48af-31c1-4ef2-bf30-8de639c84a28" /> Ik heb de ponypacks in de portemonneetjes geteld, dit betroffen:</para>
      </parablock>
      <para>- grijze portemonneetje: 40 ponypacks; </para>
      <para>- roze portemonneetje: 13 ponypacks. </para>
      <para>Ik heb de portemonneetjes aangeboden bij het onderzoeksteam ter inbeslagname.<footnote-ref linkend="_5b4d211b-1c60-4df7-93db-b2bdf889fcd0" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Een verbalisant heeft – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd in een aanvullend proces-verbaal: </emphasis>
        </para>
        <para>Ik heb vanaf het moment van aanhouding tot na de fouillering zicht op de verdachte gehad. De fouilleringen van verdachte [medeverdachte 2] en verdachte [verdachte] vonden in dezelfde ruimte plaats. Ik kan met zekerheid zeggen dat de ruimte op het oog schoon was, dus de fouilleringen kunnen niet door elkaar zijn geraakt. Verdachte [verdachte] werkte mee, maar deed niets teveel. Ik vroeg haar naar het geld in haar broek en ze pakte het eruit. Ze liet hierbij de portemonneetjes zitten. Ik zag dat ze redelijk voorzichtig haar broek uit deed, zodat het portemonneetje in haar broekspijp bleef zitten. Daardoor had ik wel het gevoel alsof ze het probeerde te verbergen.<footnote-ref linkend="_b50df38a-e03f-487b-aa26-0d87b3df5d88" /> Toen ik de portemonneetjes aantrof, kreeg ik nauwelijks reactie. Ik vond haar passief meewerkend.<footnote-ref linkend="_9fb2dc73-4862-4a61-902a-03a0426aea46" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In een kennisgeving in beslagneming staat – zakelijk weergegeven – het volgende: </emphasis>
        </para>
        <para>Plaats: [adres] , [woonplaats]</para>
        <para>Datum en tijd: 19 november 2022 te 01:00 uur</para>
        <para>Omstandigheden: 53 ponypacks met vermoedelijk cocaïne is in de kleding aangetroffen bij de insluitingsfouillering bij de verdachte</para>
        <para>Goednummer: PL0900-2022318463-3078253</para>
        <para>Betreft verdovende middelen (cocaïne).<footnote-ref linkend="_e9c73926-0870-46fa-9fa4-0fbfa75f16b0" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] hebben – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd: </emphasis>
        </para>
        <para>Op 21 en 22 november vond onderzoek plaats aan een hoeveelheid vermoedelijk verdovende middelen. De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit<footnote-ref linkend="_76980a9e-9206-4ca6-90d5-e56e45393f42" />: </para>
        <para>Goednummer: PL0900-2022318463-3078253</para>
        <para>SIN: AAPU6635NL</para>
        <para>Relatie met SIN: AAPZ2972NL</para>
        <para>Omschrijving: 53 ponypacks afgesloten verpakt op de man aangetroffen stickers met daarin wit poeder/brokjes</para>
        <para>Nettogewicht: 24 gram.<footnote-ref linkend="_b4559768-9157-4c1e-ad4e-f043e8fe9efd" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) staat – zakelijk weergegeven – het volgende: </emphasis>
        </para>
        <para>Onderzoeksmateriaal: poeder en brokjes, wit, uit 24 gram; aantal bemonsteringen in onderzoek: drie</para>
        <para>Kenmerk: AAPZ2972NL</para>
        <para>Conclusie: bevat cocaïne.<footnote-ref linkend="_9a9a78c6-87ef-4f83-bef2-602b8c567ef8" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Bewijsoverwegingen </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Aanwezig hebben cocaïne </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht de verklaring van verbalisant [verbalisant 1] over het aantreffen van de ponypacks in de portemonneetjes in de broek van verdachte betrouwbaar en daarom bruikbaar voor het bewijs. Door de verbalisant wordt op ambtseed beschreven waar zij de portemonneetjes met daarin ponypacks bij verdachte heeft aangetroffen in haar broek, voorbij haar schaamstreek en onderaan bij haar broekspijp. De wijze waarop verdachte de portemonneetjes met daarin ponypacks heeft verstopt, maakt dat rechtbank de overtuiging heeft dat verdachte wist dat zij cocaïne bij zich droeg. De rechtbank is dan ook van oordeel wettig en overtuigen is bewezen dat verdachte 24 gram cocaïne aanwezig heeft gehad. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Niet is komen vast te staan dat verdachte bij aanwezig hebben van de cocaïne nauw en bewust heeft samengewerkt met één of meer ander(en). Om die reden spreekt de rechtbank verdachte vrij van het onderdeel medeplegen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BEWEZENVERKLARING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>op 18 november 2022 te Nieuwegein opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 24 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2: </emphasis>opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>OPLEGGING VAN STRAF </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">t.a.v. feit 1: </emphasis>
        </para>
        <para>- een taakstraf van 60 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 30 dagen hechtenis. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">t.a.v. feit 2: </emphasis>
        </para>
        <para>- een gevangenisstraf van 6 weken, met aftrek van het voorarrest; </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, verzoekt de raadsman om bij de strafmaat rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De raadsman heeft een beroep gedaan op een vormverzuim in de zin van artikel 359a Wetboek van Strafvordering. Hiertoe heeft hij bepleit dat verdachte een onmenselijke behandeling heeft gekregen in het cellencomplex in Houten. Verdachte zou een miskraam hebben gekregen in haar cel. Toen zij het cellencomplex mocht verlaten moest zij bebloed en onder de urine terug naar haar huis. Zij is volgens de raadsman onvoldoende geholpen door de politie. De raadsman vraagt dan ook om strafvermindering.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Omdat verdachte moeder is van vier kinderen, waarvoor zij de zorg draagt, is een gevangenisstraf zeer onwenselijk. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inleidende opmerkingen </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vormverzuim </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is, evenals de officier van justitie, van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat verdachte op de door de raadsman beschreven wijze is behandeld in het cellencomplex in Houten, zodat geen sprake is van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Wetboek van Strafvordering. Om die reden verwerpt de rechtbank derhalve het verweer. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een hoeveelheid cocaïne. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het is algemeen bekend dat het gebruik van verdovende middelen, harddrugs in het bijzonder, gevaar oplevert voor de volksgezondheid en dat dit direct en indirect een oorzaak is van vele vormen van criminaliteit. Verdachte heeft dit, met het aanwezig hebben van verdovende middelen, mede in stand gehouden, en dit neemt de rechtbank haar kwalijk. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De persoonlijke omstandigheden van verdachte </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Over de persoonlijke omstandigheden van verdachte is bekend dat zij de zorg draagt voor haar vier kinderen. Dit was ook de aanleiding om verdachte na haar inverzekeringstelling heen te zenden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Straf </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op de vrijspraak van feit 1, de geringe hoeveelheid zoals die onder feit 2 is bewezen verklaard en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, acht de rechtbank een taakstraf voor de duur van 40 uur passend. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>9, 22c, 22d van het Wetboek van Strafrecht en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>2 en 10 van de Opiumwet;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde. </para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het tenlastegelegde onder 1 tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het onder 2 tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 vermeld; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oplegging straf </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 uren; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 20 dagen hechtenis;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. Reijnierse, voorzitter, mr. P.C. Quak en </para>
      <para>mr. A.M.M. Lemmen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. drs. M.E.J. van de Mortel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 juni 2023,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">zijnde mr. Quak buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en </para>
      <para>met 18 november 2022 te Nieuwegein, althans in Nederland</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>(telkens) opzettelijk</para>
      <para>heeft bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd,</para>
      <para>in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,</para>
      <para>een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne,</para>
      <para>zijnde cocaïne</para>
      <para>(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel </para>
      <para>aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>( art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek </para>
      <para>van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 18 november 2022 te Nieuwegein, althans in Nederland</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>opzettelijk</para>
      <para>aanwezig heeft gehad</para>
      <para>ongeveer 24 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende </para>
      <para>cocaïne, zijnde cocaïne ( [straat] , Nieuwegein), en/of</para>
      <para>ongeveer 188,2 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal</para>
      <para>bevattende cocaïne, zijnde cocaïne ( [straat] , Nieuwegein), </para>
      <para>een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel </para>
      <para>aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>( art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek </para>
      <para>van Strafrecht )</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_89c2a4c7-0c7f-4201-9046-914290d89f98" label="1">
    <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers, zijn dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de door de politie, Eenheid Midden-Nederland, opgemaakte en doorgenummerde proces-verbaal met dossiernummer PL0900-2022344872 d.d. 21 november 2022 (pagina’s 1 t/m 254) en het aanvullend dossier met nummer PL0900-2022318463-95 d.d. 1 juni 2023. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_33cc48af-31c1-4ef2-bf30-8de639c84a28" label="2">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 18 november 2022, pag. 253. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5b4d211b-1c60-4df7-93db-b2bdf889fcd0" label="3">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 18 november 2022, pag. 254. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b50df38a-e03f-487b-aa26-0d87b3df5d88" label="4">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 1 juni 2023, pag. 1. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9fb2dc73-4862-4a61-902a-03a0426aea46" label="5">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 1 juni 2023, pag. 2. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e9c73926-0870-46fa-9fa4-0fbfa75f16b0" label="6">
    <para> Een schriftelijk bescheid te weten een kennisgeving van inbeslagneming,L0900-2022318463-40. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_76980a9e-9206-4ca6-90d5-e56e45393f42" label="7">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 3] , [verbalisant 4] d.d. 24 november 2022, p. 695. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b4559768-9157-4c1e-ad4e-f043e8fe9efd" label="8">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 3] , [verbalisant 4] d.d. 24 november 2022, p. 699. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9a9a78c6-87ef-4f83-bef2-602b8c567ef8" label="9">
    <para> Een deskundigenverslag als bedoeld in artikel 344, eerste lid en onder 4, Wetboek van Strafvordering, te weten een rapport van het NFI d.d. 21 november 2022, pag. 704.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>