<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2023:3726</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-24T11:12:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-07-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">559437 / HA RK 23-136</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:3726">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:3726</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-21T15:30:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2023:3726 Rechtbank Midden-Nederland , 21-07-2023 / 559437 / HA RK 23-136</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2023:3726:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek ongegrond. Een procesbeslissing is geen grond voor toewijzing van een wrakingsverzoek. De (motivering van de) beslissing geeft geen blijk van vooringenomenheid.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2023:3726:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="de331ab9-19dd-4136-834b-3c26b307b06d" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="13334b2e-5dd5-4b3e-be82-e84b1fdecdc7" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Beslissing</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>WRAKINGSKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie: Utrecht</para>
      <para>Zaaknummer/rekestnummer: 559437 / HA RK 23-136</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 21 juli 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] , </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>(verder te noemen verzoeker),</para>
      <para>advocaat mr. S. Makhloufi, te Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van de zitting van 6 juli 2023 met daarin opgenomen het wrakingsverzoek van verzoeker gericht tegen mr. G.L.M. Urbanus;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de reactie van de rechter van 7 juli 2023;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van de advocaat van verzoeker van 17 juli 2023.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Het wrakingsverzoek is op 18 juli 2023 met gesloten deuren behandeld door de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken (verder: de wrakingskamer). </para>
        <para>Bij de mondelinge behandeling zijn verzoeker en zijn advocaat verschenen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het verzoek tot wraking is gericht tegen mr. G.L.M. Urbanus als behandelend rechter (hierna te noemen: de rechter), in de zaak met het zaaknummer C/16/558247 / FA RK 23-1117. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Verzoeker heeft aan het wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat de rechter partijdig is omdat zij de zitting van 6 juli 2023 niet wilde uitstellen, terwijl verzoeker vanwege een operatie niet bij de zitting aanwezig kon zijn. Daarnaast heeft de wederpartij in de hoofdzaak een dag voor de zitting nieuwe stukken ingediend. Deze stukken heeft de advocaat niet meer met verzoeker kunnen bespreken. Verzoeker had de kans moeten krijgen zichzelf te verdedigen op zitting.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De rechter heeft niet berust in de wraking. In haar schriftelijke reactie stelt zij zich in de eerste plaats op het standpunt dat de beslissing op het uitstelverzoek een procesbeslissing betreft die in beginsel geen grond voor wraking van een rechter kan opleveren. In de tweede plaats stelt zij dat in de beslissing geen aanwijzing voor partijdigheid kan worden gezien. In de wet staat dat de mondelinge behandeling van een verzoek zoals in de hoofdzaak (een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening) niet later aanvangt dan in de derde week volgend op die waarin de voorziening is gevraagd.  De rechtbank heeft haar best gedaan om de zitting te verplaatsen om verzoeker en zijn advocaat tegemoet te komen. Er zijn tijdstippen buiten het gewone zittingsrooster op 3 of 4 juli 2023 aangeboden. Verzoeker en zijn advocaat bleken echter gedurende drie weken na indiening van het verzoekschrift verhinderd te zijn. Nu verplaatsen geen resultaat had en sprake was van ordemaatregelen die met enige spoed moeten worden genomen, is beslist dat de zitting op 6 juli 2023 moest doorgaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Artikel 36 Rv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De wrakingskamer onderzoekt in een wrakingsprocedure of de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt. Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Van dat laatste kan sprake zijn indien uit zijn overtuiging of gedrag persoonlijke vooringenomenheid tegenover een procespartij blijkt. Daarnaast kan een procespartij de indruk krijgen dat de rechter vooringenomen is. Het gezichtspunt van de procespartij is hier van belang, maar speelt geen doorslaggevende rol. Beslissend is of de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd is. Komt vooringenomenheid of een gerechtvaardigd vermoeden daarvan vast te staan, dan lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade. De wrakingskamer zal het wrakingsverzoek aan de hand van de hiervoor genoemde maatstaven beoordelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De beslissing van de rechter tot afwijzing van het verzoek om uitstel van een zitting is een procesbeslissing. Een als negatief ervaren procesbeslissing is geen grond voor toewijzing van een verzoek tot wraking van de rechter die de betreffende beslissing heeft genomen. Alleen als (de motivering van) die beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten niet anders kan worden begrepen dan als blijk van vooringenomenheid, kan dit tot een ander oordeel leiden. Dat is hier niet het geval. Uit de stukken blijkt dat de rechter heeft geprobeerd de zaak na het uitstelverzoek op een andere dag in te plannen. Aan partijen is voorgesteld de zaak te behandelen op 3 of 4 juli 2023, maar verzoeker en zijn advocaat gaven aan dan ook verhinderd te zijn. Dat de rechter vervolgens heeft beslist dat de zaak vanwege de spoedeisendheid van de ordemaatregelen toch op 6 juli 2023 moest worden behandeld, geeft geen blijk van (de schijn van) vooringenomenheid. De stelling van de advocaat van verzoeker dat zij de nieuwe stukken niet met verzoeker heeft kunnen bespreken, maakt dit niet anders. De rechter heeft geen oordeel over die stukken laten blijken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking ongegrond verklaren.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>verklaart het verzoek tot wraking ongegrond;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, de rechter tegen wie het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, en aan de betrokken teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is, en de president van deze rechtbank;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer C/16/558247 / FA RK 23-1117 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mr. P.J.M. Mol, voorzitter, en mr. M.E. Heinemann en </para>
        <para>mr. A.M. Crouwel als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. J. Broere, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2023.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>de griffier                                                                                                   de voorzitter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>