<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2023:3721</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-03T11:04:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-07-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 23/2786</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:3721">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:3721</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-03T11:03:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2023:3721 Rechtbank Midden-Nederland , 21-07-2023 / UTR 23/2786</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2023:3721:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar tegen de afwijzing van eisers handhavingsverzoek. De voorzieningen die eiser vraagt kan de voorzieningenrechter in het kader van deze procedure niet treffen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2023:3721:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 23/2786</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 juli 2023 in de zaak tussen</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verzoeker] uit [woonplaats] , verzoeker</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere , verweerder.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. Eiser woont aan de [adres] in [woonplaats] , vanwaar hij uitkijkt op een parkeerplaats en een ontsluitingsweg. Er is een bouwweg aangelegd. Achter de parkeerplaats ligt restaurant [bedrijf] . Verder ligt er een jachthaven in de directe omgeving, waar een watersportvereniging is gevestigd.</para>
    <para />
    <para>2. Eiser wil niet dat er geparkeerd wordt op de bouwweg en in de berm, in plaats van op de parkeerplaats. Ook wil eiser dat de bouwweg wordt verwijderd, omdat die volgens eiser in strijd met het bestemmingsplan is aangelegd, en dat de parkeerplaats in oude staat wordt teruggebracht. Eiser heeft het college verzocht om hiertegen handhavend op te treden.</para>
    <para />
    <para>3. Het college heeft eiser eerst nietontvankelijk verklaard in zijn handhavingsverzoek omdat eiser geen belanghebbende zou zijn. In een tweede besluit heeft het college eiser alsnog als belanghebbende aangemerkt en zijn handhavingsverzoek inhoudelijk beoordeeld, maar afgewezen omdat er volgens het college geen sprake zou zijn van overtredingen. Het bezwaar dat eiser vervolgens heeft ingediend heeft het college nietontvankelijk verklaard, wederom omdat eiser geen belanghebbende zou zijn.</para>
    <para />
    <para>4. Eiser heeft beroep ingesteld. Met de uitspraak van 17 mei 2023 heeft de rechtbank het beroep van eiser gegrond verklaard, omdat het college, eiser volgens de rechtbank ten onrechte niet als belanghebbende heeft aangemerkt.<footnote-ref linkend="_6be57047-2dde-4e26-a70b-7cc036449659" /> Het college moet een nieuw besluit nemen op het bezwaar van eiser.</para>
    <para />
    <para>5. Hierna heeft eiser de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Eiser vraagt de voorzieningenrechter - kort gezegd - om, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen op zijn bezwaar, de gemeente te verbieden om:</para>
    <para>- de gronden waar de watersportvereniging thans is gevestigd te verkopen;</para>
    <para>- de bepaling dat ligplaatsen in de jachthaven ook mogen worden gebruikt door anderen dan bewoners van de wijk die lid zijn van de watersportvereniging, op te heffen.</para>
    <para>Eiser vermoedt namelijk dat de gemeente van plan is om op de locatie van de watersportvereniging een nieuwe jachthaven te realiseren, waardoor de parkeerplaats (die nu nog in strijd is met het bestemmingsplan volgens eiser) alsnog gelegaliseerd wordt. Dit wil eiser voorkomen.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>6. De voorzieningenrechter kan uitspraak doen zonder de zaak op een zitting te behandelen als het verzoek kennelijk ongegrond is.<footnote-ref linkend="_1fccecea-a317-4dc9-9237-b5e83974bb32" /> Dat is in deze zaak het geval.</para>
    <para />
    <para>7. De voorzieningenrechter oordeelt dat het in het kader van de bezwaarprocedure over de afwijzing van het handhavingsverzoek van eiser, niet mogelijk is om de voorzieningen te treffen die eiser vraagt. De voorzieningenrechter kan de gemeente niet verbieden om gemeentelijke gronden te verkopen. Ook kan de voorzieningenrechter de gemeenteraad niet verbieden om zijn beleid over ligplaatsen in Almere te veranderen.</para>
    <para />
    <para>8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek van eiser daarom af.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.K. Boer - de Bruin, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier									voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
  </section>
  <footnote id="_6be57047-2dde-4e26-a70b-7cc036449659" label="1">
    <para> ECLI:NL:RBMNE:2023:2432.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1fccecea-a317-4dc9-9237-b5e83974bb32" label="2">
    <para>Dat staat in artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>