<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2023:313</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-20T10:46:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/548080 / JE RK 22-1941</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:313">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:313</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-20T10:45:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2023:313 Rechtbank Midden-Nederland , 12-01-2023 / C/16/548080 / JE RK 22-1941</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2023:313:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing ondertoezichtstelling omdat ondertoezichtstelling niet doelmatig zou zijn. Ouders accepteren cultuursensitieve hulpverlening, veiligheid en ontwikkeling minderjarige daarmee nu voldoende gewaarborgd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2023:313:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/16/548080 / JE RK 22-1941</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 12 januari 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Raad voor de Kinderbescherming Midden Nederland, </bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna: de Raad,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [minderjarige] , geboren op [2017] te [geboorteplaats] , hierna: [minderjarige (voornaam)] . </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als <emphasis role="underline">belanghebbende</emphasis> aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [belanghebbende 1] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna: de moeder,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>advocaat: mr. S. Abawi.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als <emphasis role="underline">informant</emphasis> aan: </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [belanghebbende 2] , </bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna: de vader, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoek met bijlagen van de Raad van 15 november 2022, ingekomen bij de griffie op 17 november 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 12 december 2022 heeft een mondelinge behandeling plaatsgvonden. De kinderrechter heeft de behandeling van de zaak toen aangehouden, om de ouders in de gelegenheid te stellen een advocaat in te schakelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De mondelinge behandeling is voortgezet op 12 januari 2023. Verschenen zijn:<?linebreak?>-	de moeder, bijgestaan door mr. J.G.M. ter Avest, waarnemend voor mr. S. Abawi;<?linebreak?>-	de vader;<?linebreak?>-	mevrouw [A] namens de Raad;</para>
      <para>-	de heer D. Hosseini, tolk.  <?linebreak?></para>
      <para>De gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland, gevestigd te [vestigingsplaats] (hierna: de GI) is wel juist opgeroepen, maar niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Waar de procedure over gaat</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het ouderlijk gezag over [minderjarige (voornaam)] wordt uitgeoefend door de moeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [minderjarige (voornaam)] woont bij de moeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige (voornaam)] voor de duur van twaalf maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Voor de onderbouwing van het verzoek wordt verwezen naar het rapport van de Raad. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter zal het verzoek van de Raad afwijzen. Dat betekent dat [minderjarige (voornaam)] niet onder toezicht wordt gesteld. De kinderrechter zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissing neemt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wettelijk kader</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter een kind onder toezicht stellen als het kind in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd. Daarnaast moet er sprake zijn van de situatie dat de ouder(s) de hulp die nodig is om die bedreiging weg te nemen, niet of niet genoeg accepteren. Tot slot moet bij de kinderrechter wel de verwachting bestaan dat de ouders binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van het kind zelf weer kunnen dragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De ondertoezichtstellig is niet doelmatig</emphasis>
      </para>
      <para>De kinderrechter heeft in de stukken gelezen dat [minderjarige (voornaam)] en de ouders een erg onrustige periode achter de rug hebben. [minderjarige (voornaam)] is regelmatig getuige geweest van spanningen en conflicten tussen de ouders, waardoor zijn opvoedsituatie een tijd lang onvoorspelbaar en stressvol is geweest. [minderjarige (voornaam)] is in 2019 een korte tijd met een (spoed)machtiging uit huis geplaatst. Maar die plaatsing is niet goed geweest voor [minderjarige (voornaam)] en deze gebeurtenis heeft een grote impact gehad op het hele gezin. De Raad heeft ook erkend dat de plaatsing niet goed is gegaan. Het is tekenend, aldus de Raad, dat op enig moment is besloten [minderjarige (voornaam)] terug te plaatsen bij de ouders. De zorgen over de ouders waren weliswaar nog groot, maar de zorgen over de plaatsing waren nog groter. De ouders vinden het door wat er toen is gebeurd heel erg moeilijk om hulpverlening te vertrouwen. Er is vervolgens veel hulpverlening ingeschakeld die onvoldoende van de grond is gekomen. Vermoedelijk spelen daarbij het wantrouwen van de ouders, hun verdere emotionele bagage en cultuuraspecten een rol.</para>
      <para>Nu hebben de ouders hulpverlening geaccepteerd van [vennootschap onder firma] . Dat is een cultuursensitieve hulpverleningsorganisatie die – letterlijk en figuurlijk - dezelfde taal spreekt als de ouders. Dat maakt dat het beter lukt om een vertrouwensband op te bouwen. De ouders zijn tevreden over [vennootschap onder firma] en zijn van mening dat deze hulp voldoende is om het gezin te ondersteunen. Daarbij is het al een aantal maanden rustig binnen het gezin. De ouders zin definitief uit elkaar. Er zijn geen ruzies meer tussen de ouders, [minderjarige (voornaam)] ziet de vader regelmatig en het lukt de ouders om afspraken te maken met elkaar over [minderjarige (voornaam)] , zowel als het gaat om de reguliere omgang als bijvoorbeeld tijdens de kerstvakantie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande vindt de kinderrechter dat onvoldoende is gebleken dat [minderjarige (voornaam)] op dit moment ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Bovendien vindt de kinderrechter bovendien dat een ondertoezichtstelling niet doelmatig zou zijn. De kinderrechter begrijpt dat de Raad zich zorgen maakt dat de ouders toch weer in het oude patroon van ruzie en spanningen terechtkomen, want dat is eerder ook gebeurd. Tegelijketijd hebben zich sinds augustus 2022 geen incidenten meer voorgedaan en de ouders accepteren de hulp van [vennootschap onder firma] . Deze positieve ontwikkeling is nog pril, maar de kinderrechter denkt dat het op dit moment eerder schadelijk dan helpend zou zijn voor [minderjarige (voornaam)] om de hulp voor de ouders op te leggen binnen het gedwongen kader van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter vreest namelijk dat het averechts zal werken om de GI betrokken te laten raken, gelet op de eerdere negatieve en misschien wel traumatische ervaringen van de ouders met het gedwongen kader. De kinderrechter heeft ter zitting van de ouders gehoord dat dit hen ontzettend veel stress zal opleveren, en dat zou niet in het belang van [minderjarige (voornaam)] zijn. Daarbij heeft de kinderrechter er vertrouwen in dat de hulp van [vennootschap onder firma] passend is voor de ouders en dat zij daar aan meewerken, gelet op het cultuursensitieve karakter van deze hulpverlening. De kinderrechter merkt daarbij wel op dat de ouders ook moeten meewerken aan hulp van een andere hulpverleningsinstantie, als dat nodig is, bijvoorbeeld omdat [vennootschap onder firma] niet alle hulp kan bieden die zij en [minderjarige (voornaam)] nodig hebben. Als dat de ouders dat niet doen of de situatie verslechtert toch, vertrouwt de kinderrechter erop dat [vennootschap onder firma] op tijd de hulpverlening zal opschalen en de Raad of Samen Veilig Midden-Nederland informeert. De kinderrechter vindt dat de veiligheid en ontwikkeling van [minderjarige (voornaam)] op deze manier voldoende is gewaarborgd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2023 door mr. T. Dopheide, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.A Nettekoven, als griffier.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 27 januari 2023. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
    </parablock>
    <para>- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
    <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
    <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>