<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2023:2817</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-29T09:40:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 22/4672</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:2817">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:2817</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-29T09:39:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2023:2817 Rechtbank Midden-Nederland , 13-06-2023 / UTR 22/4672</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2023:2817:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Einduitspraak na tussenuitspraak - verweerder heeft de gebreken niet binnen de daarvoor gestelde termijn hersteld - beroep gegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2023:2817:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 22/4672 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juni 2023 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. L. Sinoo),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (de staatssecretaris)</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. A. Dijcks).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep van eiser richt zich tegen de afwijzing van zijn verzoek om naturalisatie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 20 februari 2023 heeft de rechtbank in deze zaak een tussenuitspraak gedaan. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank de staatssecretaris in de gelegenheid gesteld om binnen 12 weken na verzending van de tussenuitspraak (dus uiterlijk: 16 mei 2023), met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, de geconstateerde gebreken in het bestreden besluit van 18 augustus 2022 te herstellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 2 maart 2023 heeft de staatssecretaris aangegeven de geconstateerde gebreken te willen herstellen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft geen herstelpoging van de staatssecretaris ontvangen. Ook heeft de rechtbank geen verzoek van de staatssecretaris ontvangen om verlenging van de gestelde termijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft daarom op 24 mei 2023 besloten dat in deze zaak geen nader onderzoek ter zitting wordt gedaan en heeft het onderzoek gesloten.<footnote-ref linkend="_e58c4c64-c710-4116-842a-8a5c760220c3" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat de staatssecretaris op basis van het rapport van TOELT heeft mogen aannemen dat er sprake is van gerede twijfel aan eisers nationaliteit en identiteit. De staatssecretaris heeft echter onvoldoende gemotiveerd dat en waarom eiser er volgens hem niet in is geslaagd om de gerede twijfel weg te nemen met de door hem overgelegde drie paspoorten, een geboorteakte en twee verklaringen van de Sierra Leoonse ambassade. Ook heeft de staatssecretaris eiser ten onrechte niet gehoord in de bezwaarfase. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank vervolgens aangegeven wat de staatssecretaris moet doen om de gebreken te herstellen, namelijk: (i) eiser horen; en (ii) als de staatssecretaris daarna nog altijd vindt dat eiser niet voor het Nederlanderschap in aanmerking komt, motiveren wat de staatssecretaris vindt van: de door eiser overgelegde documenten, al dan niet onder verwijzing naar een nieuw onderzoek van Bureau Documenten; en het standpunt van eiser in bezwaar over deze documenten en het identificatieproces dat daaraan volgens eiser vooraf is gegaan.</para>
    <para>2. De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris de gebreken niet binnen de daarvoor gestelde termijn heeft hersteld en ook niet om verlenging van de hersteltermijn heeft gevraagd. Omdat de gebreken niet (tijdig) door de staatssecretaris zijn hersteld, verklaart de rechtbank het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtgevolgen in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien, omdat op dit moment niet door haar kan worden bepaald wat de rechtmatige uitkomst van de zaak moet zijn. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om een tweede bestuurlijke lus toe te passen, omdat dit een herhaling van zetten zou zijn en dat dus geen doelmatige en efficiënte afdoeningswijze zou inhouden. De staatssecretaris moet daarom een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak en de tussenuitspraak. </para>
    <para>3. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat de staatssecretaris aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoedt. Ook veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.674,-.  </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para>- vernietigt het bestreden besluit van 18 augustus 2022;</para>
    <para>- draagt de staatssecretaris op het betaalde griffierecht van € 184,- aan eiser te vergoeden;</para>
    <para>- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.674,-.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A.M. Elzakkers, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Ruizendaal, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak en de tussenuitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
  </section>
  <footnote id="_e58c4c64-c710-4116-842a-8a5c760220c3" label="1">
    <para> Artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder b, en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>