<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2023:2535</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-10T15:57:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16-189466-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:2535">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:2535</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-10T15:55:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2023:2535 Rechtbank Midden-Nederland , 23-05-2023 / 16-189466-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2023:2535:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontnemingsvonnis. Aannemelijk dat veroordeelde voordeel heeft verkregen door gedurende drie dagen in zijn woning onderdak te verlenen aan drie slachtoffers. Betalingsverplichting van € 1.320,00.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2023:2535:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/189466-19 (ontneming)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 23 mei 2023 op de vordering van de officier van justitie tot ontneming </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold caps">
          [veroordeelde]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] (Ethiopië),<?linebreak?>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres</para>
      <para>
        [adres] , [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: veroordeelde.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 9 mei 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van officier van justitie mr. D.M.A. van der Zwan en van hetgeen veroordeelde en mr. G.H. Kroon, advocaat te Gorinchem, naar voren hebben gebracht. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>VORDERING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De schriftelijke vordering van de officier van justitie houdt in dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van in totaal </para>
        <para>€ 1.320,00 ter ontneming van het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel uit het in de strafzaak bewezenverklaarde feit.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging	</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft, gelet op de bepleite vrijspraak in de hoofdzaak, verzocht de ontnemingsvordering af te wijzen. Het wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd op de huur die aangeefsters aan veroordeelde zouden hebben betaald, terwijl veroordeelde heeft verklaard dat hij geen geld van aangeefsters heeft ontvangen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>BEOORDELING VAN DE VORDERING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De grondslag van de vordering</emphasis>
        </para>
        <para>De veroordeelde is bij vonnis van vandaag, 23 mei 2023, van deze rechtbank veroordeeld voor het gedurende drie dagen een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl hij weet dat dat verblijf van die ander wederrechtelijk is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De grondslag voor de ontnemingsvordering is een veroordeling voor een strafbaar feit. Voor de ontnemingsvordering betekent dit dat bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden gelet op voordeel afkomstig uit het strafbare feit dat de veroordeelde heeft begaan en strafbare feiten waarvan aannemelijk is dat veroordeelde deze heeft begaan (artikel 36e, lid 2 Wetboek van Strafrecht). </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Beoordeling en berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_f0ac0939-41f6-418d-905e-95813d8635a7" />
        </para>
        <para>De rechtbank acht aannemelijk dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen door gedurende drie dagen in zijn woning onderdak te verlenen aan [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] (hierna: de slachtoffers), die wederrechtelijk in Nederland verbleven. De rechtbank heeft in het vonnis in de hoofdzaak vastgesteld dat de slachtoffers huur betaalden voor hun verblijf in de woning van veroordeelde.<footnote-ref linkend="_c937e253-714d-4489-a514-6035305f8938" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij een bedrag van tussen de € 200,00 en </para>
        <para>€ 300,00 per dag aan huur aan veroordeelde heeft betaald.<footnote-ref linkend="_c4f4a359-88fb-4c6c-80ae-0b49a777a7dd" /> De rechtbank zal er in het voordeel van verdachte van uitgaan dat aan verdachte twee keer een bedrag van € 200,00 per dag is betaald. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij in totaal een bedrag van € 600,00 aan huur aan veroordeelde heeft betaald.<footnote-ref linkend="_2bae82c7-e889-49dd-b6d0-6ba79f26daf2" /> [slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij een bedrag van € 320,00 aan huur aan verdachte heeft betaald.<footnote-ref linkend="_95039c2d-6a69-40df-9dfe-e3aaf2a92316" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit betekent dat de rechtbank aannemelijk acht dat veroordeelde van de slachtoffers een bedrag van in totaal € 1.320,00 (€ 400,00 + € 600,00 + € 320,00) aan huur heeft ontvangen. Daarom stelt de rechtbank het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 1.320,00.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Betalingsverplichting</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Overschrijding redelijke termijn</emphasis>
        </para>
        <para>De redelijke termijn voor de behandeling van deze zaak is geschonden. De rechtbank zal ten aanzien van de ontneming volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden, omdat de rechtbank hier bij de strafoplegging al rekening mee heeft gehouden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betalingsverplichting</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt het bedrag dat door veroordeelde dient te worden betaald aan de staat, vast op € 1.320,00.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>TOEGEPAST WETSARTIKEL</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op <emphasis role="bold">€ 1.320,00</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van <emphasis role="bold">€ 1.320,00</emphasis> aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 26 dagen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.P. Schotman, voorzitter, mrs. L.M. Reijnierse en </para>
      <para>J.C. Hooker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Broere, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 mei 2023.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_f0ac0939-41f6-418d-905e-95813d8635a7" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd  2019236194, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 119. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c937e253-714d-4489-a514-6035305f8938" label="2">
    <para> Vonnis van 23 mei 2023, parketnummer 16/189466-19, pagina 5.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c4f4a359-88fb-4c6c-80ae-0b49a777a7dd" label="3">
    <para> Een proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1] van 14 augustus 2019, pagina 92.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2bae82c7-e889-49dd-b6d0-6ba79f26daf2" label="4">
    <para> Een proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 2] van 15 augustus 2019, pagina 100.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_95039c2d-6a69-40df-9dfe-e3aaf2a92316" label="5">
    <para> Een proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 3] van 7 augustus 2019, pagina 46.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>