<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2023:1974</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-21T15:55:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/038151-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:1974">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:1974</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-26T15:35:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2023:1974 Rechtbank Midden-Nederland , 25-04-2023 / 16/038151-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2023:1974:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte is veroordeeld wegens het beledigen van twee ambtenaren in functie tot een geldboete van 500 euro. Verdachte heeft twee politieagenten in functie beledigd door hen langdurig met kwetsende en beledigende woorden uit te schelden en in hun richting te spugen. Hierdoor heeft verdachte het respect en het gezag ten aanzien van de ambtenaren die een publieke taak verrichten ondermijnd. Ook heeft hij hen in hun goede eer en naam aangetast.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2023:1974:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/038151-23</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 25 april 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold caps">
          [verdachte] , </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1997] te [geboorteplaats] (Turkije),</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] , [postcode] te [plaats 1] (Nederland), </para>
      <para>hierna te noemen: verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 april 2023. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze zaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de zaak van verdachte met parketnummer 16/124313-22. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van officier van justitie mr. A.J.M. Vreekamp en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. F. Tosun, advocaat te Zaandam, naar voren hebben gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven op neer dat verdachte op 13 januari 2023 te [plaats 2] : </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>: een ambtenaar in functie – [verbalisant 1] – heeft beledigd; </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>: een ambtenaar in functie – [verbalisant 2] – heeft beledigd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voordat de rechtbank een inhoudelijke beslissing kan nemen in de zaak tegen verdachte, moet zij kijken of aan de in de wet gestelde voorvragen is voldaan. Dat is het geval: de dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>WAARDERING VAN HET BEWIJS</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend te bewijzen  dat verdachte de hem onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw refereert zich ten aanzien van de bewezenverklaring van beide ten laste gelegde feiten aan het oordeel van de rechtbank voor de gebruikte scheldwoorden. Met betrekking tot het ten laste gelegde spugen verzoekt de raadsvrouw om over te gaan tot partiële vrijspraak. Hierbij baseert zij zich op de processen-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] . Daaruit blijkt volgens haar niet dat verdachte daadwerkelijk heeft gespuugd op of in de richting van de verbalisanten. Meer specifiek wijst zij op het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 1] , waarin staat beschreven dat verdachte op de grond heeft gespuugd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijsmiddelen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank baseert haar oordeel op de volgende wettige bewijsmiddelen.<footnote-ref linkend="_59e16b0d-0862-4731-9ea8-11bb8d879fe3" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , ambtenaren bij de politie Midden-Nederland, hebben verklaard dat zij op 13 januari 2023 dienst hadden en dat zij verdachte buiten heterdaad in zijn woning te [plaats 2] hebben aangehouden. Op het moment dat zij vanuit de woning van verdachte naar het dienstvoertuig liepen, hoorden zij dat verdachte zei: 'Kankerlijers, jullie kankermoeders, ik neuk jullie kankermoeder, jullie zijn kankerhonden.' Op dat moment stonden bij diverse woningen mensen bij het raam. Tevens liep er een postbode voorbij.<footnote-ref linkend="_3cb4fdd3-2724-41ab-a83e-31d0c6da3246" /></para>
        <para>Nadat verdachte in het dienstvoertuig zat, zag verbalisant [verbalisant 1] dat verdachte zijn hoofd buiten het dienstvoertuig hield en voor hem op de grond tufte. Verbalisant [verbalisant 2] heeft ook gezien dat verdachte in de richting van verbalisant [verbalisant 1] spuugde. Verbalisant [verbalisant 2] zag dat verdachte vervolgens in zijn richting spuugde. Verbalisant [verbalisant 1] heeft verklaard dat ze een spuugmasker hebben moeten aanbrengen bij verdachte om te voorkomen dat hij in hun richting bleef spugen.<footnote-ref linkend="_fbc504dc-e6cf-454c-b0c5-bd2faf2220b9" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijsoverweging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij te veel speeksel in zijn mond had en dat dit de reden is geweest dat hij op de grond heeft gespuugd. Hij heeft verklaard dat dit niet in de richting van de verbalisanten was. De rechtbank verwerpt dit verweer. Door meerdere verbalisanten is beschreven dat verdachte in hun richting heeft gespuugd. Het feit dat het spuug terecht is gekomen op de grond, maakt niet dat het spugen niet in de richting is geweest van de verbalisanten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op de redengevende feiten en omstandigheden uit de bewijsmiddelen acht de rechtbank de feiten zoals ten laste gelegd dan ook wettig en overtuigend bewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BEWEZENVERKLARING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 13 januari 2023 te [plaats 2] opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant 1] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid,</para>
      <para>(mondeling) heeft beledigd, door hem (meermalen) de woorden toe te voegen: “Kankerhond” en “Kankerlijer” en “Ik neuk je kankermoeder” en door in de richting van die [verbalisant 1] te spugen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 13 januari 2023 te [plaats 2] opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant 2] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in haar tegenwoordigheid,</para>
      <para>(mondeling) heeft beledigd, door haar (meermalen) de woorden toe te voegen: “Kankerhond” en “Kankerlijer” en “Ik neuk je kankermoeder” en door in de richting van die [verbalisant 2] te spugen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feiten 1 en 2</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">telkens: eenvoudige belediging, terwijl die belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>OPLEGGING VAN STRAF</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:</para>
        <para>-	een gevangenisstraf voor de duur van twee weken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw voert aan dat de eis van de officier van justitie in haar optiek te hoog is. Het is geen afwijkende zaak en om die reden dient conform de LOVS-oriëntatiepunten een geldboete opgelegd te worden. Als de rechtbank een geldboete niet passend acht, dan zou een taakstraf kunnen worden opgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inleidende opmerkingen met betrekking tot de strafoplegging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De ernst van het bewezenverklaarde en  de omstandigheden waaronder dit is gepleegd</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft twee politieagenten in functie beledigd door hen langdurig met kwetsende en beledigende woorden uit te schelden en in hun richting te spugen. De verdachte heeft hiermee het respect en het gezag ten aanzien van ambtenaren die een publieke taak verrichten ondermijnd. Ook heeft hij hen in hun goede eer en naam aangetast. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het uittreksel uit de justitiële documentatie van 6 april 2023 is onder meer te lezen dat verdachte in 2021 is veroordeeld voor een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. De rechtbank merkt dit aan als soortgelijk feit, zodat sprake is van recidive. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Straf</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Om te bevorderen dat landelijk voor dezelfde feiten door rechtbanken ongeveer dezelfde straf wordt opgelegd, zijn landelijke oriëntatiepunten voor strafoplegging ontwikkeld. Bij de raadpleging van de oriëntatiepunten vormt de bewezenverklaring van de rechtbank het uitgangspunt. Voor een enkele eenvoudige belediging hanteren de LOVS oriëntatiepunten een geldboete van € 150,-. Dat de beledigingen zijn gericht naar ambtenaren in functie, werkt strafverzwarend. Dat geldt ook voor de aard van de zaak, die in dit geval mede wordt bepaald door de lange duur van de beledigingen en het spugen. Verder werkt strafverzwarend dat sprake is van recidive en dat verdachte op het moment van de beledigingen in een schorsing van de voorlopige hechtenis van een andere strafzaak liep.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat een geldboete van € 500,- een passende straf is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank wijkt hiermee af van de eis van officier van justitie. Een straf die vrijheidsontneming met zich brengt, acht zij in dit geval niet op zijn plaats.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 23, 24c, 57, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart verdachte strafbaar; </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oplegging straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een geldboete van 500 euro. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B. Vis, voorzitter, mrs. D. Riani el Achhab en L.M. Reijnierse, rechters, in tegenwoordigheid van mr. drs. M.E.J. van de Mortel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 april 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>hij op of omstreeks 13 januari 2023 te [plaats 2] , althans in Nederland,</para>
      <para>opzettelijk</para>
      <para>een ambtenaar te weten [verbalisant 1] , gedurende of ter zake van de rechtmatige</para>
      <para>uitoefening van zijn bediening,</para>
      <para>in zijn tegenwoordigheid,</para>
      <para>(mondeling)</para>
      <para>heeft beledigd,</para>
      <para>door hem (meermalen) de woorden toe te voegen: "Kankerhond" en/of</para>
      <para>"Kankerlijer" en/of "Ik neuk je kankermoeder", althans woorden van</para>
      <para>gelijke beledigende aard en/of strekking en/of door in de richting van die [verbalisant 1] te</para>
      <para>spugen;</para>
      <para>( art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 267 lid 1 ahf/sub 2° Wetboek van</para>
      <para>Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>hij op of omstreeks 13 januari 2023 te [plaats 2] , althans in Nederland,</para>
      <para>opzettelijk</para>
      <para>een ambtenaar te weten [verbalisant 2] , gedurende of ter zake van de rechtmatige</para>
      <para>uitoefening van haar bediening,</para>
      <para>in haar tegenwoordigheid,</para>
      <para>(mondeling)</para>
      <para>heeft beledigd,</para>
      <para>door haar (meermalen) de woorden toe te voegen: "Kankerhond" en/of</para>
      <para>"Kankerlijer" en/of "Ik neuk je kankermoeder", althans woorden van</para>
      <para>gelijke beledigende aard en/of strekking en/of door in de richting van die [verbalisant 2] te</para>
      <para>spugen.</para>
      <para>( art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 267 lid 1 ahf/sub 2° Wetboek van</para>
      <para>Strafrecht )</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_59e16b0d-0862-4731-9ea8-11bb8d879fe3" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers, zijn dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de door de politie, Eenheid Midden-Nederland, district West-Utrecht, basisteam [.] ,  opgemaakte proces-verbaal met dossiernummer PL0900-2023014058 d.d. 20 januari 2023, digitaal doorgenummerd van pag. 1 tot en met 25. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3cb4fdd3-2724-41ab-a83e-31d0c6da3246" label="2">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen van 13 januari 2023, p. 11-12; Proces-verbaal van bevindingen van 13 januari 2023, p. 15-17; </para>
  </footnote>
  <footnote id="_fbc504dc-e6cf-454c-b0c5-bd2faf2220b9" label="3">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen van 13 januari 2023, p. 12-13; Proces-verbaal van bevindingen van 13 januari 2023, p. 17;</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>