<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2023:1972</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-04T14:52:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/3468</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:1972">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:1972</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-28T14:21:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2023:1972 Rechtbank Midden-Nederland , 21-04-2023 / 22/3468</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2023:1972:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>proceskostenvergoeding-verzoek afgewezen, omdat geen sprake is van tegemoetkomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2023:1972:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 22/3468</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 april 2023 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">1. 	De Loonbrouwerij B.V. </emphasis>en<emphasis role="bold"> Tapkoel Holding B.V.</emphasis>;</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">2. 	Landgoed Klein Hindersteyn B.V.</emphasis>,<emphasis role="bold"> 	Hindersteyn C B.V. </emphasis>en<emphasis role="bold"> Landgoed Weerdesteyn</emphasis>;</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">3. 	Stichting Behoud het Weteringgebied </emphasis>en<emphasis role="bold"> Vereniging Natuur en Milieu, IVNafdeling Wijk bij Duurstede</emphasis>, </para>
    <parablock>
      <para>verzoekers,</para>
      <para>(gemachtigde: ir. A.K.M. van Hoof),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. D.K. Keijer)</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Verder heeft als derde-partij aan de zaak deelgenomen: Groengas Cothen B.V., </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. F.H. Damen).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 10 februari 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder een omgevingsvergunning verleend voor de optimalisatie van de co-vergistingsinstallatie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 14 juli 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar deels nietontvankelijk en deels ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Derde-partij heeft op 11 oktober 2022 verweerder verzocht om de omgevingsvergunning van 10 februari 2022 in te trekken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft bij besluit van 11 november 2022 aan dit verzoek gehoor gegeven en de omgevingsvergunning ingetrokken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers hebben het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <para>1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Het verzoek moet worden gedaan tegelijk met de intrekking van het beroep. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.</para>
    <para />
    <para>2. Verzoekers hebben de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten, omdat verweerder tegemoet is gekomen aan het beroep door de omgevingsvergunning in te trekken.</para>
    <para />
    <para>3. Verweerder stelt zich op het standpunt dat niet tegemoet is gekomen, omdat het besluit van 11 november 2022 is genomen naar aanleiding van het intrekkingsverzoek van derdepartij en zijn grondslag vindt in artikel 2:33, tweede lid, aanhef onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank overweegt als volgt. Volgens vaste rechtspraak van de Raad van State<footnote-ref linkend="_8cf47107-f82d-4aa3-816e-9da218df277b" /> is er geen sprake van tegemoetkomen als het besluit kennelijk is genomen op andere gronden dan de indiener van het beroepschrift heeft aangevoerd. In dit geval heeft het college het besluit tot intrekking van de omgevingsvergunning genomen, omdat derde-partij daarom heeft verzocht. Het besluit is dus genomen op andere gronden dan verzoekers hebben aangevoerd in hun beroepschrift. Van tegemoetkomen is dus geen sprake.</para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C.G. van Dijk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 april 2023. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier 							rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_8cf47107-f82d-4aa3-816e-9da218df277b" label="1">
    <para>Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 24 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1462. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>