<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2023:1676</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-24T14:09:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 22/5230</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:1676">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:1676</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-13T15:37:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2023:1676 Rechtbank Midden-Nederland , 20-03-2023 / UTR 22/5230</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2023:1676:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Niet-ontvankelijke bezwaarzaak. Wet voorkeursrecht gemeenten. Kennelijk ongegrond. Verweerder heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseres niet aan te merken is als belanghebbende.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2023:1676:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND </bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 22/5230 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 maart 2023 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , te [woonplaats] (gemeente [gemeente] ), eiseres, </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de gemeenteraad van de gemeente [gemeente] , verweerder. </bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 25 januari 2022 (<emphasis role="italic">het voorlopig </emphasis>aanwijzingsbesluit) heeft het college van burgemeester en wethouder van de gemeente [gemeente] besloten op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) een voorkeursrecht te vestigen op meerdere percelen in het gebied ten westen van de bebouwde kom van [woonplaats] , gemeente [gemeente] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het besluit van 21 april 2022 (<emphasis role="italic">het primaire besluit</emphasis>) heeft verweerder de vestiging van het voorkeursrecht bestendigd. Hiermee is het voorlopig aanwijzingsbesluit komen te vervallen en zijn de bezwaren van eiseres van 31 januari 2022 en 3 maart 2022 van rechtswege gericht tegen het primaire besluit (artikel 6, derde lid, van de Wvg).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 11 juli 2022 heeft de “Commissie bezwaarschriften [gemeente] ” (bezwaarcommissie) aan verweerder geadviseerd om de bezwaren van eiseres niet-ontvankelijk te verklaren. Met de beslissing op bezwaar van 26 september 2022 volgt verweerder het advies van de bezwaarcommissie op en verklaart de bezwaren van eiseres niet-ontvankelijk omdat eiseres niet aangemerkt kan worden als belanghebbende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van 26 september 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). </para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft met de beslissing op bezwaar van 26 september 2022 besloten de bezwaren van eiseres niet-ontvankelijk te verklaren, omdat zij niet kan worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende. Dit is gedaan, omdat eiseres geen eigenaar of anderszins rechthebbende is van de percelen waarop een voorkeursrecht is gevestigd. </para>
    <para />
    <para>3. Eiseres vindt dat zij wel belanghebbende is, omdat – een deel van – de aangewezen percelen direct aan haar perceel grenzen. </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank moet beoordelen of verweerder de bezwaren van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. </para>
    <para />
    <para>5. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) dat alleen eigenaren en beperkt zakelijk gerechtigden van het perceel een rechtstreeks belang hebben bij een besluit tot vestiging van een voorkeursrecht op dat perceel<footnote-ref linkend="_9a8b07de-1791-451c-8e2c-8e1625504403" />.</para>
    <para />
    <para>6. Het perceel dat eigendom is van eiseres – [perceelnummer] – staat niet op de lijst van <?linebreak?>24 percelen waar het voorkeursrecht op gevestigd is. Uit dat wat eiseres aanvoert blijkt niet dat zij als eigenaar of zakelijk gerechtigde kan worden aangemerkt van de percelen waarop het voorkeursrecht is gevestigd.</para>
    <para />
    <para>7. Dit betekent dat verweerder het bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat zij niet aan te merken is als belanghebbende. De rechtbank komt daarom niet toe aan een beoordeling van de inhoudelijke argumenten van eiseres. </para>
    <para />
    <para>8. Het beroep is kennelijk ongegrond (artikel 8:54 van de Awb). Daarom zal het beroep niet inhoudelijk worden behandeld. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier								rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_9a8b07de-1791-451c-8e2c-8e1625504403" label="1">
    <para> Verwezen wordt onder andere naar de uitspraak van 20 november 2000, gepubliceerd in AB 2001, 54.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>