<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2023:1665</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-11T16:09:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 23/1002</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:1665">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:1665</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-11T16:00:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2023:1665 Rechtbank Midden-Nederland , 11-04-2023 / UTR 23/1002</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2023:1665:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Activiteitenbesluit, last onder dwangsom voor geurhinder hondensnackfabriek. Verzoek niet-ontvankelijk omdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan in de met het verzoek samenhangende beroepen. Zie ECLI:NL:RBMNE:2023:1655.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2023:1665:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 23/1002</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 april 2023 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [verzoekster] , gevestigd in [vestigingsplaats] , verzoekster,</title>
    <para>(gemachtigde: mr. J. Zevenboom)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: mr. J. Ligthart).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde-partij hebben aan de zaak deelgenomen: </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [derde-partij 1] en [derde-partij 2]</emphasis>, uit [woonplaats]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. A.R. van Tilborg).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna de omwonenden, [verzoekster] en het college genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. Met het besluit van 3 maart 2023 heeft het college [verzoekster] gelast om de </para>
    <parablock>
      <para>overtreding van artikel 3.140 van het Activiteitenbesluit milieubeheer te beëindigen en beëindigd te houden, door geen geurhinder meer te veroorzaken ter plaatse van één of meer geurgevoelige objecten. Daarbij is bepaald dat [verzoekster] een dwangsom van </para>
      <para>€ 7.500,- verbeurt wanneer niet binnen de begunstigingstermijn van zes weken aan de last wordt voldaan, waarbij voor elke vier weken dat daarna niet aan de last wordt voldaan een nieuwe dwangsom wordt verbeurd met een maximaal te verbeuren dwangsombedrag van </para>
      <para>€ 15.000,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. [verzoekster] heeft bezwaar gemaakt tegen de last onder dwangsom en heeft de </para>
    <para>voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    <para />
    <para>3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld op de zitting van 16 maart 2023. </para>
    <para>
      [verzoekster] heeft zich laten vertegenwoordigen door haar eigenaren [A] , [B] en [C] en door haar gemachtigde. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en door mr. [D] en [E] , die allebei bij de omgevingsdienst Flevoland &amp; Gooi en Vechtstreek werken. De omwonenden waren aanwezig, bijgestaan door hun gemachtigde en door hun deskundige mr. ir. [F] . </para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling door de voorzieningenrechter </title>
    <para />
    <para>4. De rechtbank heeft vandaag uitspraak gedaan in de  beroepen van [verzoekster] </para>
    <para>en van de omwonenden die van rechtswege waren ontstaan tegen de last onder dwangsom van 3 maart 2023.<footnote-ref linkend="_38183673-a456-4bee-a273-59808bf95acd" /> De rechtbank heeft het beroep van [verzoekster] ongegrond verklaard, heeft het beroep van de omwonenden gegrond verklaard, heeft de last onder dwangsom vernietigd en heeft zelf in de zaak voorzien door opnieuw een – gewijzigde – last onder dwangsom op te leggen.</para>
    <para />
    <para>5. De voorzieningenrechter stelt vast dat er als gevolg van deze uitspraak geen bezwaar- of </para>
    <parablock>
      <para>beroepsprocedure meer loopt tegen de last onder dwangsom van 3 maart 2023. In </para>
      <para>dat geval kan iemand geen verzoek om voorlopige voorziening doen.<footnote-ref linkend="_e49b2692-bd4b-4086-9399-a2c679f5dad4" /> Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom niet-ontvankelijk. Als [verzoekster] het niet eens is met de door de rechtbank opgelegde last onder dwangsom, dan kan zij zich tot (de voorzieningenrechter van) de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State richten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.L. Debets, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 april 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. </para>
  </section>
  <footnote id="_38183673-a456-4bee-a273-59808bf95acd" label="1">
    <para> Zaaknummers UTR 22/1285, UTR 22/1343 en UTR 22/1798.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e49b2692-bd4b-4086-9399-a2c679f5dad4" label="2">
    <para> Zie artikel 8:81 van de Awb. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>