<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2023:1480</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-04T14:00:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16.223910.21 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:1480">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:1480</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-03T15:58:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2023:1480 Rechtbank Midden-Nederland , 04-04-2023 / 16.223910.21 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2023:1480:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde. De rechtbank deelt het standpunt van het Openbaar Ministerie dat de mannen van 57, 42 en 28 moeten worden vrijgesproken van de verdenking van deelname aan een criminele organisatie. Uit het dossier blijkt namelijk niet dat deze mannen opzettelijk hebben deelgenomen aan de criminele organisatie.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zie ook:</para>
        <para>ECLI:NL:RBMNE:2023:1475</para>
        <para>ECLI:NL:RBMNE:2023:1478</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2023:1480:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">Ieie RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16.223910.21 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 4 april 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
        <emphasis role="bold caps"> ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1980] te [geboorteplaats] (Roemenië),</para>
      <para>verblijvende aan het adres: [adres] te Roemenië,</para>
      <para>hierna: verdachte.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtszaak tegen verdachte heeft in het openbaar plaatsgevonden op de zittingen van 31 mei 2022, 30 augustus 2022, 6 februari 2023, 7 februari 2023, 9 februari 2023, 10 februari 2023, 13 februari 2023 en 21 maart 2023. Op 6, 7, 9, 10 en 13 februari 2023 is de zaak inhoudelijk behandeld. Verdachte was bij de inhoudelijke behandeling aanwezig, waardoor juridisch gezien sprake is van een vonnis op tegenspraak. Het onderzoek op de zitting is op 21 maart 2023 gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft tijdens de zitting gesproken met en geluisterd naar de standpunten van verdachte, zijn advocaat, mr. H.M.G. Peters, en de officier van justitie, mr. D.M.A. van der Zwan. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie verdenkt verdachte van betrokkenheid bij een strafbaar feit. Deze verdenking staat beschreven in de tenlastelegging, die als bijlage is gehecht aan dit vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kort gezegd verdenkt de officier van justitie verdachte ervan dat hij: </para>
      <para>in de periode van 1 januari 2019 tot en met 2 maart 2021 in Utrecht, Lelystad, Hilversum, Amstelveen, Amsterdam en/of ergens anders in Nederland heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot doel had het plegen van mensenhandel, mensensmokkel en witwassen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voordat de rechtbank een inhoudelijke beslissing kan nemen in de zaak tegen verdachte, moet zij eerst kijken of aan de in de wet gestelde voorvragen is voldaan. Dat is het geval: de dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd om deze zaak te beoordelen, de officier van justitie mag verdachte vervolgen en er zijn geen redenen om de vervolging uit te stellen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>WAARDERING VAN HET BEWIJS</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vindt dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De advocaat van verdachte vindt ook dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Met de officier van justitie en de advocaat is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft gepleegd. Uit het dossier volgt namelijk niet dat verdachte opzettelijk heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die als doel had het plegen van mensenhandel, mensensmokkel en/of witwassen.  </para>
        <para>De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen reden om de zaak tegen verdachte aan te houden om de inmiddels getraceerde getuige [getuige] door de rechter-commissaris te doen horen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BESLAG</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank bepaalt dat de onder verdachte in beslag genomen telefoon aan hem moet worden teruggegeven.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:</para>
    <para> een telefoon (nummer 20-4207-080/ ZZNEAMI.80).</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.P. Schotman, voorzitter, mrs. L.C. Michon en L.M. Reijnierse, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F. Verkuijlen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 april 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 2 maart 2021 te Utrecht en/of Lelystad en/of Hilversum en/of Amstelveen en/of Amsterdam en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere)</para>
      <para>
        [medeverdachte 1] en/of</para>
      <para>
        [medeverdachte 2] en/of</para>
      <para>
        [medeverdachte 3] en/of</para>
      <para>
        [medeverdachte 4] en/of</para>
      <para>
        [medeverdachte 5] en/of</para>
      <para>welke organisatie tot oogmerk had (telkens) het plegen van misdrijven te weten (telkens) mensenhandel zoals bedoeld in artikel 273f Wetboek van Strafrecht en/of</para>
      <para>mensensmokkel zoals bedoeld in artikel 197a Wetboek van Strafrecht en/of</para>
      <para>witwassen zoals bedoeld in artikel 420bis Wetboek van Strafrecht.</para>
      <para>(<emphasis role="italic">art. 140 Sr</emphasis>)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>