<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:978</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-16T11:37:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9568814 \ MT VERZ 21-6970</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almere</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:978">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:978</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-16T11:36:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:978 Rechtbank Midden-Nederland , 09-03-2022 / 9568814 \ MT VERZ 21-6970</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:978:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Handlichting</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:978:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Kantonrechter</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Almere</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9568814 \ MT VERZ 21-6970</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking d.d. 9 maart 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Inzake het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Pepijn Aron Braam,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te Leiden op 13 april 2005,</para>
      <para>wonende te Almere,</para>
      <para>verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 16 november 2022 is ter griffie ingekomen het verzoek strekkende tot het verlenen van handlichting.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden per <?linebreak?>(Teams-)zitting op 23 februari 2022. Daarbij zijn verschenen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>Pepijn Aron Braam (verder te noemen: Pepijn);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>zijn vader Arjan Roël Braam.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De beschikking is bepaald op heden. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek en de beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Pepijn verzoekt aan de kantonrechter om hem handlichting te verlenen. Hij wenst </para>
        <para>– na vermindering en wijziging van zijn verzoek - over de bevoegdheid te beschikken om een zakelijke rekening te openen voor het aangaan van overeenkomsten tot een bedrag van </para>
        <para>€ 10.000,- en voor het verrichten van betalingen tot € 10.000,- . </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Ter onderbouwing van zijn verzoek stelt Pepijn – verkort en zakelijk weergegeven – dat hij het voornemen heeft een eenmanszaak op te starten, welk bedrijf zich richt op software om schoenen en computeronderdelen online te kunnen verhandelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt vast dat Pepijn de leeftijd van zestien jaar bereikt heeft en dat zijn vader en moeder, die het gezag over hem uitoefenen, met de verzochte handlichting instemmen. Op basis van het met Pepijn gevoerde gesprek heeft de kantonrechter vast kunnen stellen dat hij in voldoende mate heeft nagedacht over zijn beslissing om een eigen onderneming te starten en dat hij zich bewust is van de risico’s die hij daarbij kan lopen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Gelet op het verzoek, op hetgeen ter zitting is besproken en het in artikel 1:235 BW bepaalde, zal de kantonrechter Pepijn de verzochte handlichting verlenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Met betrekking tot de publicatieplicht oordeelt de kantonrechter als volgt. De bij deze beschikking verleende handlichting werkt niet reeds vanaf de datum van de beschikking, maar vanaf de datum van publicatie zodat derden daarvan kennis kunnen nemen. In artikel 1:237 lid 1 BW is bepaald dat de beschikking waarbij handlichting is verleend, bekend moet worden gemaakt in de Staatscourant en twee in de beschikking aan te wijzen dagbladen. De bedoeling van de wetgever is daarbij dat op die manier zoveel mogelijk personen kennis kunnen nemen van de handlichting. Omdat tegenwoordig toegang tot het internet voor (vrijwel) iedereen beschikbaar is, geeft de publicatie van de handlichting op het internet hetzelfde, zo niet een ruimer effect dan voornoemde in de wet voorgeschreven wijzen van publicatie in twee aan te wijzen dagbladen. Omdat de Staatscourant op internet beschikbaar is en publicatie kosteloos is, kan daarmee naar het oordeel van de kantonrechter worden volstaan. Daarnaast zal er publicatie plaatsvinden van de niet geanonimiseerde beschikking op www.rechtspraak.nl.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verleent aan <emphasis role="bold">Pepijn Aron Braam, </emphasis>geboren te Leiden op 13 april 2005, handlichting om een zakelijke rekening te openen voor het aangaan van overeenkomsten tot een bedrag van € 10.000,- en voor het verrichten van betalingen tot € 10.000,-;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>draagt de griffier op deze beschikking te publiceren in de Staatscourant;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt dat deze beschikking door de griffier van deze rechtbank niet geanonimiseerd zal worden gepubliceerd op de internetpagina www.rechtspraak.nl.</para>
      <para>
        <inlinemediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="42047512-7ec7-4440-be35-44188df3934d" depth="27" width="29" format="image/png" />
          </imageobject>
        </inlinemediaobject>
        <inlinemediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="fb6a09f5-4ef6-4fa1-a8c4-75ed28710a2e" depth="16" width="550" format="image/png" />
          </imageobject>
        </inlinemediaobject>
      </para>
      <para />
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. C.J. Hofman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2022, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>