<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:683</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-20T12:32:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 21/4228</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:683">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:683</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-20T12:31:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:683 Rechtbank Midden-Nederland , 08-02-2022 / UTR 21/4228</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:683:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wlz, ongegrond, p-v</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:683:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 21/4228</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 februari 2022 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , uit [plaats] , eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. S. Heijnen),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Centrum Indicatiestelling Zorg, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J. Koedood).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 23 februari 2021 (primair besluit) heeft verweerder vastgesteld dat eiseres niet aanmerking komt voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 9 september 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 8 februari 2022 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Achtergrond</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. Eiseres is 51 jaar heeft verschillende lichamelijke aandoeningen, waaronder Sclerodermie, complicaties na een borstamputatie en slokdarm/darmproblemen. Daarnaast heeft eiseres last visuele en psychische problemen. Eiseres woont zelfstandig met een inwonende mantelzorger.</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">Standpunt verweerder</emphasis>
    </para>
    <para>3. Verweerder heeft beslist dat eiseres geen recht heeft op een indicatie op grond van de Wlz en heeft de aanvraag afgewezen. Verweerder stelt onder verwijzing naar het medisch advies dat eiseres kan volstaan met het inschakelen van zorg op planbare momenten en dat eiseres in staat is om op onplanbare zorgmomenten adequaat om hulp te vragen.</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">Standpunt eiseres</emphasis>
    </para>
    <para>4. Eiseres is het hier niet mee eens. Eiseres voert aan dat zij gelet op haar medische klachten niet langer zelfredzaam is. Eiseres wijst erop dat uit de beslissing van het Uwv om haar IVA-uitkering te verhogen volgt dat het Uwv de ernst van haar medische situatie erkent. Eiseres heeft in beroep aanvullende brieven van haar behandelaren overgelegd. Ter zitting heeft eiseres bevestigd dat deze brieven de al bij het CIZ bekende klachten bevestigen. Een deel van de zorg kan volgens eiseres opgevangen worden door planbare zorg. Er kunnen zich echter meerdere situaties voordoen waarbij eiseres de hulp niet kan afwachten of niet in staat is om (tijdig) te alarmeren. Er is daarom een reëel risico dat bij het niet kunnen inroepen van hulp een situatie ontstaat waarin sprake is van ernstig nadeel.<?linebreak?><emphasis role="italic">Beoordeling door de rechtbank</emphasis></para>
    <para>5. De rechtbank oordeelt dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet in aanmerking komt voor een indicatie op grond van de Wlz. De rechtbank legt dit hieronder uit.<?linebreak?></para>
    <para>6.  Naar het oordeel van de rechtbank mocht verweerder zich baseren op de medische adviezen van 12 juli 2021 en 30 augustus 2021. Bij het opstellen van deze adviezen is de overgelegde informatie van de behandelaren van eiseres betrokken en eiseres is gezien bij de hoorzitting van 20 juli 2021. Ook heeft een huisbezoek bij eiseres thuis plaatsgevonden. Het onderzoek is hiermee zorgvuldig uitgevoerd. Ook zijn de adviezen inhoudelijk duidelijk en goed te begrijpen. De medisch adviseurs hebben de grondslag somatische aandoening vastgesteld. Uit het medisch advies volgt dat eiseres vanwege haar klachten dagelijkse zorg en begeleiding nodig heeft en dat opheffing van de gezondheidsproblematiek niet mogelijk is. Er kan echter niet worden vastgesteld dat er een medische noodzaak is voor 24-uur zorg in de nabijheid. Er is geen sprake van ernstige regieproblemen waardoor eiseres geen hulp kan inschakelen op de benodigde momenten. Ook zijn er geen medische bezwaren om de gevraagde hulp af te wachten. De rechtbank oordeelt dat verweerder, gelet op deze medisch adviezen, terecht heeft geconcludeerd dat er onvoldoende medische onderbouwing bestaat voor het standpunt van eiseres dat zij in aanmerking komt voor 24-uur zorg in de nabijheid of voor permanent toezicht. Hoe begrijpelijk en invoelbaar het ook is dat eiseres dit wenselijk acht.<?linebreak?></para>
    <para>7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.<?linebreak?></para>
    <para>8. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 februari 2022 door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. R.G.A. Beijen, griffier, en wordt ook gepubliceerd op rechtspraak.nl..</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>