<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:6649</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-02T08:26:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/294501-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:6649">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:6649</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-02T08:26:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:6649 Rechtbank Midden-Nederland , 16-03-2022 / 16/294501-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:6649:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak: feit 2 vernieling en feit 3 primair verduistering Bewezenverklaring: feit 1 vernieling, feit 3 subsidiair diefstal, feit 4 bedreiging tegen het leven en bedreiging met brandstichting, meermalen gepleegd                                                                     Straf: 107 dagen gevangenisstraf met aftrek</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:6649:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/294501-21 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 16 maart 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
        <emphasis role="bold caps"> ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres 1] , [postcode] te [plaats] , </para>
      <para>thans uit anderen hoofde gedetineerd in het cellencomplex van het politiebureau te [plaats] .</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 7 februari 2022 en 16 maart 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. J.A. Bekke en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. W.B. Lisi, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting op 16 maart 2022 heeft de rechtbank uitspraak gedaan. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is ter terechtzitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 1</para>
      <para>op 28 oktober 2021 te [plaats] een ruit van een pand gelegen aan [adres 2] (Leger des Heils) heeft vernield;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 2</para>
      <para>op 11 augustus 2021 te [plaats] een ruit van een woning gelegen op/aan de [adres 3] heeft vernield; </para>
      <para>
        <?linebreak?>Feit 3 </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">primair</emphasis>
      </para>
      <para>op 22 september 2021 te Utrecht een aantal levensmiddelen (kaas, energydrank, tasje en douchegel) van Albert Heijn heeft verduisterd; </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair </emphasis>
      </para>
      <para>op 22 september 2021 te Utrecht een aantal levensmiddelen (kaas, energydrank, tasje en douchegel) van Albert Heijn heeft gestolen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 4</para>
      <para>op 20 oktober 2021 te Utrecht [aangever 1] en/of [aangever 2] (verbaal) heeft bedreigd.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>WAARDERING VAN HET BEWIJS</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1, 2, 3 primair en 4 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft verzocht verdachte integraal vrij te spreken van de ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van feit 1 voert hij aan dat verdachte geen opzet heeft gehad op het vernielen van de ruit, omdat sprake was van een ongeluk. Dit wordt ondersteund door de verwonding aan de hand van verdachte en door de getuigenverklaring van [getuige 1] . Ten aanzien van feit 2 voert hij aan dat verdachte dit feit stellig ontkent, terwijl het door aangeefster en getuige [aangeefster] gegeven signalement te summier is om tot de overtuiging te komen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deze vernieling. Met betrekking tot feit 3 stelt de raadsman dat verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij niet voorbij de kassa is gelopen en dat uit de bewijsmiddelen evenmin kan worden afgeleid dat verdachte voorbij de kassa is gelopen zonder de producten te betalen, waardoor geen sprake is van wederrechtelijke toe-eigening. Over feit 4 merkt de raadsman op dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is nu geen van beide aangevers heeft verklaard bedreigende woorden richting de ander te hebben gehoord. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Vrijspraak van het onder 2 en het onder 3 primair tenlastegelegde</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank is ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde van oordeel dat er onvoldoende overtuigend bewijs is dat verdachte zich op 11 augustus 2021 schuldig heeft gemaakt aan vernieling van een ruit. De rechtbank acht het door aangeefster en getuige [aangeefster] vermelde signalement van de dader onvoldoende duidelijk voor de conclusie dat het verdachte was die de ruit heeft vernield. De rechtbank zal verdachte daarom van dit feit vrijspreken.</para>
          <para>De rechtbank is ten aanzien van het onder 3 primair ten laste gelegde van oordeel dat uit de bewijsmiddelen niet volgt dat verdachte de goederen in de Albert Heijn anders dan door misdrijf onder zich had. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van de primair ten laste gelegde verduistering.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewezenverklaring van het onder feit 1 tenlastegelegde </emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Bewijsmiddelen</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_d69cbc39-9747-43d6-8ce0-c62292a05471" />
          </para>
          <para>
            <emphasis role="underline">De verklaring van verdachte ter terechtzitting </emphasis>
          </para>
          <para>De ruit bij het Leger des Heils is op 28 oktober 2021 door mijn toedoen kapot gegaan.<footnote-ref linkend="_3ce6b70a-cd83-4ae4-be80-dbaecf49f705" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">De aangifte namens het Leger des Heils </emphasis>
          </para>
          <para>Ik ben werkzaam als [functie] bij de Herstart van het Leger des Heils gevestigd op de [adres 2] te [plaats] . Vandaag 28 oktober 2021 werd ik aangesproken door collega’s van het Leger des Heils. Ik hoorde dat zij mij vertelden dat een ruit in kamer [nummer] was vernield. Tevens hoorde ik dat ze mij vertelden dat dit de kamer was van [verdachte] . Ook zag ik dat het raam van [verdachte] ’s kamer vernield was. Dit raam was eerder onbeschadigd. Ik hoorde dat [verdachte] mij vertelde dat hij dat raam had ingeslagen omdat hij erg boos was omdat hij weg moest.<footnote-ref linkend="_32bac1a5-ae19-4b1d-ac4e-23ae989b24ef" /></para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.3</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewezenverklaring van het onder feit 3 subsidiair tenlastegelegde</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Bewijsmiddelen</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_c45690c7-d312-4ef8-bbd8-ea01b8124b87" />
          </para>
          <para>
            <emphasis role="underline">De verklaring van verdachte ter terechtzitting </emphasis>
          </para>
          <para>Ik heb op 22 september 2021 in de Albert Heijn winkel te Utrecht shampoo en kaas in een Albert Heijn tas gestopt zonder dat ik daarvoor had betaald. Ik had geen geld bij mij.<footnote-ref linkend="_faef1c93-b39b-4f7f-9597-86c49468202b" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Een proces-verbaal van bevindingen</emphasis>
          </para>
          <para>Op 22 september 2021 bevond ik mij ter plaatse bij de Albert Heijn. </para>
          <para>Aldaar sprak ik met een getuige die opgaf te zijn genaamd: [getuige 2] . </para>
          <para>De getuige verklaarde: </para>
          <para>Mijn blik viel op een jongen die allerlei goederen in een plastic Albert Heijn tas stopte. Dit waren goederen als kaas, shampoo en blikjes cola. Ik zag dat de jongen met de goederen de kassa passeerde zonder te betalen.<footnote-ref linkend="_9b1b50fd-752c-4c80-9b5b-3dca922ad421" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.4</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewezenverklaring van het onder feit 4 tenlastegelegde</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Bewijsmiddelen</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_9dac4ccc-6988-43ce-b5db-e2c8bbcb0807" />
          </para>
          <para>
            <emphasis role="underline">De aangifte van [aangever 2]</emphasis>
          </para>
          <para>Op 20 oktober 2021 was [verdachte] , aanwezig bij de Noiz te Utrecht, binnen in de tuin. Ik hoorde dat [verdachte] hierop zei dat hij het gebouw, mij en mijn collega's in brand zou steken.<footnote-ref linkend="_3e1532e6-eb4b-4752-9f98-5450bdbd7ccd" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">De aangifte van [aangever 1]</emphasis>
          </para>
          <para>Op 20 oktober 2021 bevond ik mij op mijn werk op het opvangcentrum the Noiz te Utrecht. </para>
          <para>Ik hoorde dat [verdachte] tegen mij riep: "Ik steek je in de brand en ik maak je dood."<footnote-ref linkend="_04d1fadd-7c9a-4ea2-8c0c-3ded7312ec7c" /></para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.5</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsoverwegingen </emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 1 – vernieling ruit Leger des Heils op 28 oktober 2021 </emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de verklaring van aangever [aangever 3] dat verdachte op 28 oktober 2021 heeft verteld dat hij de ruit had ingeslagen omdat hij boos was. De rechtbank concludeert hieruit dat verdachte opzettelijk de ruit heeft beschadigd en acht daarom het tenlastegelegde overtuigend bewezen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 3 subsidiair – diefstal bij Albert Hein op 22 september 2021 </emphasis>
          </para>
          <para>Verdachte heeft in de winkel de ten laste gelegde goederen in een Albert Heijn tas gestopt, terwijl hij geen geld bij zich had om de goederen te kunnen afrekenen. </para>
          <para>Door de goederen in de plastic tas te doen heeft hij de goederen aan het zicht van de rechthebbende onttrokken en is hij zich als heer en meester over die goederen gaan gedragen. De wegneming daarvan was aldus reeds voltooid Nu verdachte voorts geen geld bij zich had, heeft de rechtbank de overtuiging dat verdachte het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening van de goederen heeft gehad. De rechtbank acht het subsidiair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 4 – bedreiging [aangever 2] en [aangever 1] op 20 oktober 2021 </emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat verdachte zowel [aangever 2] als [aangever 1] mondeling heeft bedreigd. De verklaringen van aangeefster en aangever dienen in onderling verband en samenhang te worden bezien en houden soortgelijke bedreigingen in, gebezigd door verdachte op dezelfde locatie en op dicht bijeen gelegen momenten. De rechtbank overweegt voorts dat door de geuite bewoordingen bij zowel [aangever 1] als [aangever 2] de gerechtvaardigde vrees kon ontstaan dat verdachte de daad bij het woord zou voegen. De rechtbank heeft dan ook de overtuiging dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan beide bedreigingen. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BEWEZENVERKLARING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>op 28 oktober 2021 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een pand gelegen aan [adres 2] , die geheel of ten dele aan het Leger des Heils toebehoorde, heeft vernield;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3 (16/255392-21)</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(subsidiair)</emphasis>
      </para>
      <para>op 22 september 2021 te Utrecht een aantal levensmiddelen (kaas, energydrank, tasje en douchegel), die geheel aan winkelbedrijf Albert Heijn toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4 (16/284550-21)</para>
    <parablock>
      <para>op 20 oktober 2021 te Utrecht [aangever 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met brandstichting, door die [aangever 1] dreigend de woorden toe te voegen "Ik steek je in de brand en ik maak je dood." en </para>
      <para>op 20 oktober 2021 te Utrecht [aangever 2] heeft bedreigd door die [aangever 2] dreigend de woorden toe te voegen dat hij het gebouw en die [aangever 2] en de collega's van die [aangever 2] in de brand zou steken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1: 	</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3 subsidiair: </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">diefstal; </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 4: </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bedreiging met brandstichting, meermalen gepleegd.  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>OPLEGGING VAN STRAF </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 118 dagen, met aftrek van het voorarrest. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft verzocht om een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest met aftrek en, in geval de rechtbank een deels voorwaardelijke straf zou opleggen, om geen bijzondere voorwaarden op te leggen, omdat reeds sprake is van een verleende zorgmachtiging en verdachte in het kader daarvan ambulante behandeling door [instelling] krijgt aangeboden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De ernst van de feiten</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vernieling en diefstal. Dit zijn hinderlijke feiten en verdachte heeft aldus voor de desbetreffende instelling en de winkel voor overlast gezorgd. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan ernstige bedreiging van medewerkers van de daklozenvoorziening Noiz. De rechtbank hecht er aan op te merken dat hulpverleners hun werk zonder angst voor hun cliënten moeten kunnen uitvoeren. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoon van verdachte </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank neemt kennis van het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 9 februari 2022, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten en geweldsdelicten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank slaat ook acht op het Pro Justitia-rapport van 11 maart 2022, opgesteld door dr. T. W. D. P. van Os (psychiater/ psychoanalyticus). </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voorts neemt de rechtbank kennis van het reclasseringsadvies van 8 maart 2022, opgesteld door M.E. van Oort en de toelichting daarop van F. Ruiter, toezichthouder en reclasseringsmedewerker, als deskundige tijdens de zitting. Daaruit volgt dat het onvoldoende mogelijk is geweest om met verdachte over de ten laste gelegde feiten in gesprek te gaan, omdat hij van de hak op de tak sprong en veelal onnavolgbare dingen zei. Bij een bewezenverklaring adviseert de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden. De huidige bijzondere voorwaarden (ambulant kader) dragen niet bij aan beperking van de risico’s en verdachte staat niet open voor een klinisch traject. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op te leggen straf</emphasis>
        </para>
        <para>De ernst van de bewezen verklaarde feiten in combinatie met het strafblad van verdachte rechtvaardigen zonder meer de oplegging van een gevangenisstraf. De rechtbank is in dit concrete geval van oordeel dat een gevangenisstraf van 107 dagen passend en geboden is. De rechtbank houdt hierbij rekening met de omstandigheid dat verdachte reeds in het kader van een zorgmachtiging wordt begeleid en behandeld. De rechtbank ziet geen toegevoegde waarde in oplegging van een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 10, 57, 285, 310 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het onder 2 en 3 primair tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het onder 1, 3 subsidiair en 4 tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;</para>
    <para>- verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het onder 1, 3 subsidiair en 4 bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; </para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oplegging straf </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf van 107 dagen</emphasis>; </para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorlopige hechtenis </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van 17 maart 2022, zoals bij separaat bevel is gemuteerd.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Quak, voorzitter, mr. L.M. Reijnierse en mr. M. Weistra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.S. Stekkel, griffier, en is uitgesproken in het openbaar ter zitting van 16 maart 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zijnde mr. P.C. Quak en mr. M. Weistra buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>hij op of omstreeks 28 oktober 2021 te [plaats]</para>
      <para>opzettelijk en wederrechtelijk een ruit (van een pand gelegen aan [adres 2] ), </para>
      <para>in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan het Leger des Heils, in elk geval </para>
      <para>aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt </para>
      <para>en/of weggemaakt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>( art. 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>(16-216918-21)</para>
      <para>hij op of omstreeks 11 augustus 2021 te [plaats]</para>
      <para>opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een woning gelegen op/aan de </para>
      <para>
        [adres 3] , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Mitros </para>
      <para>en/of [A] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, </para>
      <para>beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>( art. 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3</para>
      <para>(16-255392-21)</para>
      <para>hij op of omstreeks 22 september 2021 te Utrecht</para>
      <para>opzettelijk een aantal levensmiddelen (kaas, energydrank, tasje en douchegel), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Albert Heijn, in elk geval aan</para>
      <para>een ander of anderen dan aan verdachte en welk goed verdachte uit de winkelvoorraad van voornoemde rechthebbende had genomen onder gehoudenheid om, alvorens die winkel te verlaten voornoemd goed te betalen, in elk geval ter betaling aan te bieden, en aldus dat goed anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(art. 321 Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans subsidiair, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 22 september 2021 te Utrecht</para>
      <para>een aantal levensmiddelen (kaas, energydrank, tasje en douchegel), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan winkelbedrijf Albert Heijn, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen</para>
      <para>met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(art. 310 Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4</para>
      <para>(16-284550-21)</para>
      <para>hij op of omstreeks 20 oktober 2021 te Utrecht</para>
      <para>
        [aangever 1] en/of [aangever 2] heeft bedreigd</para>
      <para>met enig misdrijf tegen het leven gericht en/ of met zware mishandeling</para>
      <para>en/of met brandstichting, door</para>
      <para>die [aangever 1] dreigend de woorden toe te voegen "Ik steek je in de brand en ik</para>
      <para>maakje dood." en/of</para>
      <para>die [aangever 2] dreigend de woorden toe te voegen dat hij het gebouw en/ of die</para>
      <para>
        [aangever 2] en/of de collega's van die [aangever 2] in de brand zou steken,</para>
      <para>althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>( art. 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_d69cbc39-9747-43d6-8ce0-c62292a05471" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 30 oktober 2021, genummerd PL0900-2021343528, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 01 tot en met 030. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3ce6b70a-cd83-4ae4-be80-dbaecf49f705" label="2">
    <para> De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 maart 2022. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_32bac1a5-ae19-4b1d-ac4e-23ae989b24ef" label="3">
    <para>  Proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] namens het Leger des Heils van 28 oktober 2021, met bijlage, pagina’s 5 en 6.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c45690c7-d312-4ef8-bbd8-ea01b8124b87" label="4">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 23 september 2021, genummerd PL0900-2021303139, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 01 tot en met 14. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_faef1c93-b39b-4f7f-9597-86c49468202b" label="5">
    <para> De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 maart 2022. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9b1b50fd-752c-4c80-9b5b-3dca922ad421" label="6">
    <para> Een proces-verbaal van bevindingen van 22 september 2021 van [B] , pagina 05.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9dac4ccc-6988-43ce-b5db-e2c8bbcb0807" label="7">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 26 oktober 2021, genummerd PL0900-2021333538, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 01 tot en met 19. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3e1532e6-eb4b-4752-9f98-5450bdbd7ccd" label="8">
    <para> Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] van 20 oktober 2021 , pagina 03.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_04d1fadd-7c9a-4ea2-8c0c-3ded7312ec7c" label="9">
    <para> Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] van 20 oktober 2021 , pagina 05.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>