<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:6640</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-06T08:24:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/541304 / FO RK 22-704</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:6640">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:6640</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-06T08:24:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:6640 Rechtbank Midden-Nederland , 25-10-2022 / C/16/541304 / FO RK 22-704</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:6640:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Non-binair. Wijziging van het geslacht in de geboorteakte naar X en wijziging van de voornaam.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:6640:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Familierecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/16/541304 / FO RK 22-704 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijziging voornaam, wijziging geboorteakte</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 25 oktober 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [verzoeker] ,</para>
      <para>advocaat mr. C. Simmelink,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met als belanghebbende</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND</emphasis>,</para>
      <para>van de gemeente Delft, </para>
      <para>hierna te noemen: de ABS.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [verzoeker] heeft op 22 juni 2022 een verzoekschrift ingediend, met bijlagen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 25 oktober 2022. Daarbij waren aanwezig: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [verzoeker] met diens advocaat, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>mr. L. Kok, als ABS namens de gemeente Delft. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Waar de procedure over gaat</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [verzoeker]
        </emphasis> is geboren op [geboortedatum] 1999 in [geboorteplaats] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Van de geboorte van [verzoeker] is op 30 juni 1999 door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Delft een geboorteakte opgemaakt met nummer [nummer] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op de geboorteakte staat als geslacht van [verzoeker] vermeld: M (mannelijk).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [verzoeker] heeft de Nederlandse nationaliteit.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verzoeker] verzoekt de rechtbank (samengevat):</para>
        <para>I. de voornaam van [verzoeker] te wijzigen in ‘ [naam] ’;</para>
        <para>II. <emphasis role="italic">primair </emphasis>de geboorteakte van [verzoeker] door te halen en de ABS opdracht te geven tot het opmaken van een nieuwe geboorteakte waarin bij geslacht wordt vermeld ‘X’;</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">subsidiair </emphasis>de geboorteakte van [verzoeker] te verbeteren, in die zin dat bij geslacht wordt vermeld ‘X’. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De ABS heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, waarbij de ABS zich wel op het standpunt heeft gesteld dat verbetering van de geboorteakte mogelijk is, maar doorhaling van de geboorteakte niet. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal opdracht geven aan de ABS om de voornaam van [verzoeker] te wijzigen in ‘ [naam] ’. Daarnaast zal de rechtbank opdracht geven aan de ABS om de geboorteakte van [verzoeker] te verbeteren, in die zin dat bij geslacht wordt vermeld ‘X’. </para>
        <para>De rechtbank zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissing neemt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bevoegdheid en toepasselijk recht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Deze rechtbank is bevoegd om van de verzoeken kennis te nemen, omdat [verzoeker] woont in het arrondissement van deze rechtbank. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de verzoeken is Nederlands recht van toepassing, omdat [verzoeker] de Nederlandse nationaliteit heeft.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Voornaamswijziging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De rechtbank zal opdracht geven aan de ABS om de voornaam van [verzoeker] te wijzigen in ‘ [naam] ’. [verzoeker] heeft namelijk duidelijk gemaakt dat die een zwaarwegend belang heeft bij de voornaamswijziging. Daarnaast is de gevraagde voornaam niet ongepast en geen geslachtsnaam.<footnote-ref linkend="_ec09bf17-9c64-4d69-8101-9e81f8e24db7" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Zodra deze beslissing onherroepelijk is, zal de ABS de geboorteakte van [verzoeker] aanpassen (door een latere vermelding toe te voegen aan de geboorteakte).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Wijziging geslacht op de geboorteakte</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal opdracht geven aan de ABS om de geboorteakte van [verzoeker] te verbeteren, in die zin dat bij geslacht wordt vermeld ‘X’. </para>
        <para>De rechtbank legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het juridisch kader</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>De rechtbank moet allereerst beoordelen of het mogelijk is om een non-binaire geslachtsidentiteit op te nemen in de geboorteakte en de vermelding van het geslacht op de geboorteakte van [verzoeker] te wijzigen naar ‘X’ vanwege het feit dat [verzoeker] de overtuiging heeft niet of niet alleen te behoren tot het mannelijke of het vrouwelijke geslacht. De huidige wetgeving laat een dergelijke aanpassing van de geboorteakte niet toe.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>Al enige tijd is sprake van een trend naar maatschappelijke en juridische erkenning van een genderneutrale identiteit. In eerste instantie hebben diverse rechtbanken verzoeken tot aanpassing van de geslachtsaanduiding toegewezen door in de geboorteakte op te nemen ‘geslacht is niet kunnen worden vastgesteld’, waaronder deze rechtbank in de uitspraak van 10 februari 2020 (ECLI:RBMNE:2020:522). Nadien hebben rechtbanken dergelijke verzoeken tot aanpassing van de geslachtsaanduiding ook toegewezen door in de geboorteakte een ‘X’ op te nemen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>In 2003 heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens al bevestigd dat het recht op genderidentiteit en persoonlijke ontwikkeling een fundamenteel element van artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) vormt en genderidentiteit één van de meest intieme aspecten van het privéleven en één van de meest wezenlijke elementen van zelfbeschikking vormt. De rechtbank stelt vast dat het gebrek aan wettelijke mogelijkheden voor een non-binaire geslachtsaanduiding, terwijl de wet die mogelijkheid wel biedt aan mannen en vrouwen die de overtuiging hebben ‘tot het andere geslacht te behoren’ in de artikelen 1:28 tot en met 1:28c BW, in strijd is met artikel 8 EVRM.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>De rechtbank Den Haag heeft over dit onderwerp bij beschikking van 17 december 2021 prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad.<footnote-ref linkend="_4c27b745-648b-47d2-a433-0dbf9c37cce2" /> De Hoge Raad heeft in zijn uitspraak van 4 maart 2022 afgezien van beantwoording van de prejudiciële vragen.<footnote-ref linkend="_25c02c87-e171-4b47-9422-226ce834d8eb" /> De Hoge Raad heeft daarbij onder andere overwogen dat het Tweede Kamerlid Van Ginneken op 30 november 2021 een amendement heeft ingediend op het wetsvoorstel tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het veranderen van de voorwaarden voor wijziging van de vermelding van het geslacht in de geboorteakte. Dit amendement strekt ertoe een nieuw artikel 1:28e BW aan het Burgerlijk Wetboek toe te voegen dat de registratie van ‘X’ als geslachtsaanduiding voor non-binaire personen in de geboorteakte mogelijk maakt zonder tussenkomst van een rechter. Naar aanleiding van dit amendement heeft de minister voor Rechtsbescherming op 17 december 2021 een brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer gestuurd waaruit blijkt dat er advies wordt gevraagd over het amendement. In het licht van deze nieuwe ontwikkelingen, waaruit blijkt dat wetgeving in voorbereiding is, heeft de Hoge Raad zich onthouden van beantwoording van de gestelde prejudiciële vragen omdat dit de rechtsvormende taak van de Hoge Raad te buiten zou gaan. Zolang er geen wetgeving is, is het aan de rechter om in elke concrete zaak aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval te beslissen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat er nog geen nadere wetgeving in werking is getreden die de geslachtsregistratie ‘X’ mogelijk maakt. Na de uitspraak van de Hoge Raad heeft de Afdeling advisering van de Raad van State op 6 april 2022 advies uitgebracht aan de minister voor Rechtsbescherming ten aanzien van het amendement en het voorliggende wetsvoorstel. </para>
        <para>De Afdeling heeft geadviseerd om de mogelijkheid tot wijziging naar een neutrale geslachtsregistratie via een zelfstandig wetsvoorstel te regelen. Van Ginneken heeft daarop laten weten het amendement in te trekken en een initiatiefwet op te gaan stellen. Het is dan ook nog onduidelijk hoe het wetgevingsproces zal verlopen en hoelang het zal duren voordat er een wet op dit gebied in werking treedt. De rechtbank overweegt dat zolang er geen wetgeving is, in deze concrete zaak, aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval moet worden beslist. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het verzoek van [verzoeker]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank vindt dat [verzoeker] voldoende heeft onderbouwd dat de vermelding van het mannelijke geslacht op de geboorteakte van [verzoeker] (en daarmee ook diens paspoort) niet in overeenstemming is met de innerlijke genderbeleving van [verzoeker] . Tijdens de zitting heeft [verzoeker] verklaard dat die zich niet man of vrouw voelt en zich identificeert als non-binair. [verzoeker] is in behandeling bij de praktijk Transgenderzorg. Naar de buitenwereld heeft [verzoeker] al bekend gemaakt dat die non-binair is en dat die graag [naam] genoemd wil worden. Ter onderbouwing van het verzoek heeft [verzoeker] een deskundigenverklaring van 21 mei 2022 overgelegd van [deskundige] , klinisch psycholoog. Uit die verklaring blijkt dat de deskundige niet twijfelt aan de gegrondheid van de overtuiging van [verzoeker] . </para>
        <para>De rechtbank ziet het belang van [verzoeker] bij de verbetering van de geslachtsaanduiding in de geboorteakte. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.13.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het verzoek op dezelfde manier moet worden benaderd als is omschreven in de artikelen 1:28 tot en met 1:28c BW voor mensen die de overtuiging hebben tot ‘het andere geslacht te behoren’. De rechtbank zal daarom opdracht geven aan de ABS om de geboorteakte van [verzoeker] te verbeteren door een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht, in die zin dat het geslacht zal zijn ‘X’. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.14.</nr>
      <para>De rechtbank zal het verzoek afwijzen voor zover is verzocht om doorhaling van de geboorteakte. Aan het doorhalen van de huidige geboorteakte en het opmaken van een nieuwe geboorteakte zijn bezwaren verbonden. De oude akte is in dat geval niet meer voorhanden om de persoonshistorie te reconstrueren en in dwingend bewijs te voorzien. De rechtbank verwijst hiervoor naar de brief van de Minister voor Rechtsbescherming in het kader van de evaluatie van de Transgenderwet<footnote-ref linkend="_9422691e-8a12-43f4-8a49-29f1f3271c8a" /> en ook de uitspraak van de Hoge Raad van 20 oktober 1995.<footnote-ref linkend="_415a48bc-a76c-415b-9ce6-a977393ced0a" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gevolgen van de wijziging van het geslacht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.15.</nr>
      <para>De wijziging van de vermelding van het geslacht in de geboorteakte heeft gevolgen vanaf de dag waarop de ABS een latere vermelding van wijziging van het geslacht toevoegt aan de geboorteakte. De wijziging van de vermelding van het geslacht heeft geen invloed op de bestaande familierechtelijke betrekkingen en de daaruit voortvloeiende rechten, bevoegdheden en verplichtingen.<footnote-ref linkend="_acc9313f-425d-4d0d-9300-221a31e38106" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Uitvoerbaarheid bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.16.</nr>
      <para>Voor zover er is verzocht om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zal de rechtbank dit afwijzen. De ABS kan de geboorteakte namelijk pas aanpassen (door een latere vermelding bij de geboorteakte op te maken) wanneer de beslissing onherroepelijk is.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>geeft opdracht aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Delft om aan de geboorteakte met nummer [nummer] van het jaar 1999 de latere vermelding toe te voegen van de wijziging van:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de voornaam in: ‘ [naam] ’;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het geslacht, in die zin dat het geslacht zal zijn ‘X’;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. A.C. van den Boogaard, rechter, in samenwerking met mr. A. Verouden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2022.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
                <para />
                <para />
                <para>Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_ec09bf17-9c64-4d69-8101-9e81f8e24db7" label="1">
    <para> Artikel 1:4 lid 4 jo. lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4c27b745-648b-47d2-a433-0dbf9c37cce2" label="2">
    <para> Rechtbank Den Haag 17 december 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:13948;</para>
  </footnote>
  <footnote id="_25c02c87-e171-4b47-9422-226ce834d8eb" label="3">
    <para> Hoge Raad 4 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:336;</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9422691e-8a12-43f4-8a49-29f1f3271c8a" label="4">
    <para>Kamerstukken I, 2019-2020, 33351, nr. I, p. 13</para>
  </footnote>
  <footnote id="_415a48bc-a76c-415b-9ce6-a977393ced0a" label="5">
    <para>ECLI:NL:HR:1995:ZC1853 m.nt. J. de Boer</para>
  </footnote>
  <footnote id="_acc9313f-425d-4d0d-9300-221a31e38106" label="6">
    <para> Artikel 1:28c BW.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>