<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:6616</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-05T07:48:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/535915 / FA RK 22-245</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Sdu Nieuws Personen- en familierecht 2024/204</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:6616">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:6616</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-26T09:20:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:6616 Rechtbank Midden-Nederland , 07-10-2022 / C/16/535915 / FA RK 22-245</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:6616:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kinderalimentatie. Geen draagkracht vader want vanwege schulden is beschermingsbewind aangevraagd. Nihilstelling tijdens schuldsaneringstraject.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:6616:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Familierecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/16/535915 / FA RK 22-245</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kinderalimentatie </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 7 oktober 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de man]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende in [woonplaats 1] , gemeente [gemeente] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de man,</para>
      <para>advocaat mr. A. van der Welle,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vrouw]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende in [woonplaats 2] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de vrouw,</para>
      <para>advocaat mr. W.F. Wienen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift van de man met bijlagen 1 tot en met 15, binnengekomen op 7 maart 2022;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift van de vrouw met bijlage A, en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het rolbericht van de man van 2 september 2022, met bijlagen 1 tot en met 8, en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>e brief van de vrouw van 9 september 2022, met bijlagen A en B.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het verzoek en verweer zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling van 21 september 2022. Hiervan zijn aantekeningen gemaakt. Tijdens deze behandeling zijn via videobellen gehoord:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>de man, bijgestaan door mr. Van der Welle, en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vrouw, bijgestaan door mr. Wienen.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Waar gaat het over?</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De man en de vrouw zijn de ouders van [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] ), geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 2016. [minderjarige 1] staat in geschreven op het adres van de vrouw en er is een zorg- en contactregeling met de man afgesproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De man is gehuwd met mevrouw [echtgenote] (hierna: [echtgenote] ) en samen zijn zij de ouders van [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ), geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum 2] 2016. De biologische vader van [minderjarige 2] is niet bij hem betrokken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 19 juni 2018 heeft de rechtbank een kinderalimentatie vastgesteld die de man aan de vrouw moet betalen. Deze kinderalimentatie is bij beschikking van 2 juli 2019 gewijzigd naar een bedrag van € 176,- per maand. Geïndexeerd bedraagt deze kinderalimentatie nu € 189,34 per maand. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">verzoeken</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De man wil dat dit bedrag wordt gewijzigd in € 0,- per maand en anders naar 25,- per maand, met ingang van de datum van indiening van het verzoek. Volgens de man zijn de omstandigheden gewijzigd en kan hij de vastgestelde bijdrage niet meer betalen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De vrouw is het niet eens met het verzoek. Zij wil dat de man niet-ontvankelijk wordt verklaard in het verzoek of dat het verzoek wordt afgewezen. Zij vindt dat er geen sprake is van een wijziging van omstandigheden waardoor de man de kinderalimentatie niet meer kan betalen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De rechtbank beslist dat de man met ingang van 7 maart 2022 en zolang een schuldsaneringstraject op hem van toepassing is een kinderalimentatie van nihil aan de vrouw moet betalen. Dit betekent dat zij een deel van het verzoek van de man afwijst. De rechtbank legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. Daarbij gaat zij in op de standpunten van partijen, voor zover die voor de beoordeling van belang zijn. De rechtbank rondt af op hele euro’s.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">reden voor de wijziging  </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De rechtbank kan de alimentatie opnieuw berekenen als de omstandigheden zijn gewijzigd<footnote-ref linkend="_41f9b0c4-ae7b-47ff-b309-5511862483e3" />. Dat is hier het geval, want de man heeft een andere baan waardoor zijn inkomen is gewijzigd en hij heeft schulden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">ingangsdatum  </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De wet<footnote-ref linkend="_f5d1454a-6d90-438b-851f-3ff7546c2890" /> laat de rechter grote vrijheid bij het vaststellen van de ingangsdatum van de alimentatieverplichting. Drie data liggen als ingangsdatum het meest voor de hand: de datum waarop de omstandigheden zijn gewijzigd, de datum van het verzoekschrift en de datum waarop de rechter beslist. De rechter kan dus een bijdrage wijzigen over een periode in het verleden, maar moet daar terughoudend mee omgaan omdat dit flinke gevolgen voor partijen kan hebben. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Hier hanteert de rechtbank 7 maart 2022 (de datum van indiening van het verzoek) als ingangsdatum, omdat de vrouw vanaf dat moment rekening kon houden met een wijziging.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">behoefte [minderjarige 1]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Bij de berekening van de kinderalimentatie wordt eerst gekeken naar wat de kosten van een kind zijn. Dat wordt de ‘behoefte’ van het kind genoemd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Partijen zijn het met elkaar eens dat de behoefte van [minderjarige 1] in 2018 € 395,- per maand bedroeg. De rechtbank stelt de behoefte van [minderjarige 1] daarom vast op dat bedrag. Geïndexeerd bedraagt de behoefte van [minderjarige 1] nu € 433,- per maand. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat de behoefte van [minderjarige 1] vermeerderd moet worden met zijn bijzondere kosten van € 60,- per maand. Zijn behoefte bedraagt in totaal € 493,- per maand.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">behoefte [minderjarige 2]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>In de beschikking van 2 juli 2019 is de behoefte van [minderjarige 2] vastgesteld op € 322,- per maand in 2019. De rechtbank stelt de behoefte van [minderjarige 2] op dat bedrag vast. Geïndexeerd is zijn behoefte nu € 346,- per maand. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">onderhoudsplichtigen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Bij de berekening van de kinderalimentatie moet vervolgens worden vastgesteld wat ieder van de onderhoudsplichtigen kan betalen: de ‘draagkracht’, en hoe die draagkracht over de verschillende kinderen moet worden verdeeld. De man is onderhoudsplichtig voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .<footnote-ref linkend="_4d0db373-9549-4a23-889a-b7de1071a111" /> De vrouw is onderhoudsplichtig voor [minderjarige 1] .<footnote-ref linkend="_57b5fa4c-1dd1-4469-b679-050b82fdcf4b" /> [echtgenote] is onderhoudsplichtig voor [minderjarige 2] .<footnote-ref linkend="_2d3cc436-33ed-4c00-963d-272d7de22488" /> Zij moeten volgens de wet naar draagkracht in de behoefte van de kinderen voorzien.<footnote-ref linkend="_b52c21f3-bcc4-4ff7-b087-befa16b45c4c" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>Gelijk aan de beschikking van 2 juli 2019 neemt de rechtbank aan dat de biologische vader in staat is om in een derde deel van de behoefte van [minderjarige 2] te voorzien. Er zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd om daar nu anders over te oordelen. Er resteert dan een behoefte van € 231,- per maand waarin de man en [echtgenote] moeten voorzien.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">draagkracht ouders</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <para>Bij de berekening van de kinderalimentatie moet vervolgens worden vastgesteld wat ieder van de ouders kan betalen. Dat wordt de ‘draagkracht’ van de ouders genoemd. Volgens de wet moeten de ouders namelijk naar draagkracht in de behoefte van de kinderen voorzien.<footnote-ref linkend="_0063ba72-88a3-4cfc-9bd6-62d18a90c070" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">draagkracht man</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12.</nr>
      <para>De vrouw vindt dat de man onvoldoende inzage en uitleg heeft gegeven. Zij vindt dat van de man verwacht mag worden dat hij zijn verdiencapaciteit benut en zij vindt daarom dat er gerekend moet worden met een inkomen van € 33.000,- bruto per jaar. Wat daar verder ook van zij, de rechtbank vindt voor de draagkracht van de man nu bepalend dat vanwege problematische schulden een minnelijk schuldsaneringstraject op hem van toepassing is. Bovendien blijkt uit de overgelegde stukken voldoende duidelijk dat voor de man een beschermingsbewind is aangevraagd en heeft de man verklaard dat aan hem feitelijk slechts een beperkt leefgeld van € 80,- per week ter beschikking staat. De rechtbank vindt het niet aannemelijk zoals de vrouw stelt, dat de man zijn schulden mogelijk al (grotendeels) heeft afgelost. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat het voldoende aannemelijk is dat de man geen draagkracht heeft. Daarbij is van belang dat volgens de geldende rechtspraak een alimentatieplichtige op wie de wettelijke schuldsaneringsregeling of een minnelijk schuldsaneringstraject van toepassing is in beginsel niet over draagkracht beschikt om alimentatie te betalen.<footnote-ref linkend="_3de0e0c6-ba73-4129-bcd0-737add1c3f75" /> De draagkracht van de vrouw en van [echtgenote] , de verdeling van de kosten en de zorgkorting behoeven daardoor geen nadere bespreking. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.13.</nr>
      <para>Omdat de man geen draagkracht heeft zal de rechtbank de kinderalimentatie op nihil vaststellen voor de duur van het schuldsaneringstraject. Na afloop van het schuldsaneringstraject zal de kinderalimentatie zoals vastgelegd in de beschikking van deze rechtbank van 2 juli 2019 van rechtswege herleven. Dat betekent dat de man vanaf dan weer een kinderalimentatie aan de vrouw moet betalen van € 176,- per maand in 2019 vermeerderd met de daarop van toepassing zijnde wettelijke indexering, zijnde in 2022 een bedrag van € 189,- per maand. De rechtbank gaat ervan uit dat de man de vrouw informeert over het verloop van het schuldsaneringstraject, hij de vrouw op de hoogte stelt van de beëindiging hiervan en na afloop uit eigen beweging de kinderalimentatie aan de vrouw betaalt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">alimentatie terugbetalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.14.</nr>
      <para>Voor zover de vrouw te veel kinderalimentatie heeft ontvangen hoeft zij deze niet terug te betalen, omdat die kinderalimentatie al is uitgegeven aan [minderjarige 1] .</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.15.</nr>
      <para>De rechtbank verklaart de beslissing ‘uitvoerbaar bij voorraad’, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de kinderalimentatie niet meer betaald hoeft te worden, ook al wordt er hoger beroep ingesteld. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.16.</nr>
      <para>De man en de vrouw moeten allebei hun eigen proceskosten betalen, omdat zij elkaars ex-partners zijn. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijzigt de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie, zoals die was vastgelegd in de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 2 juli 2019, en bepaalt dat deze kinderalimentatie nihil bedraagt met ingang van 7 maart 2022 en zolang een minnelijk en/of wettelijk schuldsaneringstraject op de man van toepassing is;  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>beslist dat de man en de vrouw allebei hun eigen proceskosten moeten betalen; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>wijst het verzoek voor het overige af. </para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Dit is de beslissing van rechter mr. M.P. den Hollander, tot stand gekomen in samenwerking met mr. D.J.M. Kuppens, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2022 door mr. M.P. den Hollander voornoemd, in aanwezigheid van mr. T. Öztoprak, griffier. </para>
                <para />
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
                <para>Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof in Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_41f9b0c4-ae7b-47ff-b309-5511862483e3" label="1">
    <para> Artikel 1:401 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f5d1454a-6d90-438b-851f-3ff7546c2890" label="2">
    <para> Artikel 1:402 van het Burgerlijk Wetboek</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4d0db373-9549-4a23-889a-b7de1071a111" label="3">
    <para> Artikel 1:392, lid 1, sub a, van het Burgerlijk Wetboek</para>
  </footnote>
  <footnote id="_57b5fa4c-1dd1-4469-b679-050b82fdcf4b" label="4">
    <para> Artikel 1:392, lid 1, sub a, van het Burgerlijk Wetboek</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2d3cc436-33ed-4c00-963d-272d7de22488" label="5">
    <para> Artikel 1:392, lid 1, sub a, van het Burgerlijk Wetboek</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b52c21f3-bcc4-4ff7-b087-befa16b45c4c" label="6">
    <para> Artikel 1:397, lid 2, van het Burgerlijk Wetboek</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0063ba72-88a3-4cfc-9bd6-62d18a90c070" label="7">
    <para> Artikel 1:397 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3de0e0c6-ba73-4129-bcd0-737add1c3f75" label="8">
    <para> Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 juli 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:5931 en Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 juli 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:5935.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>