<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:5706</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-21T07:59:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 22/5412</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:5706">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:5706</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-21T07:58:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:5706 Rechtbank Midden-Nederland , 29-12-2022 / UTR 22/5412</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:5706:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>mondeling; vovo; intrekking drank- en horecavergunning; bestuurlijke rapportage zorgvuldig en voldoende; geen onevenredig harde gevolgen; verzoek afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:5706:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 22/5412</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 december 2022 in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">
        [verzoeker 1] en [verzoeker 2] h.o.d.n. [bedrijf]</emphasis>, uit [vestigingsplaats] , verzoekers</para>
    <para>(gemachtigde: mr. S.C.M. Suijkerbuijk),</para>
    <para>
      <?linebreak?>en</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>De Burgemeester van de gemeente Huizen, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: mr. M. Dickmann).</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak gaat over het besluit van verweerder van 4 november 2022 waarin de drank- en horecavergunning (de vergunning) van verzoekers per 1 januari 2023 definitief wordt ingetrokken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers zijn vennoten en de exploitanten van het café. Zij hebben tegen het besluit bezwaar gemaakt. Daarnaast hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 29 december 2022 op zitting behandeld. Verzoekers hebben aan de zitting deelgenomen en werden bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na de zitting heeft de voorzieningenrechter mondeling uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Omdat de inkomsten van verzoekers op het spel staan neemt de voorzieningenrechter spoedeisend belang aan. </para>
    <para />
    <para>2. Voor het treffen van een voorlopige voorziening in de bezwaarfase is in beginsel alleen dan aanleiding wanneer het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter een redelijke kans van slagen heeft of een belangenafweging daartoe aanleiding geeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter, bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet en reikt nu niet verder dan de bezwaarfase.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het bestreden besluit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Verweerder heeft zijn besluit tot intrekking van de vergunning gebaseerd op artikel 31, tweede lid, van de Alcoholwet. Hij heeft geconcludeerd dat de [verzoeker 1] in strijd met het verbod van artikel 20, vijfde lid, van de Alcoholwet, in kennelijke staat van dronkenschap dienst heeft gedaan in het café. Omdat hij eerder was gewaarschuwd en de vergunning eerder tijdelijk is geschorst, vindt de burgemeester een andere maatregel niet meer op z’n plaats. </para>
    <para />
    <para>4. Verzoekers bestrijden het besluit. Zij vinden dat de bestuurlijke rapportage die eraan ten grondslag ligt te summier is en niet zorgvuldig tot stand is gekomen. Zij vinden ook dat hun belangen zwaarder moeten wegen dan het belang van handhaving van de Alcoholwet.</para>
    <para />
    <para>5. Naar voorlopig oordeel heeft de burgemeester de vergunning op goede gronden ingetrokken. Volgens de bestuurlijke rapportage werd de [verzoeker 1] op 15 oktober 2022, omstreeks 22:45, door de horecapolitie gecontroleerd op het naleven van de Alcoholwet. De controle vond buiten op het terras van de café plaats. Aan de [verzoeker 1] werd als uitbater gevraagd om vrijwillig mee te werken aan een ademtest, terwijl hem het mobiele blaasapparaat door de politieambtenaar werd uitgereikt. De [verzoeker 1] begon de stoelen van het terras op te ruimen en weigerde de ademtest af te leggen. Hij maakte de opmerking dat de politie in de middag maar een keer langs moest komen. De horecapolitie constateerde dat verzoeker met een dubbele tong sprak, onvast ter been was en hij moeite had met in een rechte lijn lopen.</para>
    <para>Deze rapportage biedt hiermee voldoende gegevens voor de conclusie dat de [verzoeker 1] in kennelijke staat van dronkenschap verkeerde, terwijl hij aan het werk was. Het praten met dubbele tong en het erg onvast ter been zijn (en de wijze van lopen), is voldoende om die conclusie te dragen. Voor de politie was hiermee zichtbaar dat verzoeker onder invloed van alcohol was. Met de zinsnede in de rapportage dat “aannemelijk onder invloed dienst gedaan” wordt niet iets anders bedoeld. Dat zich andere redenen voor de spraak en lopen voordeden (stress, buitenlandse tongval, binnensmonds praten en zere voeten) is niet aannemelijk geworden. </para>
    <para />
    <para>6. Er zijn thans geen redenen om aan te nemen dat het onderzoek te summier of anderszins ontoereikend was. Niet aannemelijk is dat het gesprek zo kort was dat de politie de conclusie dubbele tong niet kon trekken of dat de loopafstand zo klein was dat het onvast ter been zijn onmogelijk was vast te stellen. Ook is het niet zo dat de [verzoeker 1] nogmaals in de gelegenheid gesteld had moeten worden voordat het onderzoek kon worden afgerond. Hij weigerde immers expliciet de blaastest en liep vervolgens bij de politie weg. Dat zegt hij zelf ook in het bezwaarschift. Ook overigens is er geen enkele reden om aan de juistheid van de bevindingen te twijfelen. De overgelegde verklaringen van vaste klanten maken dat niet anders, omdat deze niet sporen met de eigen verklaring van de [verzoeker 1] op zitting dat hij één biertje had gedronken en omdat de klanten wellicht een eigen belang hebben. Indien de burgemeester daarvoor aanleiding ziet, kan hij bij de behandeling van het bezwaar om een toelichting vragen van de desbetreffende politieaambtenaar, maar de voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om nu aan de inhoud van de rapportage te twijfelen.</para>
    <para />
    <para>7. Wat betreft de intrekking zelf overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Verweerder heeft het beleid ter zake gevolgd. In het beleid (Preventie en handhavingsplan Alcohol en Drugs, stappenplan) is onder meer opgenomen dat bij overtreding van (huidig) artikel 20, vijfde lid, van de Alcoholwet, na de eerste overtreding een waarschuwing wordt gegeven, na de tweede een vergunning tijdelijk wordt geschorst en na de derde de vergunning wordt ingetrokken. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter was er hier geen reden om dit beleid niet te volgen. Sterker nog, in verzoekers’ geval is al ten gunste van de [verzoeker 1] afgeweken, in die zin dat hij eerst twee waarschuwingen heeft gehad (2019 en 2020) voor de schorsing van de vergunning op 24 augustus 2021. Er was geen reden om nogmaals ten gunste van verzoeker van het beleid af te wijken. </para>
    <para />
    <para>8. Ook zijn er vooralsnog geen redenen om de intrekking onevenredig nadelig voor verzoekers te achten. </para>
    <para>Het financiële belang van verzoekers is evident, omdat hun inkomensverwerving wordt beëindigd. Echter, verweerder mocht aan de naleving van de Alcoholwet een zwaarder belang toekennen en de [verzoeker 1] was meermalen gewaarschuwd. Het is immers een belangrijke regel dat waar alcohol wordt verkocht, de uitbater zelf volledig betrouwbaar moet zijn en een verantwoordelijkheid heeft in het voorkomen van verslaving of de jeugd te vroeg aan drank helpen en de ernstige gevolgen daarvan. Gezien de constateringen van de politie heeft de burgemeester terecht geconstateerd dat dit onvoldoende aan verzoeker kan worden toevertrouwd. Daarbij is van belang dat naast de genoemde constateringen de [verzoeker 1] meermalen wegens drankgebruik met de politie in aanraking is gekomen en hij bij de geconstateerde overtredingen geen besef van zijn eigen verantwoordelijkheid heeft laten zien. Op zitting is dit beeld onveranderd. De voorzieningenrechter ziet hierin dan ook geen reden om de intrekking na afweging van de belangen tot aan de beslissing op bezwaar te schorsen. </para>
    <para />
    <para>9. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>10. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Z.E.M. van der Maas, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 december 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>