<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:5480</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-27T10:39:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR - 22 _ 529</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:5480">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:5480</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-27T10:15:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:5480 Rechtbank Midden-Nederland , 12-12-2022 / UTR - 22 _ 529</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:5480:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Weigering van gemachtigde op grond van artikel 8:25 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)</para>
        <para>Samenvatting:</para>
        <para>De rechtbank weigert bijstand of vertegenwoordiging door de gemachtigde van de eisende partij op grond van artikel 8:25 van de Awb. De reden hiervoor is dat de gemachtigde zich op een uiterst ongepaste manier uitlaat.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:5480:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 22/529</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">beslissing van de rechtbank van 12 december 2022 op grond van artikel 8:25 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [eiser] , uit [woonplaats] , eiser</title>
    <para>(gemachtigde: [gemachtigde] ),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de directie van de RDW, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: mr. J. Choufoer-Van der Wal)</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat beslist de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. De rechtbank weigert bijstand of vertegenwoordiging van [gemachtigde] ( [gemachtigde] ), al dan niet namens [naam] , in deze beroepsprocedure op grond van artikel 8:25, eerste lid, van de Awb. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waarom deze weigering? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. De beroepsprocedure is op 16 augustus 2022 op een zitting behandeld. Tijdens de zitting heeft eiser de rechter gewraakt. De gemachtigde van eiser ( [gemachtigde] ) heeft in de wrakingsprocedure<footnote-ref linkend="_01fada42-6a60-4b21-97f5-704432b86ce0" /> op 1 september 2022 een schriftelijk reactie ingediend. </para>
    <para />
    <para>3. In de reactie van 1 september 2022 laat [gemachtigde] zich op een uiterst ongepaste manier uit. Hij uit ernstige verwijten en beschuldigingen aan de rechter, rechterlijke colleges, de rechtsstaat en Nederland in het algemeen. Zijn taalgebruik is beledigend en beschadigend. Hij tast daarmee het gezag van de rechtspraak en de daarbij betrokkenen functionarissen nodeloos en op onaanvaardbare wijze aan. Met zijn opmerkingen maakt [gemachtigde] het uiterst moeilijk om tot een doelmatige behandeling van het geschil te komen. Daarbij wordt ook in aanmerking genomen dat dit niet een op zichzelf staand incident is. Uit rechtspraak blijkt dat [gemachtigde] in andere procedures meerdere keren is gewaarschuwd en in meerdere procedures als gemachtigde is geweigerd vanwege zijn taalgebruik.<footnote-ref linkend="_ba1131a7-5341-4616-9a57-8f01737e1c1a" /> Desondanks heeft hij zich in de wrakingsprocedure uiterst ongepast uitgelaten. </para>
    <para />
    <para>4. Eiser en [gemachtigde] zijn op 22 november 2022 in de gelegenheid gesteld om te reageren op het voornemen van de rechtbank om [gemachtigde] te weigeren als gemachtigde. Eiser heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. [gemachtigde] heeft op het voornemen gereageerd met zijn brief van 28 november 2022. Die brief geeft de rechtbank geen aanleiding voor een andere conclusie. In tegendeel juist. Die brief bevestigt het voornemen van de rechtbank, omdat [gemachtigde] zich in die brief weer ongepast uitlaat. De door [gemachtigde] aangehaalde Europese regelgeving en rechtspraak kunnen hem om die reden al niet baten.     </para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat tegen [gemachtigde] ernstige bezwaren bestaan als bedoeld in artikel 8:25, eerste lid, van de Awb. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hoe nu verder?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Eiser wordt in kennis gesteld van deze beslissing en wordt in de gelegenheid gesteld om, desgewenst, binnen vier weken na verzending van deze beslissing een andere gemachtigde aan te wijzen voor de verdere procedure. Als de rechtbank binnen deze termijn geen reactie ontvangt, gaat zij er vanuit dat eiser verder procedeert zonder gemachtigde.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- weigert bijstand of vertegenwoordiging door [gemachtigde] (al dan niet namens [naam] ) in de beroepsprocedure met zaaknummer UTR 22/529;</para>
    <para>- stelt [eiser] in de gelegenheid om, desgewenst, binnen vier weken na verzending van deze beslissing een andere gemachtigde aan te wijzen voor de verdere procedure.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is genomen op 12 december 2022 door mr. A.A.M. Elzakkers rechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier. <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier					rechter	</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze beslissing is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze beslissing kan geen rechtsmiddel worden aangewend. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_01fada42-6a60-4b21-97f5-704432b86ce0" label="1">
    <para> Zaaknummer/rekestnummer: 543485 / HA RK 22-175.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ba1131a7-5341-4616-9a57-8f01737e1c1a" label="2">
    <para> Zie bijvoorbeeld Hoge Raad 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1730; Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 maart 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:2413; Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 6 april 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1118; Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 9 september 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3156.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>