<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:5404</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-29T10:38:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9930229</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:5404">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:5404</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-29T10:35:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:5404 Rechtbank Midden-Nederland , 21-12-2022 / 9930229</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:5404:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>overeenkomst op afstand, geen modelformulier vereist, geïnformeerd door toezending algemene voorwaarden, relevante bepaling in algemene voorwaarden vernietigd, bedenktijd verlengd, geen vergoeding voor diensten geleverd in de verlengde bedenktijd</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:5404:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9930229 UC EXPL  22-4037 IL/18374</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 21 december 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verder ook te noemen [eiseres] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A. Ramsaroep,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. de vennootschap onder firma</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde sub 1]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>vertegenwoordigd door haar vennoten,</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">2 [gedaagde sub 2] , vennoot van gedaagde sub 1,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>zaakdoende te [plaats] ,</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">3 [gedaagde sub 3] , vennoot van gedaagde sub 1,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>zaakdoende te [plaats] ,</para>
      <para>procederend in persoon</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verder samen ook te noemen [gedaagde sub 1] ,</para>
      <para>gedaagde partij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding</para>
      <para>- het proces-verbaal van de rolzitting van 10 augustus 2022, waar [gedaagde sub 1] heeft geantwoord</para>
      <para>- de conclusie van repliek</para>
      <para>- de conclusie van dupliek</para>
      <para>- de akte uitlating producties van [eiseres] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Waar deze zaak over gaat</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 4 juli 2021 heeft [eiseres] zich aangemeld voor een cursus allround [.] bij [gedaagde sub 1] . [gedaagde sub 1] heeft via de mail een aanmeldformulier en de algemene voorwaarden aan [eiseres] gestuurd. [eiseres] heeft het aanmeldformulier na ondertekening ingescand en teruggemaild. Op het aanmeldformulier heeft zij een vinkje geplaatst bij de zin: ’Ik ga akkoord met de bovenstaande betalingsvoorwaarden en de algemene voorwaarden van [gedaagde sub 1] .’ [eiseres] heeft (in drie termijnen) € 2.350,- aan lesgeld en € 705,- voor materialen aan [gedaagde sub 1] betaald. De cursus is gestart op 1 september 2021. Op 3 november 2021 heeft [eiseres] laten weten dat zij niet verder wil met de cursus. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert terugbetaling van de € 3.056,- die zij aan [gedaagde sub 1] heeft betaald, vermeerderd met rente en kosten. [eiseres] stelt dat zij de overeenkomst binnen de bedenktijd heeft ontbonden en dus recht heeft op terugbetaling van alles wat zij heeft betaald.  Subsidiair stelt [eiseres] dat er sprake is van dwaling dan wel wanprestatie. [gedaagde sub 1] voert verweer. Op de stellingen van partijen worden bij de beoordeling ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 1] is een bedrijf en [eiseres] is een consument. De overeenkomst tussen partijen is via de mail tot stand is gekomen zodat er sprake is van een overeenkomst op afstand<footnote-ref linkend="_2c3fb73f-cdc8-4ddd-a695-751ab392ebcf" />. Een overeenkomst op afstand mag een consument binnen 14 dagen zonder opgaaf van reden ontbinden, het herroepingsrecht<footnote-ref linkend="_fa6142ee-515e-4486-81be-7f617c9e4426" />. Tot zover zijn partijen het eens. Partijen verschillen van mening over de vraag of [gedaagde sub 1] [eiseres] voldoende heeft geïnformeerd over haar herroepingsrecht. Als [eiseres] niet voldoende is geïnformeerd wordt de termijn van 14 dagen verlengd tot aan het moment dat waarop dat wel is gebeurd, maar met maximaal 12 maanden<footnote-ref linkend="_39695ed9-2324-43b0-8f44-df699fb3fa9e" />.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] stelt primair dat de bedenktijd is verlengd omdat [gedaagde sub 1] het modelformulier voor ontbinding niet aan [eiseres] heeft toegestuurd<footnote-ref linkend="_70030299-6c3f-4973-a3b3-8b34e2c2f00a" />. Daarin volgt de kantonrechter [eiseres] niet. Weliswaar is de verplichting om een modelformulier op te sturen opgenomen in de wet en volgt die ook uit de Richtlijn consumentenrechten, maar in de praktijk wordt van dit modelformulier geen gebruik gemaakt. Dit is begrijpelijk omdat de ontbinding door de consument vormvrij is, zodat het toesturen van een modelformulier niets toevoegt aan het recht op herroeping.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 1] heeft [eiseres] geïnformeerd over het herroepingsrecht door haar de algemene voorwaarden sturen. [eiseres] heeft niet gesteld dat zij hierdoor onvoldoende is geïnformeerd en dit lijkt ook te volgen uit <emphasis role="underline">HvJ EU 24 februari 2022 ECLI:EU:C:2022:112 (Tiketa)</emphasis> waarin het Hof van Justitie besloten dat een handelaar aan zijn informatieverplichtingen kan voldoen door te verwijzen naar algemene voorwaarden op een website. Of dat zo is, laat de kantonrechter in het midden, omdat hieronder de relevante bepaling uit de algemene voorwaarden wordt vernietigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>In de algemene voorwaarden staat in artikel H onder 1:</para>
        <para>Annulering van deelname aan de opleiding aan [gedaagde sub 1] waarvoor de student zich heeft aangemeld, kan slechts kosteloos geschieden per aangetekend schrijven. Er geldt een bedenkrecht van 14 dagen die ingaat vanaf de bevestiging. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [eiseres] stelt dat artikel H onredelijk bezwarend en dus vernietigbaar is omdat daarin de eis wordt gesteld dat herroeping alleen bij aangetekend schrijven kan gebeuren. Hierin heeft [eiseres] gelijk. Deze eis mag niet worden gesteld omdat een ontbinding vormvrij is. Door die eis wel te stellen in de algemene voorwaarden is dat artikel onredelijk bezwarend en dus vernietigbaar<footnote-ref linkend="_1dbfb583-4e14-4485-8662-4df42c91df5e" />. De vordering van [eiseres] om artikel H van de algemene voorwaarden te vernietigen zal worden toegewezen, in die zin dat lid 1 van dat artikel zal worden vernietigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Vernietiging heeft terugwerkende kracht, wat betekent dat voor de verdere beoordeling de kantonrechter ervan uit moet gaan dat dat artikel niet bestaat<footnote-ref linkend="_50068e42-3aa1-4e8e-91f9-0194e9180659" />. Omdat dat artikel niet bestaat, is [eiseres] niet geïnformeerd over haar recht op herroeping. Partijen zijn het er immers over eens dat [eiseres] alleen door het toesturen van de algemene voorwaarden over het herroepingsrecht is geïnformeerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Omdat [gedaagde sub 1] niet heeft voldaan aan haar verplichting om [eiseres] tijdig en duidelijk over haar recht op herroeping te informeren, wordt de termijn van 14 dagen verlengd tot aan het moment dat waarop dat wel is gebeurd, maar met maximaal 12 maanden<footnote-ref linkend="_c2f47a25-5223-4824-9352-f8e47efddca3" />. [gedaagde sub 1] heeft [eiseres] ook later niet over haar herroepingsrecht geïnformeerd, zodat de termijn zou eindigen op 4 juli 2022. Voor het einde van die termijn, op 3 november 2021, heeft [eiseres] laten weten dat zij met de opleiding wilde stoppen. Voor zover [gedaagde sub 1] dit bericht niet als een ontbinding had hoeven lezen, heeft haar gemachtigde bij brief van 16 december 2021 die ontbinding bevestigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>De tussenconclusie is dat [eiseres] in de verlengde bedenktijd de overeenkomst mocht ontbinden en dat tijdig heeft gedaan. De daartoe strekkende verklaring voor recht zal dan ook worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 1] heeft geen recht op vergoeding van de door haar verleende diensten tijdens de bedenktijd<footnote-ref linkend="_2cbfec37-1620-4a5c-a6cb-4d9b17acb86d" />. Dat betekent dat [gedaagde sub 1] het volledige cursusgeld aan [eiseres] moet terugbetalen. [eiseres] moet de geleverde materialen terugsturen naar [gedaagde sub 1]  en de betaalde kosten voor die materialen moeten worden terugbetaald<footnote-ref linkend="_859e91f9-bec9-40b7-868d-7e14acc81fe1" />. Omdat [gedaagde sub 1] dat na aanmaningen door de gemachtigde van [eiseres] niet heeft gedaan, moet zij ook de buitengerechtelijke incassokosten van € 521,03 en de wettelijke rente over de hoofdsom betalen. Omdat niets is gesteld over de datum waarop [gedaagde sub 1] in verzuim is geraakt, wordt de wettelijke rente toegewezen met ingang van de datum van de dagvaarding, 31 mei 2022.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>De kantonrechter vermoedt dat [gedaagde sub 1] dit vonnis niet rechtvaardig vindt, omdat [eiseres] pas nadat zij een aantal lessen heeft gevolgd heeft laten weten dat zij wilde stoppen met de opleiding. Daarom geeft de kantonrechter nog een korte toelichting. Het consumentenrecht is bedoeld om consumenten te beschermen. De sancties op niet-naleving van het consumentenrecht door bedrijven zijn streng omdat er een prikkel moet zijn voor bedrijven om zich wel aan het consumentenrecht te houden. [gedaagde sub 1] kan haar algemene voorwaarden eenvoudig wijzigen zodat zij wel aan haar informatieverplichtingen voldoet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 1] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:</para>
      <para />
      <para>- dagvaarding	€	140,59</para>
      <para>- griffierecht	€	86,00</para>
      <para>- salaris gemachtigde	€ <emphasis role="underline">	436,00</emphasis>	(2 punten x tarief € 218,00)</para>
      <para>Totaal	€	662,59</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>vernietigt lid 1 van artikel H van de algemene voorwaarden van [gedaagde sub 1] ;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>verklaart voor recht dat de cursusovereenkomst is ontbonden;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde sub 1] om aan [eiseres] tegen bewijs van kwijting te betalen € 3.577,03 met de wettelijke rente over € 3.056,-  vanaf 31 mei 2022 tot de voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde sub 1] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiseres] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 662,59, waarin begrepen € 436,- aan salaris gemachtigde;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 21 december 2022.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_2c3fb73f-cdc8-4ddd-a695-751ab392ebcf" label="1">
    <para> Artikel 6:230g lid 1 sub a, b en e BW</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fa6142ee-515e-4486-81be-7f617c9e4426" label="2">
    <para> Artikel 6:230o lid 1 BW</para>
  </footnote>
  <footnote id="_39695ed9-2324-43b0-8f44-df699fb3fa9e" label="3">
    <para> Artikel 6:230o lid 2 BW</para>
  </footnote>
  <footnote id="_70030299-6c3f-4973-a3b3-8b34e2c2f00a" label="4">
    <para> Artikel 6:230m lid 1 sub h BW</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1dbfb583-4e14-4485-8662-4df42c91df5e" label="5">
    <para> Artikel 6:233 BW</para>
  </footnote>
  <footnote id="_50068e42-3aa1-4e8e-91f9-0194e9180659" label="6">
    <para> Artikel 3:53 BW</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c2f47a25-5223-4824-9352-f8e47efddca3" label="7">
    <para> Artikel 6:230o lid 2 BW</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2cbfec37-1620-4a5c-a6cb-4d9b17acb86d" label="8">
    <para> Artikel 6:230s lid 5 sub a onder 1 BW</para>
  </footnote>
  <footnote id="_859e91f9-bec9-40b7-868d-7e14acc81fe1" label="9">
    <para> Artikel 6:230s lid 1 en lid 3 BW</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>