<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:526</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-14T09:29:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 21 _ 4356</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:526">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:526</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-14T09:28:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:526 Rechtbank Midden-Nederland , 15-02-2022 / AWB - 21 _ 4356</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:526:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanvraag AIO-aanvulling afgewezen omdat eiseres niet heeft voldaan aan haar informatieplicht. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:526:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 21/4356</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 februari 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. N. Velthorst),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. P.C. van der Voorn).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Inleiding en procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is er aan deze uitspraak voorafgegaan?</emphasis>
      </para>
      <para>Eiseres heeft bij verweerder een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) op grond van de Participatiewet (Pw) aangevraagd. Verweerder heeft de aanvraag in behandeling genomen en aan eiseres over de periode juni 2020 tot en met december 2020 in totaal € 2.080,63 aan voorschotten op de AIO-aanvulling betaald.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluiten van 28 april 2021 (de primaire besluiten) heeft verweerder de aanvraag afgewezen en bepaald dat eiseres de voorschotten moet terugbetalen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres is het hier niet mee eens en heeft bezwaar gemaakt. Zij vindt dat zij alle relevante informatie aan verweerder heeft gegeven, zodat hij haar woonsituatie kan vaststellen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 20 september 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Verweerder vindt dat eiseres bewijsstukken over haar woonsituatie had moeten verstrekken, zoals een kopie van haar huurcontract, bewijs van huurbetalingen en informatie over haar medebewoners. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres is het hier niet mee eens en heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 januari 2022. Eiseres is zelf niet verschenen, maar heeft zich laten vertegenwoordigen door waarnemend gemachtigde mr. M. Booij. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde mr. P.C. van der Voorn.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para>1.	De belangrijkste beslissing van de rechtbank is dat het beroep ongegrond is. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en haar aanvraag terecht is afgewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunten van partijen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Eiseres stelt dat zij alle relevante informatie die zij tot haar beschikking had aan verweerder heeft gegeven. Verweerder had haar aanvraag op grond van die informatie moeten toewijzen of zelf verder onderzoek moeten doen naar haar woonsituatie. Zij heeft verweerder ook expliciet uitgenodigd om in een huisbezoek haar woonsituatie te beoordelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Volgens verweerder heeft eiseres onvoldoende informatie gegeven over haar woonsituatie, zodat hij het recht op AIO-aanvulling niet heeft kunnen vaststellen. Waar en hoe eiseres woont, is van belang voor het recht op uitkering. Verweerder moet namelijk weten of eiseres alleen woont of samenwoont, en of er sprake is van medebewoners. Daarom heeft verweerder eiseres gevraagd om een kopie van haar huurcontract, bewijs van huurbetalingen en om informatie over haar medebewoners, maar eiseres heeft dit allemaal niet verstrekt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Juridisch kader</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>3. In artikel 17 Pw staat dat een aanvrager de informatie moet verschaffen die nodig is om het recht op bijstand te kunnen bepalen. Volgens vaste rechtspraak<footnote-ref linkend="_f9f8fc3f-0413-46f4-a291-0ecc549a14b6" /> moet eiseres daarom openheid van zaken geven, en is het vervolgens aan verweerder om de inlichtingen te controleren. Als eiseres onvoldoende informatie over haar situatie geeft, en verweerder daarom het recht op bijstand niet kan vaststellen, dan kan verweerder de aanvraag afwijzen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>4. Partijen zijn het erover eens dat eiseres de door verweerder gevraagde informatie (kopie van haar huurcontract, bewijs van huurbetalingen en om informatie over haar medebewoners) niet aan verweerder heeft verstrekt. De rechtbank is het met verweerder eens dat hij die informatie nodig heeft om het recht op de aio-aanvulling te kunnen vaststellen. Eiseres heeft ook niet duidelijk gemaakt hoe verweerder zonder die gegevens dat recht kan bepalen. Voor zover de beroepsgrond daarop is gericht, slaagt deze niet. </para>
      <para />
      <para>5. Vervolgens is de vraag of verweerder de aanvraag zorgvuldig genoeg heeft behandeld, of dat van hem verwacht mocht worden dat hij zelf onderzoek zou verrichten. De rechtbank stelt vast dat verweerder bij herhaling schriftelijk en telefonisch (liefst zeven keer) om informatie heeft verzocht. Hieruit blijkt dat verweerder niet over één nacht ijs is gegaan. Eiseres wijst erop dat zij geen huurcontract of bewijs van huurbetalingen kon verstrekken, omdat de verhuurder geen schriftelijk huurcontract wil opmaken en de huur contant wil ontvangen. Dat is een omstandigheid die in beginsel voor rekening en risico komt van eiseres.<footnote-ref linkend="_c427f74b-8b93-4e06-9c08-e6e0e7dbcd08" /> Van eiseres had daarom verwacht mogen worden dat zij met andere bewijzen (bijvoorbeeld verklaringen van medebewoners) zou komen om inzicht te geven in haar woonsituatie, maar dat heeft eiseres niet gedaan. Eiseres heeft ook geen verklaring gegeven voor het feit dat zij helemaal geen informatie heeft verschaft over haar medebewoners. Al met al heeft eiseres niet voldaan aan de in 3 beschreven informatieplicht. Onder deze omstandigheden kon verweerder redelijkerwijs besluiten de aanvraag van eiseres af te wijzen, zonder eerst zelf nog verder onderzoek door middel van een huisbezoek te verrichten. De beroepsgrond slaagt niet. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie: eiseres krijgt geen gelijk</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>6. De rechtbank oordeelt dat verweerder de aanvraag van eiseres op goede gronden heeft afgewezen. Eiseres krijgt geen gelijk. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier. De beslissing is uitgesproken op 15 februari 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op www.rechtspraak.nl. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter		</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.</para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f9f8fc3f-0413-46f4-a291-0ecc549a14b6" label="1">
    <para> Bijvoorbeeld: Centrale Raad van Beroep, (CRvB) 19 november 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3662 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:3662http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2016:605)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c427f74b-8b93-4e06-9c08-e6e0e7dbcd08" label="2">
    <para>CRvB, 7 december 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AR7521</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>